Lees ook

Een te smalle taakopvatting voor corporaties

Blog Anne-Jo Visser

Laten we eens een onderzoek doen naar de niet DAEB-investeringen van corporaties in de afgelopen drie jaar en dan met beleggers checken of die rendementen voor hen haalbaar zijn.

Lees verder

infographic Ver van Huis

Infografic n.a.v. rapport


Samenvatting op hoofdlijnen rapport Parlementaire Enquête Woningcorporaties


De vier hoofdvragen die als rode draad door het rapport lopen:

  • Wat ging er mis?
  • Hoe kon dat gebeuren?
  • Wie waren verantwoordelijk?
  • Hoe kan het beter?


Wat ging er mis?

De negatieve beeldvorming en beoordeling van de corporatiesector is niet onterecht gebleken. In individuele gevallen is deze meer dan gerechtvaardigd, zo concludeert de commissie op basis van haar onderzoek. De commissie heeft specifiek onderzoek gedaan naar die incidenten waarbij de verantwoordelijke bewindspersoon zich genoodzaakt zag een externe toezichthouder aan te stellen. Sinds het midden van de jaren negentig gebeurde dat tot op heden in totaal vijftien keer. Uit dat casusonderzoek van de commissie komen schokkende feiten naar voren over het functioneren van de betrokken corporaties. Er is sprake van wanbestuur, bestuurscrises of ernstig financieel mismanagement, soms ook in combinatie. In opvallend veel gevallen is er ook sprake van zelfverrijking, of op zijn minst ontbreekt een ‘moreel kompas’ bij topbeloningen. Het feitenrelaas van de onderzochte casussen heeft de commissie verbaasd, geschokt en verontrust. De commissie deelt de publieke verontwaardiging die is ontstaan over het verlies van zo veel maatschappelijk vermogen dat gebruikt had kunnen en moeten worden voor investeringen in de sociale volkshuisvesting in Nederland.

De commissie heeft diverse casussen uitgebreid geanalyseerd. Uiteraard Vestia, maar ook Woonbron, Rentree, WSG en Rochdale. Daarnaast beschrijft de commissie wat er mis ging in het stelstel aan de hand van de historie vanuit het perspectief van het politieke besluitvormingsproces. Te beginnen in 1993 bij de brutering. De commissie zet haar vraagtekens bij de doeltreffendheid, doelmatigheid, controleerbaarheid en de legitimiteit van de sector.

Hoe kon dat gebeuren?

De oorzaken van de misstanden zoekt de commissie in de 4G’s: gedrag, grenzen, governance en geld. De onduidelijke afspraken en kaders op de terreinen grenzen, governance en geld hadden een perverse uitwerking op het gedrag van de verantwoordelijken.

De oplossing zoekt de commissie dan ook ik het aanscherpen van de grenzen, toezicht op governance en de beschikbaarheid van geld.

Gedrag: Een stelsel kan nog zoveel tekortkomingen hebben, uiteindelijk is en blijft het individueel menselijk handelen dat leidt tot incidenten. Tekortschietend menselijk gedrag is in eerste instantie de oorzaak van incidenten. Tekortkomingen in de opzet en werking van het corporatiestelsel vormen echter een voedingsbodem voor dit gedrag. Veel vrijheid en financiële armslag vereisen een groot verantwoordelijkheids-gevoel en een moreel kompas. Waar dat ontbrak zijn de gevolgen groot geweest concludeert de commissie

Grenzen: Na de verzelfstandiging van woningcorporaties begin jaren negentig is sterk vertrouwd op zelfregulering door en voor de sector. Grenzen aan taken, nevenactiviteiten, beloning, organisatieomvang, werkgebied en doelgroep zijn ruim gehouden, soms door de sector zelf ingevuld en in twintig jaar opgerekt. Een deel van de corporaties heeft de grenzen van het stelsel bewust opgezocht of geprobeerd deze op te rekken.

Governance: Na de brutering is een aan de markt ontleend corporate governance bestuursmodel ingevoerd voor de corporatiesector. Verenigingen werden stichtingen met vaak een eenhoofdige leiding en een raad van commissarissen, maar zonder aandeelhouders als tegenkracht. Zelfregulering en het externe toezicht waren in opzet en in werking niet de volwaardige tegenkrachten die zij kunnen zijn binnen de governance-structuur van de sector.

Geld: Na de brutering springen corporaties er onverwacht goed uit. Een groeiend vermogen en een ruime toegang tot goedkoop krediet maken onverantwoord ondernemerschap mogelijk. Dit leidt soms tot het nemen van te grote risico’s, het oppakken van ondoelmatige projecten, grondposities en nevenactiviteiten.

Wie zijn daarvoor verantwoordelijk?

Het is de commissie in haar onderzoek opgevallen dat, vooral tijdens de openbare verhoren, verantwoordelijkheden door betrokkenen vaak ontkend, gebagatalliseerd of naar anderen geschoven worden. Er wordt naar het oordeel van de commissie te weinig verantwoordelijkheid erkend en genomen voor de dingen die zijn misgegaan in de corporatiesector. De commissie zoomt in haar rapport in op de bestuurders en commissarissen, de toezichthouders, de financiële waarborgers, de politiek maar ook het zelfregulerende vermogen van de sector heeft gefaald volgens de commissie.

Hoe kan het beter?

De oplossingen om te voorkomen dat het nog een keer mis kan gaan zoekt de commissie ook in de 4G’s: grenzen stellen, governance versterken, geld beteugelen en gedrag verbeteren. De commissie benadrukt dat het gaat om een pakket van onderling met elkaar samenhangende aanbevelingen bestaande uit richtinggevende handvatten voor verbetering van het stelsel. De concrete invulling en uitwerking van deze aanbevelingen is uiteindelijk aan de Minister in samenspraak met het parlement. De commissie stelt een set van 18 aanbevelingen voor:

Grenzen stellen

1. Cultuuromslag bewerkstelligen

  • Stimuleer en faciliteer cultuuromslag
  • Governancecode uitbreiden op punten van integriteit en gedrag
2. Terug naar de kerntaak: begrenzen van (neven)activiteiten
  • Geen commerciële nevenactiviteiten meer (geen niet-DAEB-activiteiten)Nadere inperking van toegestaan maatschappelijk vastgoed
  • Bestaande commerciële nevenactiviteiten verantwoord afbouwen
  • Beperkte leefbaarheidsuitgaven
  • Grenzen aan grondposities
3. Begrenzen van werkgebied
  • Maximale werkgebied corporaties wordt woningmarktgebied
  • Grote landelijk opererende corporaties op termijn defuseren
4. Begrenzen van schaalgroot
  • Fusies alleen met uitgebreide motivering en na toestemming Minister
  • Aantal verbindingen (dochterondernemingen en deelnemingen) terugdringen
Governance versterken

5. Centrale kaderstelling, lokaal bindende afspraken
  • Rol Minister: regels stellen, toezichtkader opstellen en monitoren, en Tweede Kamer informeren door middel van een jaarlijkse Staat van de volkshuisvesting
  • Rol corporatie, huurder en gemeenten: lokale afspraken maken en aanspreken op het naleven daarvan
  • De Minister is niet aanspreekbaar op prestaties van individuele corporaties, maar wel verantwoordelijk voor werking van het systeem van prestatieafspraken
6. Gemeenten meer invloed: vergroten democratische legitimiteit
  • Woonvisie gemeente en prestatieafspraken corporatie-gemeente verplicht
  • Bindende arbitrage bij niet-totstandkoming of niet-naleving van prestatieafspraken
  • Controle op volkshuisvestelijke prestaties door gemeenten en huurders
7. Versterking positie huurders: vergroten maatschappelijke legitimiteit
  • Versterking huurdersorganisatie met advies- en instemmingsbevoegdheden
  • Huurdersorganisatie beoordeelt het volkshuisvestelijk presteren
  • Besluiten kunnen nemen via een huurdersraadpleging
8. Onafhankelijk en geïntegreerd extern overheidstoezicht door Woonautoriteit
  • Integreren van het financieel, rechtmatigheids-, governance- en integriteitstoezicht bij een onafhankelijke Woonautoriteit
  • Het CFV omvormen en uitbreiden tot die onafhankelijke Woonautoriteit en zbo-status handhaven
  • Informatiebevoegdheden en sanctie-instrumentarium voor de Woonautoriteit
9. Versterking en professionalisering intern toezicht
  • Minister moet disfunctionerende commissarissen kunnen ontslaan
  • Geschiktheidstoets voor commissarissen uitgevoerd door Woonautoriteit
  • Beloning commissarissen baseren op tijdsbeslag en verantwoordelijkheden
  • Maximale zittingstermijn van acht jaar
  • Versterking (informatie)positie van de raad van commissarissen
10. Evenwichtiger corporatiebestuur
  • Minister moet disfunctionerende bestuurders kunnen aanpakken
  • Bestuurdersbenoeming na instemming van Woonautoriteit
  • Meerhoofdige leiding uitgangspunt voor grote corporaties
  • Bestuurders zitten in beginsel maximaal acht jaar
11. Versterking taakinvulling accountant
  • Corporaties krijgen status van 'organisatie van openbaar belang' (OOB)
  • Accountant moet (dreigende) risico’s signaleren en rapporteren
  • Managementletters van de accountant gaan ook naar de Woonautoriteit
  • Kostprijshedge-accounting verbieden
12. Vergroting controleerbaarheid en transparantie
  • Uniformering van waarderingsgrondslagen
  • Verplicht en verbeterd inzicht in vermogenspositie en investeringscapaciteit
  • Verplichte visitaties
  • De Minister informeert de Tweede Kamer jaarlijks over de «Staat van de volkshuisvesting»
Geld beteugelen

13. Meer prikkels in het borgingsstelsel
  • Corporaties moeten failliet kunnen gaan
  • Eigen risico introduceren voor geldverstrekkers
14. Financieringsmogelijkheden en zorgplicht vergroten
  • Afhankelijkheid sector van sectorbanken verkleinen
  • Grotere rol voor institutionele beleggers onderzoeken
  • Uitgebreide zorgplicht banken voor woningcorporaties
15. Herinrichting borgingsstelsel
  • Borgingsstelsel vereenvoudigen
  • Beslissingsbevoegdheid tot saneren bij Minister
  • WSW wordt gemandateerd uitvoerder bij sanering
16. WSW als hoeder van de borg
  • Versterking rol achtervangers bij het WSW
  • WSW onder toezicht van de Minister plaatsen
  • Bestedingscontrole geborgde leningen door het WSW
Gedrag verbeteren

17. Integriteit: fraude en zelfverrijking hard aanpakken
  • Meer prioriteit bij opsporing en vervolging van fraude in de sector
  • Doorlichting integriteit corporatiesector herhalen
  • Effectiviteitsmeting van integriteitstoezicht en opsporing
  • Tweede Kamer jaarlijks informeren over voorkoming, opsporing en vervolging integriteitskwesties in de corporatiesector
18. Experimenteer met alternatieven voor woningcorporaties
  • Experimenteer met andere sturingsmechanismen en zeggenschapstructuren



Mattermap, Fanny Gelissen, Platform31