banier wijkengids 2

10.9 Aanpak Veelplegers


Veelplegers veroorzaken vaak veel overlast in wijken. De aanpak vraagt samenwerking tussen de zorgsector en justitie. Een onderzoek daarnaar leverde oa. de volgende inzichten:

  • Betrokken professionals zijn steeds op zoek naar ‘de beste oplossing’. Het stilzwijgende streefbeeld is dat de veelpleger op het goede pad wordt gebracht én blijft. Ook bestuurders verwachten dat. Maar door de complexe en meervoudige problematiek, die vaak niet goed past op wat het justitiële systeem en de zorgsector kunnen, is er een terugkerend patroon van ‘misgaan’. Erken dat er geen beste oplossingen zijn en vaak alleen tijdelijke nodig zijn.


  • De samenwerking levert resultaat op, maar is ook heel arbeidsintensief. Dat komt door de complexe problematiek van veelplegers en door de dynamiek in hun probleemgedrag.
  • Casusoverleggen blijken overladen met casussen en dat is weinig effectief. Gebruik casusoverleg alleen voor die gevallen die niet met simpele afstemming tussen betrokkenen kunnen worden afgedaan.

Onmogelijke levens, botsende logica’s en eigenzinnige professionals; de aanpak van veelplegers in Rotterdam en Leiden van Joost Vos, Corine Balder, Bert van Hemert en Hendrik Wagenaar.


Bij de aanpak van veelplegers is een groot aantal partijen betrokken. Het veiligheidshuis fungeert als coördinatiepunt van de samenwerking. Die samenwerking is niet eenvoudig en roept de nodige vragen op . Dat was aanleiding voor twee steden – Leiden en Rotterdam - om in samenwerking met het Platform31/ Nicis Insititute onderzoek te doen. In het ‘Actieonderzoek veelplegers’ hebben de onderzoekers geparticipeerd in Veiligheidshuizen overleggen in de twee steden, interviews gehouden met professionals en enkele veelplegers en hebben ze allerlei documenten bestudeerd.

Uit alle materiaal hebben de onderzoekers vier thema’s gedestilleerd die van belang zijn voor de effectiviteit van de aanpak van de veelplegers.

  1. Het thema van de ‘onmogelijke’ levens van veelplegers. Veel veelplegers hebben een combinatie van problemen, die op zichzelf al ingewikkeld zijn, zoals verslaving, persoonlijkheidsstoornissen, een psychiatrische geschiedenis, zwakbegaafdheid, dakloosheid, schuldenproblematiek, sociale armoede. Niet alleen passen ze daardoor niet goed in de ‘hokjes ‘ en ‘oplossingen’ van het justitiële systeem en de zorgsector, maar ook door de aard van hun problemen is er sprake van een patroon van ‘misgaan’.
    Toch zijn betrokken professionals steeds op zoek naar ‘de beste oplossing’ als een situatie uit de hand loopt. Het streefbeeld waarmee zij werken is toch dat de veelplegers op het goede pad kan worden gebracht én blijft. Ook bestuurders verwachten dat. Dat streefbeeld is echter niet realistisch en het zoeken naar de beste oplossing brengt soms eindeloze discussie én wrevel met zich mee. Beter is het te erkennen dat er geen beste oplossing is, en vaak ook alleen een tijdelijke.
  2. Botsende logica’s tussen de justitiële wereld en de zorgsector. De zorg kent een oriëntatie op de persoon, principes van vrijwillige behandeling en een markt mechanisme. Justitie is georiënteerd op een veilige en rechtvaardige samenleving, justitieel ingrijpen en is er sprake van bureaucratische structuren en mechanismen. In de samenwerking kan dat tot spanningen en conflicten leiden, die de samenwerking ernstig kunnen frustreren als ze niet goed worden gezien en begrepen, en als een gemeenschappelijke visie – een  actie framework’ – ontbreekt.
  3. De eigenzinnige professional (Best person professional). Veelplegers, met hun complexe problematiek passen niet goed in de hokjes en ‘oplossingen’ van de twee domeinen. Eigenzinnige professionals lukt het desondanks om resultaten te boeken in het terugdringen van overlast, zelfs bij de aller moeilijkste deelgroep. Dat doen ze door, als Best Persons, regels en maatregelen creatief in te zetten. Ze leggen al doende een basis voor de ontwikkeling van de aanpak van Best Persons en de samenwerking.

Politieagent Jan heeft zich in de loop der jaren een bepaalde positie verworven, zowel bij zijn collega’s als bij de veelplegers. Veel veelplegers kent hij al jaren. Hij weet ook met welke veelplegers afspraken te maken zijn. Hij spreekt hen aan op de momenten dat zij aanspreekbaar zijn en legt hen dan uit, dat er bijvoorbeeld boetes open staan dat dit betekent dat ze vandaag of morgen opgepakt kunnen worden. Maar wat hij ook doet, en dat is vrij uniek aan zijn aanpak, hij geeft de veelpleger een keuze bij het oplossen van de boete. Door bijvoorbeeld te vragen of hij opgepakt wil worden of liever kiest voor een betalingsregeling. In de praktijk maakt hij zelfs afspraken over de dag waarop de veelpleger zich dan met een tasje met kleding kan komen melden, om zijn straf uit te zitten, zodat zowel de veelpleger als de politie rekening kan houden met zijn verblijf. Daarnaast heeft Jan afbetalingsregelingen georganiseerd met veelplegers. Omdat de meeste veelpleger hun boete niet in een keer kunnen betalen, geeft hij hen de gelegenheid om in termijnen te betalen. Vervolgens komen op vaste momenten mensen bij het bureau langs om een enveloppe met geld af te geven voor Jan, die daarvoor een aparte boekhouding voert. De afspraken maakt hij niet alleen als hij ze spontaan tegenkomt op straat. Hij zoekt hen ook actief op, omdat hij weet waar ze eten bijvoorbeeld. Dan meldt hij zich aan om mee te eten en overhandigt en passant brieven en geeft informatie over uitstaande boetes of andere overtredingen. Door de vertrouwensband die hij op deze manier heeft opgebouwd, komen sommige veelplegers ook naar Jan toe voor advies. Bijvoorbeeld omdat ze op enig moment een auto op hun naam hebben laten zetten, in ruil voor geld, waarvoor ze vervolgens wekelijks bekeuringen ontvangen. Jan helpt ze dan om de auto
weer van hun naam af te krijgen. Het werkt niet altijd, soms komen ze niet of te laat voor het
inleveren van de betalingstermijn. Dan geeft Jan hen een waarschuwing. Afhankelijk van de reden
van niet nakomen van de afspraak krijgt de veelpleger een herkansing of wordt hij alsnog aangehouden.

      4. Kritischer casusselectie. In de overleggen in de betrokken Veiligheidshuizen was een casus ‘overload’ gegroeid. Wat nodig bleek was een scherpe selectie op welke casussen echt met alle partijen moeten worden besproken en waar dat niet nodig is. En bestuurders van betrokken instellingen in het samenwerkingsverband moeten dan de regie van lastige gevallen in het Veiligheidshuis respecteren.

Een selectieve bespreking van de meest lastige casus biedt kans om de gewenste
diepgang aan te brengen. Daarmee ontstaat de mogelijkheid om voor daadwerkelijk van betekenis te
zijn bij de meest complexe problematiek. Suggesties die gedaan zijn voor casusselectie, gedurende het onderzoek zijn:

  • Personen met een lange historie en een meervoudige problematiek
  • Als de hulpverlener er (ook met hulp) alleen niet uit komt
  • Vanuit zorg-perspectief: bij onvoldoende medewerking cliënt
  • Vanuit justitie-perspectief: bij ontoereikende juridische titel
  • In specifieke situaties zoals uitstroom uit een maatregel (ISD, RM)

  • Onmogelijke levens, botsende logica’s en eigenzinnige professionals; de aanpak van veelplegers in Rotterdam en Leiden van Joost Vos (TNO Management Consultants), Corine Balder (Hoogeschool Leiden), Bert van Hemert (Universiteit Leiden) en Hendrik Wagenaar (Sheffield Universiteit)