banier wijkengids 2

Wijkaanpak door de jaren heen

1. Vooraf
2. De wijkaanpak door de jaren heen

interessante publicaties

Burgerkracht in de wijk

Sociale wijkteams zijn een ‘lokalisering van de verzorgings-staat’. Ze kunnen een succes worden mits professionals en instituties zich laten leiden door de kracht van burgers en hun sociale netwerken.

Lees verder…


Burgers maken hun buurt

Veel burgers werken steeds vaker actief samen aan de kwaliteit van hun eigen buurt. Overheden juichen dit toe, maar worden daarbij wel met nieuwe vragen geconfronteerd. ‘Burgers maken hun buurt’ biedt een praktische handreiking voor professionals zoals wijkambtenaren en buurtopbouwwerkers.

Lees verder…




11. Burgerschap


Burgerschap

Er zijn verschillende vormen van burgerschap. In de wijkenaanpak gaat burgerschap vooral over bewoners die zelf het initiatief nemen om problemen in hun wijk op te lossen en het initiatief nemen om de leefbaarheid in hun buurt te versterken. Denk aan het in eigen beheer nemen van buurthuizen, het opzetten van een zorgcoöperatie, het overnemen van het groenbeheer. Het zijn ondernemende bewoners die in hun buurt het heft in handen nemen. Zij weten als geen ander wat er in hun wijk speelt en kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het prioriteren en oplossen van die problemen. Dit verhoogt de kwaliteit van oplossingen. Het is belangrijk om ruimte te bieden voor dit initiatief en ondernemerschap.


Nieuwe verhouding

Dit gaat echter niet vanzelf. Het vraagt om een nieuwe verhouding tussen burgers, overheden en het maatschappelijk middenveld, waarin burgers meer ruimte hebben om zelf aan het stuur te zitten. Het is dus van belang om tot een nieuwe verhouding te komen tussen burgers, overheden en het maatschappelijk middenveld, waarin burgers meer ruimte nemen, hebben en krijgen om zelf aan het stuur te staan. Dit gaat verder dan informeren, raadplegen, adviseren, meewerken en meebeslissen, de bekende participatieladder. Veel gemeenten, instanties en ook bewoners zelf worstelen met dit vraagstuk, hoe geef je dit nu op een concrete en werkbare manier vorm?


Bewoners kunnen het vaak even goed of zelfs beter. Ze weten beter wat er speelt in hun wijk omdat ze er wonen en niet alleen van 9 tot 5 aanwezig zijn. Bovendien kunnen ze meer doen, omdat ze nou eenmaal met meer mensen zijn. Een neveneffect is dat mensen door activiteiten te ondernemen meer zelfvertrouwen krijgen, vaardigheden leren en netwerken opbouwen, allemaal zeer nuttig om ook op andere vlakken actiever te worden. Doordat bewoners en professionals meer contact met elkaar hebben, ontstaat er bovendien over en weer meer begrip voor elkaar. Veel professionals geven aan het lastig te vinden om de participatie van bewoners goed te organiseren. Ook voor bewoners is het vaak moeilijk om een voet aan de grond te krijgen wanneer zij actief willen worden. Voordat je dus goed met bewonersparticipatie aan de slag kan is het belangrijk om de ‘backoffice’ geregeld te hebben. Want niets is dodelijker voor de motivatie van bewoners die graag willen, maar stuklopen op de bureaucratie. Maar hoe doe je dat? Het is essentieel om stevige bestuurlijke dekking te hebben, het liefst een heel college van BW en de gemeenteraad die er achter staan. Niet alleen in woord, maar ook in daad. Dat laatste betekent namelijk dat alle verschillende onderdelen binnen de gemeente erop aangesproken worden, maar ook de partners waarmee wordt samengewerkt. Projecten die als doel hebben om de bewonersparticipatie te bevorderen krijgen dan een bepaalde status. Door vervolgens te zorgen dat de professionals die met de bewoners werken een open houding hebben, die denken vanuit de belevingswereld van bewoners en niet vanuit institutionele belangen, creëer je de voedingsbodem voor een constructieve samenwerking met bewoners. Je zou dus zeker moeten zijn van het feit dat als er een bijdrage nodig is van een andere afdeling of partner, deze ook geboden wordt aan bewoners. Creëer intern een leerproces, door bijvoorbeeld intervisiebijeenkomsten te organiseren waar collega’s elkaar kunnen helpen met bewonersvraagstukken.


Voor het meer met en vanuit bewoners werken is een cultuurverandering nodig. Dat kan je zelden afdwingen. Sceptici zijn moeilijk te overtuigen vanachter het bureau, neem ze mee de wijk in en laat zien wat bewoners allemaal doen en kunnen. De afgelopen drie jaar is in ieder geval duidelijk geworden dat bewoners goed met geld om kunnen gaan en vaak zuiniger zijn dan professionals. Ook blijkt het erg mee te vallen met conflicten tussen bewoners. Dus die twee veelgehoorde bezwaren gaan in ieder geval niet op. Maak concrete resultaten zichtbaar.

Van belang is echter om bewoners echte zeggenschap te geven. Actieve bewoners besteden hun vrije tijd om input te leveren op gemeentelijke plannen of activiteiten te ondernemen om de leefbaarheid in hun wijk te vergroten. Als hun ideeën dan niet serieus worden genomen, waarom zouden ze dan hun kostbare tijd daarin steken? Dat betekent dus ook dat je als professional moet loslaten, op je handen moet gaan zitten. Oftewel je neerleggen bij de keuze van bewoners, ook als die wat anders kiezen dan jij zou doen. Indien nodig is het handig vooraf kaders te bepalen waarbinnen bewoners de ruimte krijgen. Doe dan aan verwachtingsmanagement, zodat bewoners weten waar ze aan toe zijn. Ondanks goede bedoelingen nemen professionals het vaak over van bewoners.

Er zijn ook twee basisvoorwaarden die vervuld moeten zijn om meer bewoners actief te krijgen: het basisniveau qua leefbaarheid moet op orde zijn en er moet een sociale infrastructuur zijn in de wijk. Als niet aan deze voorwaarden is voldaan, is het slimmer om eerst daarop te investeren.


Het is daarnaast goed om aan te sluiten bij de energie van bewoners in plaats vanuit de gemeente op te leggen op welke manier bewoners zouden moeten participeren. Veel bewoners willen graag buurtbewoners helpen, het groen in de wijk opknappen of een bijdrage leveren aan de veiligheid van hun wijk. Leg de nadruk op het stimuleren en ondersteunen van bewonersinitiatieven in plaats van het organiseren van participatie in beleidstrajecten. Of door in beleidstrajecten meer nadruk te leggen op onderwerpen die bewoners interessant vinden. Dan moet je de bewoners wel kennen. Doe bijvoorbeeld onderzoek naar de verschillende burgerschapsstijlen in ‘jouw’ wijk of ga eens naar de kapper en vraag naar belangrijke sleutelfiguren. Wil je ook eens bewoners betrekken die je normaal niet bereikt, organiseer dan eens wat kleinschaliger bijeenkomsten op locatie of ga langs bij een school. Door je meer te richten op bewonersinitiatieven en bijvoorbeeld bij mensen aan te bellen, bereik je ook mensen die liever de handen uit de mouwen steken in plaats van vergaderen.

Zorg voor adequate ondersteuning van bewoners, indien ze daarom vragen. Dat hoeft niet altijd geld te zijn, vaak kom je met persoonlijke aandacht al heel ver. Het ondersteunen van bewoners kan veel tijd kosten, maar minder weerstand tegen plannen of een grote groep actieve bewoners levert uiteindelijk ook veel tijd op. Voorkom in ieder geval dat de relatie met bewoners beschadigt raakt door tijdsdruk.

Veel meer over actief burgerschap is te vinden op de website van de stichting Actief Burgerschap. Op deze website vind je de relevante publicaties van Evelien Tonkens, die namens de stichting een bijzondere leerstoel bekleed aan de UvA.

RIGO – buurtparticipatie en leefbaarheid
Versterking van participatie is de moeite waard omdat actieve betrokkenheid van bewoners verschil maakt in hoe en buurt zich ontwikkeld. Aangrijpingspunten voor beleid zijn voor wijken met een (matig) positieve leefbaarheid:

  • Betrek nieuwe bewoners eerder bij de wijk. Gemiddeld komt de participatiegraad pas na een jaar of vier op peil.
  • Beperk het ontstaan van concentraties jonge eenpersoonshuishoudens en studenten.
  • Versterk de participatie van studenten in de wijk (in Amsterdam is het VoorUit-Project geïnitieerd waar studenten in aanmerking komen voor gratis woonruimte in ruil voor maatschappelijk activiteiten in de wijk waarin ze wonen).
  • Bevorder eigenwoningbezit (waak daarbij voor het ontstaan van onbedoelde risico’s voor financiering en onderhoud).
  • Versterk onderling vertrouwen in de buurt.

Aangrijpingspunt voor beleid in wijken met leefbaarheidproblemen:

  • Faciliteer contacten tussen oudere 65 plussers en actieve bewoners met een andere herkomst. Bij deze groep zou nog veel gewonnen kunnen worden.
  • Ook de groep tussen de 30 en 45 jaar kan nog meer aan de wijk gebonden worden. De nonparticipatie van deze groep beperkt zich immers tot wijken met leefbaarheidsproblemen.
  • De bekendheid met plannen om de wijk aan te pakken kan een positieve invloed hebben op het vertrouwen in de ontwikkeling van de wijk.

 Rob – loslaten in vertrouwen

 
 De vitale samenleving bestaat al, er kan alleen vanuit de overheid meer ruimte aan gegeven worden. Als hulpmiddel ontwikkelde de Rob een participatietrap voor overheidsorganisaties. Zo kunnen ambtenaren meer de rol van procesbegeleider aannemen. Er wordt een overheid participatietrap gepresenteerd als alternatief voor de burger participatietrap.
 Verder merkt de Rob op:

  • Schakelen tussen ruimte geven en strakke begeleiding is belangrijk en steeds afhankelijk van de behoefte die bij de betrokken bewoners leeft. Het vraagt sensitiviteit en flexibiliteit van ambtenaren.
  • Volledig terugtreden na het loslaten van een publieke taak is – zeker op korte termijn – vaak niet verstandig en haalbaar.
  • Bij de nieuwe werkwijze past het als de overheid minder sectoraal en meer geografisch wordt georganiseerd.
  • Degenen voor wie maatschappelijke ondernemingen publieke taken uitvoeren  moeten volgens de ROB een belangrijke stem krijgen.
  • Sluit met initiatieven aan bij wat er al gebeurt in Nederland, goede kans dat een idee ook elders is komen bovendrijven.

SEV-experiment - bewoners en invloed
Een vruchtbare manier om bewoners uit te dagen om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun woonomgeving is d.m.v. wijk-, bewonersbudgetten of vouchers. Een deel van de investeringsruimte en de verantwoordelijkheid voor het verbeteren van de leefbaarheid en de woonomgeving wordt daarmee bij bewoners neergelegd. Bewoners bepalen welke investeringen er gedaan worden.

Er wordt ook gesproken over verdergaande vormen van eigenaarschap via bijvoorbeeld wijkondernemingen en coöperaties. Het coöperatieve model leent zich goed voor het betrekken van bewoners bij het beheer van de woning en woonomgeving.

Vaak is er een concrete aanleiding of urgentie die de betrokkenheid van bewoners activeert. Dit kan aangewakkerd worden door een lichte interventie m.b.v. een professional. Doordat bewoners een eenvoudige methode volgen en echt met elkaar in gesprek gaan over de basisbehoeften in het dorp, komt veel bruikbaar materiaal naar boven waar bewoners actief mee aan de slag kunnen.

Internet kan als participatie-instrument gebruikt worden door middel van bijvoorbeeld community sites. Openheid is daarbij (en ook in andere gevallen) een cruciale voorwaarde. Openheid staat voor gelijke toegang tot informatie en voor de mogelijkheid krijgen om mee te kunnen doen. Mensen kunnen dan zelf de mate bepalen waarin zij willen participeren. Dit kan bijvoorbeeld door verschillende niveaus van betrokkenheid te organiseren (intensief en extensief).

Werkprocessen op orde hebben is een belangrijke voorwaarde voor geslaagde participatie. Het zijn niet alleen bijzondere talenten en persoonlijkheden die het succes bepalen. Het begint bij simpelweg afspraken nakomen, werk goed uitvoeren en heldere communicatie, ofwel: de basis op orde.

Sociaal Cultureel Planbureau – een beroep op de burger
Burgerbudgetten kunnen veelbelovend zijn voor het vergroten van de participatie en zelfredzaamheid van burgers.

Dat bewonersinitiatieven ook zelfstandig kunnen bestaan zonder of met minder regie van de gemeente, is nog lang niet bewezen.

WRR – vertrouwen in burgers
De WRR geeft een aantal ideeën weer:

  • Groene streekmaatschappen , samengesteld uit grondeigenaren en omwonenden, kunnen een wenselijk tegenwicht bieden bij de beheer van de open ruimte of natuur. De soms overmatige vrijblijvendheid van de vrijwillige inzet van bewoners krijgt dan meer structurele inhoud.
  • Alternatieve spelregels kunnen uitnodigen tot actieve betrokkenheid. Er kan een lagere OZB geheven worden in buurten met actieve buurtpreventie, bewoners hebben daar immers politietaken overgenomen.
  • Buurt verbeteringszones kunnen in sommige situaties worden ingesteld. Bewoners kunnen verplicht worden tot deelname (bijvoorbeeld energiebesparing door middel van collectieve voorzieningen). Dit kan een alternatief vormen voor veelal tandloze wijkraden en als gesprekspartner van beleidsmakers fungeren.
  • Met het oog op bezuinigingen en bevolkingskrimp kunnen voorzieningen als dorpshuizen multifunctioneel worden gebruikt.
  • Bij conflicten over de leefomgeving kan eerst een bemiddelaar ingeschakeld worden als pauzemoment. Dit kan de juridisering van procedures tegengaan.
  • Geef frontlijnwerkers ruimte om te verbinden
  • Neem de bewoner of het probleem als uitgangspunt
  • Het is zinvol wanneer kleine, regionale maatschappelijke instellingen bescherming genieten van grote zoals corporaties, zorg- en onderwijsinstellingen.  




Thema's

Participatie in Vreewijk

Radboud Engbersen en Tineke Lupi_
Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken nummer 1 – 2014

Sinds vorig jaar volgt Platform31 het verbeterprogramma voor de Rotterdamse wijk Vreewijk. Na jaren van strijd tussen alle partijen is dit programma overeengekomen. Zelf vinden ze het proces vernieuwend, maar na alle belangrijke spelers gesproken te hebben, komen we tot een andere conclusie. De wijk heeft veel weg van een dorp met vaste structuren en relaties waartussen het lastig laveren is op weg naar een nieuwe toekomst.

Lees verder