banier wijkengids 2

13.7 De Rotterdamwet helpt


De Rotterdamwet helpt

De Rotterdamwet geeft grote steden extra mogelijkheden om de problematiek in bepaalde achterstandsgebieden met meer slagkracht aan te pakken. Doelen van de wet zijn het vergroten van leefbaarheid, verbeteren van het ondernemersklimaat en aanpakken van woonproblematiek. Maatregelen zijn het verlagen van de onroerende zaakbelasting voor bedrijven te verlagen, het sluiten of onteigenen van panden en inkomenseisen te stellen aan woningzoekenden. Dit werkt maar vraagt om een lange adem. Rotterdam gaat er mee door.  Combinatie met sociaal-fysieke interventies en aanvullende juridische instrumenten is belangrijk voor duurzame effecten. 


De Wet Bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Rotterdamwet) helpt
Sinds eind 2005 geeft de zgn. Rotterdamwet grote steden in bepaalde achterstandsgebieden extra mogelijkheden en bevoegdheden hebben om hardnekkige problematiek aan te pakken. Doelen van de wet zijn leefbaarheid vergroten, ondernemersklimaat verbeteren en eventuele woonproblematiek aanpakken. Instrumenten zijn het verlagen van de onroerende zaakbelasting voor bedrijven te verlagen, het sluiten of onteigenen van panden en inkomenseisen te stellen aan woningzoekenden. Deze maatregelen zijn door een aantal grote steden beperkt toegepast. Sommigen gebruiken ze als stok achter de deur en alleen Rotterdam heeft de wettelijke mogelijkheid om de de toegang tot de woningmarkt te reguleren ingezet. Het instrumentarium wordt echter wel als nuttig ervaren. Uit de evaluatie blijkt dat de maatregelen werken, maar het een zaak van lange adem is. Ook volstaat het niet om alle problematiek aan te pakken, combinatie met sociaal-fysieke interventies is noodzakelijk voor duurzaam effect. Tevens kunnen onderdelen van de wet aangepast worden richting de aanpak van malafide en ondersteuning van bonafide eigenaren

De zgn. Rotterdamwet geeft grote steden in bepaalde achterstandsgebieden extra bevoegdheden hebben om hardnekkige problematiek aan te pakken. Aanleiding voor de totstandkoming van de wet was de oproep van de gemeente Rotterdam om verruiming van wettelijke mogelijkheden (Actieprogramma “Rotterdam zet door”, 2004). De geconstateerde problemen in bepaalde wijken waren van zodanig grote omvang dat het bestaande instrumentarium niet meer toereikend werd geacht. Wat betreft de opvang en begeleiding van sociaal-economisch kwetsbare groepen, die zich concentreren in aandachtswijken, was de grens van het absorptievermogen bereikt. Er was ook grote noodzaak om in die gebieden de economische situatie sterk te verbeteren vanwege een hoog percentage langdurig werklozen, een hoge graad van armoede en sociale uitsluiting. Daarnaast was er een grote mate van onvrede onder de bevolking over onaangepast gedrag, overlast en criminaliteit.

Het kabinet deelde de analyse dat Rotterdam kampte met zwaarwegende problemen op het sociale, fysieke en economische vlak en heeft welwillend gereageerd op de oproep om bevoegdheden en mogelijkheden te verruimen, als deze ontoereikend waren om grootstedelijke problemen op lokaal niveau aan te pakken. In korte tijd werden maatregelen uitgewerkt waarmee de gemeente Rotterdam, maar ook andere gemeenten met een dergelijke problematiek aan de slag konden gaan. De wet bundelde uiteindelijk enkele voorstellen die wetgeving vereisten. Doelen van de wet zijn het vergroten van de leefbaarheid, het verbeteren van het ondernemersklimaat en het aanpakken van eventuele woonproblematiek.
Het gaat om de volgende wettelijke maatregelen:

  • Steden met meer dan 100.000 inwoners mogen in speciaal aangewezen gebieden, zogenaamde kansenzones, de onroerende zaakbelasting voor kleine bedrijven verlagen. Ondernemers betalen dan minder voor beheer en eigendom van onroerend goed. Steden hopen daarmee het ondernemersklimaat en de wijkeconomie in achterstandsgebieden te verbeteren.
  • Alle steden mogen panden die de leefbaarheid van de buurt aantasten sluiten, in beheer geven of onteigenen. Dat geldt ook voor panden die een gevaar opleveren voor de veiligheid of de gezondheid. Onder andere de Onteigeningswet en de Woningwet zijn hiervoor aangepast. Hiermee kunnen steden woonproblemen, zoals overbewoning, effectiever aanpakken.
  • Op verzoek van de gemeenteraad van de betrokken stad kan de minister van BZK gebieden aanwijzen waar inkomenseisen worden gesteld aan woningzoekenden. Steden kunnen dan in deze gebieden de woonruimteverdeling strakker reguleren. Met name het stoppen van een instroom van kansarme bewoners dient hiermee bereikt te worden. 

De maatregelen worden door sommige gemeenten als te zwaar bevonden. Ook in de gemeente Rotterdam zijn niet alle partijen in de gemeenteraad even enthousiast. Het college en de meerderheid van de raad stellen niettemin vast dat de maatregel werkt. De verhouding tussen mensen met een baan en werklozen is beter geworden.

De wet is verschillende malen geëvalueerd. Zie o.a. Evaluatie Rotterdamwet G32
http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2012/07/18/evaluatie-wet-bijzondere-maatregelen-grootstedelijke-problematiek.html

Hieruit blijkt dat de instrumenten werken, maar om een lange adem vragen. Inzet is arbeidsintensief en tijdsrovend. Het totaal pakket wordt slechts op beperkte schaal ingezet. Verschillende gemeenten gebruiken de maatregelen als stok achter de deur en alleen Rotterdam heeft de mogelijkheid tot regulering van de woningmarkt ingezet. Toch vinden de meeste steden de wet nuttig en pleiten ze voor de uitbreiding ervan. Voor duurzame effectiviteit is combinatie met sociaal-fysieke maatregelen en andere juridische instrumenten noodzakelijk.

Uit de evaluaties blijkt het volgende:

  • Verlagen OZB voor kleine ondernemers in  kansenzones
    Tal van gemeenten gebruiken diverse instrumenten om ondernemers aan te trekken en economische activiteiten in bepaalde gebieden te stimuleren. Dergelijke economische kansenzones, bijvoorbeeld toegepast in Rotterdam, Amsterdam en andere steden, lijken in de praktijk ook goed te werken. Veel steden zijn echter niet (goed) op de hoogte van de mogelijkheid die de wet biedt om de OZB-heffing voor kleine ondernemers te verlagen in aangewezen kansenzones; sommige gemeenten achten deze mogelijkheid niet effectief genoeg en stellen verbeteringen voor. Mede als gevolg daarvan is de specifieke maatregel tot nu tot niet gebruikt. Er zijn wel enkele gemeenten die momenteel overwegen de OZB-verlaging in de toekomst in te gaan zetten.
  • Woningmarktbeleid
    De mogelijkheden uit deze wet om de toegang tot de woningmarkt te reguleren in bepaalde gebieden wordt niet veel gebruikt. Rotterdam is de enige gemeente die de maatregel tot nu toe gebruikt en is er tevreden mee. Enkele gemeenten overwegen om dit instrumentarium toe te passen. De meeste gemeenten kunnen tot op heden volstaan met andere maatregelen, maar vinden het wel zinvol dat de mogelijkheid bestaat voor het geval ze het in de toekomst nodig hebben, maar zien tot op heden nog geen noodzaak. Ze vinden het instrument te zwaar in verhouding tot de problematiek en/of hebben hun uitvoeringsorganisatie er niet op ingericht (en/of werken niet met een huisvestingsverordening en een huisvestingsvergunningsstelsel).
    Wanneer zich leefbaarheidsproblemen voordoen in gebieden met veel corporatiebezit kiezen diverse gemeenten voor sturing in de woningtoewijzing door afspraken te maken met corporaties. Zo worden via corporaties ook inkomenseisen gesteld, gescreend op strafblad en dergelijke. Dit is volgens gemeenten beduidend minder arbeidsintensief dan sturing op woningtoewijzing via de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek. In wijken met voornamelijk particulier bezit werkt de aanpak via de corporaties niet. Dat is de ‘niche’ voor toepassing van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek.
  • Mogelijkheden tot sluiten, in beheer geven en onteigenen van panden
    Naar aanleiding van diverse suggesties vanuit de steden, is er wellicht verbetering van de regelgeving mogelijk, waardoor de inzetbaarheid van het instrumentarium toeneemt en de slagkracht in de uitvoering wordt vergroot. De huidige bepalingen blijken ontoereikend. Ook zitten er in de praktijk haken en ogen aan (kosten, tijdrovend, arbeidsintensief, juridisch afbreuk risico). Het bestaande instrumentarium wordt dan ook tot nu toe weinig gebruikt; vooral grote gemeenten overwegen toepassing in de toekomst. De meeste gemeenten vinden het een te zwaar middel, maar willen wel graag dat het instrumentarium blijft bestaan, voor het geval ze het in de toekomst nodig hebben.

Wethouder Karakus: “Het aanpakken van de problemen vergt een lange adem. Het is belangrijk om in een aantal wijken door te pakken om de verbetering voort te zetten.”

Er ligt een wensenlijst vanuit de stedelijke praktijk om de wet aan te vullen, bijvoorbeeld met de mogelijkheid om malafide pandeigenaren harder aan te kunnen pakken. In aanvulling op de wet wordt door de G32 gepleit voor een aanvulling op de wet. De manier waarop de wet het gebruik van particulier bezit kan beïnvloeden wordt als te beperkt verondersteld. Om betere resultaten te kunnen boeken wordt het volgende bepleit:

  • mogelijk maken om malafide pandeigenaren hard aan te pakken met bestuurlijke boetes, verkoopplicht, verhuurverbod en bij recidive op korte termijn definitief de stad uit te zetten
  • overheden, maatschappelijke organisaties en instellingen daar intensiever bij te betrekken. Banken kunnen zich kritischer opstellen in het verlenen van hypotheken en stringenter hypotheken opeisen als dat vanwege strafbare feiten noodzakelijke lijkt. BZK kan bijdragen door het afsluiten van een Nationale Hypotheekgarantie niet meer mogelijk te maken of in te trekken
  • repressieve kant van de wet aanvullen met sociale aspecten, bijvoorbeeld verbreding naar zorg