Wet- en regelgeving (Bouwregelgeving)

De vraag naar klein wonen neemt een vlucht. Of het nu gaat om tiny houses – kleine vrijstaande huisjes, al dan niet door bewoners zelf ontworpen – of micro-appartementen, in trek in hartje centrum van de populairste steden in Nederland. Naar verwachting blijft deze vraag ook in de aankomende decennia bestaan. Immers, het aantal eenpersoonshuishoudens blijft voorlopig stijgen, de populariteit van de stad zal nog wel even aanhouden en ook de interesse in duurzaamheid neemt toe.

Eén van de aspecten die we onderzoeken gaat over de wet- en regelgeving voor klein wonen.

Bouwbesluit

Kleine woningen kunnen te maken hebben met bouwregelgeving. In het Bouwbesluit zijn eisen opgenomen ten aanzien van oppervlakten, maar ook veiligheid omtrent constructies en brandwerendheid. Hieronder geven we een overzicht van de regels die relevant zijn voor de oppervlakten en maten. Hierbij maken we een onderscheid naar standaardwoningen, woonwagen, woningen die door een particulier worden gebouwd en tijdelijke woningen (woning die voor maximaal 15 jaar wordt gebouwd).

Zie: Overzicht van de regels die gelden voor het bouwen van kleine woningen (pdf)

Gelijkwaardigheid

Het Bouwbesluit geeft een mogelijkheid om af te wijken van de eisen zoals die hier zijn benoemd. De prestatie-eisen zoals hierboven aangegeven, zijn opgenomen vanwege achterliggende redenen als het gaat om veiligheid, bescherming van de gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en bescherming van het milieu. Als de initiatiefnemer aannemelijk kan maken dat het ontwerp dat wordt ingediend aan de onderliggende prestatie-eisen voldoet, dan kan een gemeente (het bevoegde gezag) hiervan afwijken. Overigens is de commissie gelijkwaardigheid (www.atgb.nl) in het leven geroepen, die kan adviseren bij eventuele geschillen rondom de bouwregelgeving.

Klein Wonen en het Bouwbesluit

Rondom tiny houses en de bouwregelgeving bestaan nog een hoop vragen en onduidelijkheden. Op basis van het Bouwbesluit 2012 is al veel mogelijk. Joost Pothuis, adviseur bouwregelgeving bij Arcadis geeft aan de hand van drie praktijkvoorbeelden een toelichting op de mogelijkheden die het nu geldende Bouwbesluit biedt, met het gelijkwaardigheidsbeginsel in het bijzonder.

Parkeren

Net als bij reguliere woningen zijn er parkeernormen voor kleine woningen. Deze parkeernormen zijn bijvoorbeeld opgenomen in het bestemmingsplan of in beleidsnotities van de gemeente. Vaak gelden voor kleine woningen dezelfde normen als voor andere woningen, terwijl dit door een andere motivatie rondom wonen niet altijd nodig is. Maatwerk is dan nodig, waarvoor binnen een gemeente procedures zijn die tijd vergen. Het is daarom verstandig voor initiatiefnemers en ontwikkelaars om in een heel vroeg stadium te overleggen over de parkeernorm.

Gemeenten beschikken vaak over parkeernormen. De basis van deze parkeernormen ligt veelal in de richtlijnen die door het CROW zijn opgesteld. In de richtlijnen maakt het CROW voor woningen onder meer onderscheid naar ligging gebied (zoals centrum, woonwijk), type gebied (zoals hoogstedelijk, dorps, landelijk), soort woning (zoals grondgebonden, appartement) en prijs (zoals goedkoop, middelduur, duur). De richtlijnen geven een parkeerbehoefte per woning, waarbij het cijfer is opgebouwd uit een parkeerbehoefte voor de bewoner(s) en voor de bezoeker(s). Het CROW presenteert deze cijfers als richtlijnen en niet als norm: situaties kunnen verschillen per locatie, omdat er specifieke omstandigheden zijn.

Dit betekent bijvoorbeeld dat als er woningen worden gerealiseerd die zich richten op alleenstaanden, dat het logisch is dat de parkeernorm voor die ontwikkeling zich hierop afstemt. Maar ook als op een locatie gebruik wordt gemaakt van deelauto’s, kan een norm iets worden aangepast. Ook als een locatie bovengemiddeld bereikbaar is met het openbaar vervoer, kan naar de parkeernormen worden gekeken. Met dit laatste is het wel van belang dat in de parkeerrichtlijnen de bereikbaarheid met het openbaar vervoer is verwerkt: hoogstedelijk heeft een lagere parkeernorm dan dorps; dit geldt ook voor centrumgebieden.

De richtlijnen worden steeds verder ontwikkeld. Zo is recent een richtlijn toegevoegd voor zelfstandige kamerverhuur (niet-studenten), met een parkeerrichtlijn van 0,5 parkeerplaatsen per woning. Ook zijn er richtlijnen opgenomen voor niet-zelfstandige verhuur. Door gebruik te maken van dit soort gegeven, kan met verstand naar de behoefte van de parkeervoorzieningen worden gekeken.

Parkeernormen, lust of last?

In de afgelopen jaren is er steeds meer kennis opgedaan over parkeerbehoefte. Er ontstond een steeds grotere diversificatie in parkeernormen bij gemeenten, maar de kennis is nog steeds in ontwikkeling. Niet alle gemeenten stellen hun parkeernormen bij als er nieuwe inzichten zijn. Maar ook nog niet alles is bekend. Bijzondere woonvormen vragen om maatwerk bij parkeernormen. Van Beusekom deelt zijn kennis.

Anticiperen op de Omgevingswet

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, worden de regels uit het Bouwbesluit en de Woningwet die gaan over de kwaliteiten van de woningen in de wet geïntegreerd. Het doel van de Omgevingswet is om regels in het fysieke domein te bundelen en te vereenvoudigen. Maar ook de (verdere) decentralisatie van regelgeving speelt een rol. Aangezien het parkeren al aan gemeenten wordt overgelaten, zal in deze systematiek weinig veranderen. De regels over de kwaliteitseisen van het Bouwbesluit, zullen landen in één van de vier AMvB’s onder de Omgevingswet (het Besluit bouwwerken leefomgeving – het Bbl). Op dit moment is het Bbl nog in ontwikkeling, waardoor nog niets met zekerheid is te zeggen over de kwaliteitseisen die aan woningen worden gesteld onder de Omgevingswet.

Klein wonen