Contact

Maarten Hoorn

Maarten Hoorn

Projectleider

06 1015 6708

06 57 94 22 83

Micro metropolitaan wonen

Door Joop de Boer (Pop-Up City) en Yvonne Franquinet (ARCAM)

Welke internationale voorbeelden van micro wonen in de stad zijn ook toepasbaar in Nederland? En onder welke voorwaarden kun je micro woningen in Nederlandse steden toelaten? De sessie over micro metropolitaan wonen ging hier op in.

Internationale voorbeelden

Joop de Boer van Pop-Up City keek naar internationale voorbeelden van complexen met microwoningen in metropolitane gebieden om te verkennen wat de kwaliteiten zijn. Een aantal internationale trends zorgen ervoor dat de markt groeit: het is de eeuw van de stad, de global nomad is geboren en er zijn steeds meer eenpersoonshuishoudens. Micro wonen gaat vaak samen met co-wonen. Nieuwe initiatieven richten zich vaak op specifieke doelgroepen en daarmee op nichemarkten. Hierdoor ontstaan micro-communities, soms ook op onverwachte plaatsen in de stad. De communities kunnen op verschillende manieren ontstaan of juist worden gecreëerd.

In The Collective in Londen zijn de privé voorzieningen zo klein mogelijk, maar zijn de (gedeelde) voorzieningen uitgebreid. Dit concept wordt juist gerealiseerd op locaties waar weinig voorzieningen zijn. Op die manier creëer je communities en nieuwe aantrekkelijke plekken in de stad.

Bij Nest in Kopenhagen vindt juist een selectie van de nieuwe bewoners plaats om de communities te laten ontstaan: hier zijn uitsluitend techondernemers toegestaan. Op een vergelijkbare manier werkt Podshare in onder andere Los Angeles en San Francisco: hier zijn open bedstedes te huur die overdag als werkplek te gebruiken zijn. De community ontstaat doordat privé ruimte niet aanwezig is en de achtergrond van de bewoners vergelijkbaar is. Freelancers, temps en nieuwkomers die hun kans in de stad willen pakken, maken hiervan gebruik.

Podshare bouwt voort op een andere trend, waarbij gebruik belangrijker is dan bezit. Mensen krijgen een abonnement op het wonen, waarbij ze tijdens de looptijd van het abonnement ook gebruik kunnen maken van de andere locaties. Eenzelfde principe hanteert Roam, met locaties over de hele wereld. Gebruikers hebben een abonnement op wonen, onafhankelijk van de locatie.

Toename micro-appartementen in Nederland

In Nederland zie je micro-appartementen ook toenemen. Steeds meer zijn dat andere varianten dan de traditionele huur- of koopwoningen. Zo bestaat Zoku in Amsterdam voor de helft uit short-stay en voor de andere helft uit long-stay appartementen. De studio’s zijn gericht op een combinatie van wonen en werken. De gemeenschappelijke voorzieningen zijn belangrijk voor het vormen van de community. Zoku maakt daarbij juist gebruik van de mooiste plekken van het gebouw: door op het dak een gemeenschappelijke voorzieningen te realiseren, is de locatie juist aantrekkelijk.

Het Architectuurcentrum Amsterdam (Arcam) organiseerde drie ontwerplabs over klein wonen aan de hand van drie locaties in Amsterdam: de Jan Evertsenstraat, de Sluisbuurt en het Marineterrein. Yvonne Franquinet licht toe dat bij deze ontwerplabs naar de woning, het complex en de buurt is gekeken. Op basis hiervan zijn 10 ontwerpprincipes geformuleerd, die gedeeltelijk aansluiten bij de lessen uit het buitenland.

  1. Kijk op een nieuwe manier naar doelgroepen. De doelgroep is veel groter dan starters alleen. Hou ook rekening met de spanning tussen sociale en fysieke afstand. De metropolitane bewoner woont dicht op zijn medebewoner. Dit wil nog niet zeggen dat hij een sociale nabijheid wenst.
  2. Durf bewonersselectie aan. Er lijkt steeds meer interesse te zijn voor thematische woongroepen en gelijkgestemden vormen een hechte community. Hier is wel het nadeel dat de inclusiviteit van de stad wordt aangetast.
  3. Kies voor de gedeelde functies, maar bedenk waar je die kunt plaatsen. Dit kan per verdieping, per cluster appartementen of voor het gebouw in zijn geheel, en is afhankelijk van de gewenste sociale nabijheid.
  4. Maak het delen tot een plus. Door de entree heel aantrekkelijk te maken of op het dak fantastische voorzieningen te plaatsen, is het delen een luxe die wordt aangeboden.
  5. Geef om privacy. Dit geldt in het woongebouw zelf, maar ook in een woning: je moet je af kunnen zonderen. Als bijvoorbeeld gezinnen doelgroep zijn, moeten kinderen zich kunnen afsluiten.
  6. Persoonlijke dienstverlening. Juist door dienstverlening aan te bieden waar een persoon (het gezicht) bij hoort, versterk je het gevoel van saamhorigheid en veiligheid in een buurt of in een complex.
  7. Speel in op de veranderende woonwensen: de keuken is bijvoorbeeld belangrijker geworden dan de woonkamer.
  8. Denk in m3 in plaats van in m2. Zorg dat er voldoende licht is. Denk dus in hoogtes of zorg ervoor dat er voldoende lichtinval is met een goed uitzicht. Klein wonen betekent niet dat het geen kwaliteit moet hebben.
  9. Organiseer tenders van voldoende schaal. Laat ontwikkelaars en architecten meedenken. Hierdoor kan een integraal ontwerp worden gemaakt waarbij gebouw, publieke ruimte en wijk als geheel ontworpen kunnen worden. Een goed ontwerp en invulling van deze schaalniveaus versterkt elkaar.
  10. Blijf voortdurend in dialoog. Er komen steeds nieuwe woon- en samenlevingsvormen. Denk bijvoorbeeld aan het friends-concept. Voor dergelijke principes moeten wet- en regelgeving soms wijzigen.

Micro metropolitaan wonen kan ook in andere steden dan alleen in Amsterdam slagen. Het gaat immers ook om het creëren van communities en van plekken die de stad op die locatie aantrekkelijk maken. Om de kwaliteit van goed niveau te houden, is aandacht voor social design belangrijk. Nu wordt dat nog niet vaak betrokken bij een ontwerp, maar het is cruciaal voor het creëren van een community.

Meer lezen

Klein wonen
bij de tiny houses 22