banier wijkengids 2

12.3 Woningmarkt en onderwijs


Woningmarkt

De consequenties van krimp zijn vooral zichtbaar op de woningmarkt:

  • Prijsdaling en woningleegstand. Vooral in de slechte delen van de woningvoorraad kan dit leiden tot verpaupering en concentratie van kwetsbare groepen
  • De prijsdaling heeft bovendien tot gevolg dat eigenaren niet kunnen verhuizen bij veranderende woonbehoeften. Investeringen in aanpassing of verbouwing van de bestaande woning worden niet (volledig) gecompenseerd door hogere verkoopprijzen. De mismatch tussen woningaanbod en woningvraag stijgt in deze gebieden.


Onderwijs

De demografische ontwikkeling vertaalt zich in de topkrimpregio’s in dalingen van het aantal leerlingen met soms wel 50%. Voor scholen betekent dit: teruglopende inkomsten, risico van vervroegde afschrijvingen op schoolgebouwen en op termijn problemen met het aantrekken van leerkrachten. Het onderwijs in krimp- en anticipeergebieden staat voor een gezamenlijke transformatieopgave: vermindering van het aantal scholen, afnemende spreiding en bijbehorende mobiliteitsopgave en het handhaven van onderwijskwaliteit. Dit zijn regionale opgaven, het Rijk buigt zich over het opheffen van knelpunten in wet- en regelgeving, zoals de fusietoets en de bekostigings-systematiek.


Krimp wordt vooral zichtbaar in de consequenties voor de woningmarkt. Allereerst in de vorm van prijsdaling en woningleegstand. Vooral in de slechte delen van de woningvoorraad kunnen die t leiden tot verpaupering en concentratie van kwetsbare groepen. De prijsdaling heeft bovendien als gevolg dat woningen onverkoopbaar zijn waardoor eigenaren niet kunnen verhuizen als hun woonbehoefte veranderd, bijvoorbeeld door gezinsuitbreiding of andere woonwensen vanwege leeftijd of zorgafhankelijkheid. Aanpassing of verbouwing van de bestaande woning kan gehinderd worden door dalende prijzen. Investeringen worden dan niet of niet volledig gecompenseerd door hogere verkoopprijzen. De mismatch tussen woningaanbod en woningvraag stijgt in deze gebieden.

De ontgroening en het negatieve migratiesaldo vertalen zich in de topkrimpregio’s in dalingen van het aantal leerlingen met soms wel 50%. De gevolgen hiervan worden voelbaar in alle sectoren van het onderwijs. Voor scholen betekent dit teruglopende inkomsten, risico van vervroegde afschrijvingen op schoolgebouwen en op termijn problemen met het aantrekken van leerkrachten. Het onderwijs in krimp en anticipeergebieden staat voor een gezamenlijk transformatieopgave: vermindering van het aantal scholen, afnemende spreiding en de bijbehorende mobiliteitsopgave en handhaven van onderwijskwaliteit. Dit zijn vooral regionale opgaven. Maar die kunnen niet worden opgepakt als het Rijk zich niet buigt over het opheffen van knelpunten in wet- en regelgeving, zoals de fusietoets en de bekostigingssystematiek.