banier wijkengids 2

1.1 Wijkaanpak en de 3D's


Gemeenten staan voor grote veranderingen in het sociale domein. Op een drietal terreinen vinden omvangrijke decentralisaties plaats (Jeugdzorg, AWBZ begeleiding en ondersteuning, de Participatiewet). De verzorgingsstaat gaat over in een samenleving waarin stimuleren van zelfredzaamheid en participatie belangrijk wordt gevonden. Dit vraagt om nieuwe verhoudingen tussen overheid, burger en samenleving. Meer dan eerst wordt een beroep gedaan op eigen kracht en verantwoordelijkheid van burgers en op het, waar dat kan, betrekken van de omgeving. Het blijft echter de taak van de overheid om ondersteuning te bieden aan de meest kwetsbaren die het zonder hulp niet redden.


Vanuit het uitgangspunt van 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur werken hulpverleners niet meer langs elkaar heen bij de ondersteuning van één gezin. De decentralisaties bieden de kans om deze ondersteuning zo effectief en efficiënt mogelijk te organiseren en in aansluiting op de lokale leefwereld van mensen. Met een integrale domeinoverstijgende aanpak op maat, kan meer gericht op resultaat en kostenbesparend worden gewerkt. De aanpassingen die hiervoor nodig zijn, richten zich op verschuivingen van taken, verantwoordelijkheden en middelen (de zgn. transitie). Daarnaast heeft het vooral te maken met een andere manier van denken en doen bij gemeenten, instellingen en burgers (de zgn. transformatie), mede ook door de bezuinigingen.

 


Het kabinet spreekt mensen aan op hun eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheid om te participeren aan onze samenleving. Daarbij blijft er oog voor kwetsbare huishoudens die het zonder steun van de overheid niet kunnen redden. De decentralisaties binnen het sociaal domein bieden gemeenten de mogelijkheid om burgers waar nodig direct en goed te ondersteunen. Het is de uitdaging voor gemeenten dit op een zodanige wijze te organiseren dat de soms meervoudige hulpvraag van een huishouden als één vraag wordt behandeld, ‘achter het loket’ door de verschillende partijen effectief wordt opgepakt, en vervolgens de ondersteuning in samenhang en op maat wordt aangeboden, in aansluiting op de lokale leefwereld.

Bij het ondersteunen van huishoudens staat het aanbod aan voorzieningen niet centraal, maar het resultaat: het bevorderen van de zelfredzaamheid en de participatie in de samenleving. Uitgangspunt daarbij is de inzet van de eigen kracht van de mensen zelf en van zijn/haar eigen sociale netwerk. Dat vraagt een grote omslag in het denken en doen. In eerste instantie van de gemeenten zelf, van betrokken instellingen en uitvoerders, maar ook van burgers zelf.

Mede onder druk van de bezuinigingen die met de decentralisaties gepaard gaan, geven gemeenten bij de ondersteuning voorrang aan eenvoudige oplossingen, de inzet van preventieve maatregelen, gebruik van collectieve voorzieningen en versterking van de 1-ste lijn.

Daar waar sprake is van ingewikkelde, en meervoudige problematiek - bijvoorbeeld bij kwetsbare gezinnen, vaak ook geconcentreerd in aandachtswijken - vraagt de ondersteuning een integrale aanpak. Hierbij zijn sectoren ontschot, en is de benadering vertaald naar “één gezin, één plan, één regisseur”. Zoals in het regeerakkoord van het kabinet Rutte II is vastgelegd zal deze benadering het uitgangspunt zijn bij de decentralisaties in het sociale domein. Dat deze aanpak effectief is, laten de resultaten van een experiment, geïnitieerd door de ministeries van BZK en VWS, zien. Dit initiatief is inmiddels uitgegroeid tot een regionaal kennis- en leernetwerk ‘Achter de voordeur-/Multiprobleemgezin-aanpak’ van meer dan 50 gemeenten en het beschikbaar zijn van tal van producten en instrumenten (bv. model voor maatschappelijke kosten/batenanalyses). Hierbij wordt specifiek gericht op huishoudens waar een groot aantal instanties betrokken is bij de zorg-, hulp- en dienstverlening. Dankzij de aanpak gaat het beter met deze kwetsbare gezinnen, neemt de veiligheid in huis en op straat toe, en neemt de overlast in de wijk af.

Inzetten op eigen kracht vergroot ook de zelfregie en participatie van deze gezinnen en huishoudens. Bovendien leidt deze aanpak tot het terugdringen van bureaucratie en verkokering (geen tien verschillende hulpverleners, maar één regisseur/frontlijnwerker met mandaat) en tot een doelmatiger inzet van middelen. Ook de ervaringen met het landelijk experiment ‘Gezonde wijk in Praktijk’ en de inzet van wijkverpleegkundigen (‘Zichtbare Schakels’) laten zien dat een integrale aanpak succesvol is.

Bij de implementatie van de decentralisaties kan worden voortgebouwd op de kennis en ervaring die de afgelopen periode is opgedaan, en op de bestaande kennis- en leerkringen. De betrokken departementen, VNG en kenniscentra zijn daarin ondersteunend; de primaire verantwoordelijkheid ligt uiteraard bij de gemeenten. De Transitie-bureaus spelen bij het faciliteren een belangrijke rol (bijeenkomsten, website, handreikingen, etc.). Ook het project ‘Integrale aanpak gemeenten, waarbij het Rijk samen werkt met twaalf (focus)gemeenten en innovatieve werkwijzen worden verzameld en (landelijk) verspreid, is hiervan een voorbeeld. Thema’s die daarbij naar voren komen zijn bijvoorbeeld:

  • Gebiedsgericht werken, sociale wijkteams en frontlijnsturing (o.a. mandaat professional, escalatieladder);
  • Burgerkracht, burgerparticipatie en vergroten zelfredzaamheid;
  • Toegang tot voorzieningen/maatregelen (bv. ook via ICT-instrumenten);
  • Financiën (inkoop, aanbesteden, subsidiëren);
  • Relatie tussen gemeenten en zorgverzekeraars, corporaties, huisartsen, onderwijs (invulling regierol gemeente, omslag naar preventie, neerslaan van kosten/baten);
  • Inzicht in doelgroepen en overlap in gebruik van meer voorzieningen;
  • Effecten, outcome, en verantwoording daarover (Raad, burgers/cliëntorganisaties);
  • Informatievoorziening (gegevensuitwisseling via ICT, standaardisatie, privacy-aspect). KING voert in opdracht van de VNG een verkenning uit naar dit thema binnen het sociale domein;
  • Kennis en vaardigheden generalisten (competentieprofielen, opleidingen).   

Over veel van bovenstaande thema’s is inmiddels ook kennis en ervaring uitgewisseld met en tussen een dertigtal gemeenten tijdens de leerkring ‘sociale wijkteams’, geïnitieerd door het G32-stedennetwerk met ondersteuning van het Platform31
De omslag naar een andere manier denken en doen vanuit de overheid, waarbij meer aansluiting wordt gezocht bij de leefwereld en initiatieven van mensen, betekent niet alleen loslaten vanuit de rijksoverheid (grotere beleidsruimte en meer verantwoordelijkheid voor gemeenten), maar waar het kan ook het loslaten door gemeenten zelf. Maatwerk en beleidsvrijheid bieden namelijk de mogelijkheid om mensen zelf meer invloed op de eigen woon- en leefomgeving uit te laten oefenen, en meer over te laten aan de samenleving (minder overheid), zonder de meest kwetsbaren uit het oog te verliezen.

Een interessante beweging is in dat verband bijvoorbeeld de opzet van wijkondernemingen (LSA-experimenten) op het terrein van zorg, buurtbeheer of andere voorzieningen, waarbij tevens werkervaring wordt opgedaan, of het komen tot nieuwe financieringsvormen voor maatschappelijke aanbestedingen. Bij dergelijke maatschappelijke initiatieven kan de overheid een faciliterende rol vervullen (participerende overheid).

  • Decentralisatiebrief kabinet
    PDF
  • TK-Brief 'Contouren Participatiewet' d.d. 21 december 2012
    PDF
  • Invoering WMO
    Website
  • WRR-Rapport 'Vertrouwen in burgers', met bijbehorende kabinetsvisie (eerste reactie) d.d. 22 juni 2012
    WRR-Website
    Kabinetsvisie