Lees ook

Een te smalle taakopvatting voor corporaties

Blog Anne-Jo Visser

Laten we eens een onderzoek doen naar de niet DAEB-investeringen van corporaties in de afgelopen drie jaar en dan met beleggers checken of die rendementen voor hen haalbaar zijn.

Lees verder

infographic Ver van Huis

Infografic n.a.v. rapport


Radicale cultuuromslag vraagt om ruimte voor innovatie

De conclusies van de Parlementaire Enquête Commissie Woningcorporaties in perspectief

Donderdag 30 oktober 2014 overhandigde Roland van Vliet, de voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties, het eindrapport Ver
van Huis
aan de voorzitter van de Tweede Kamer. De commissie krijgt uit het werkveld veel complimenten over de leesbaarheid en gedegenheid van het rapport. Gewaardeerd wordt dat de commissie niet is blijven hangen in de incidenten maar dat ze het hele volkshuisvestelijke stelsel onder de loep heeft genomen. De 18 aanbevelingen zijn dan ook van invloed op de werkwijze van alle betrokkenen in de sector. De vraag is of al deze partijen zich hiervan bewust zijn, hier voldoende op voorbereid zijn en deze nieuwe rol, met de bijbehorende verantwoordelijkheden, kunnen en willen oppakken.

Vier vragen

De commissie heeft zichzelf steeds 4 vragen gesteld: wat ging er mis, hoe kon dat gebeuren, wie waren verantwoordelijk en hoe kan het beter? Het antwoord op deze vragen vindt de commissie in de 4G’s: gedrag, geld, governance en grenzen. Diverse casussen zijn uitgebreid geanalyseerd: uiteraard Vestia, maar ook Woonbron, Rentree, WSG en Rochdale. Daarnaast beschrijft de commissie wat er mis is gegaan met het stelstel vanuit het perspectief van het politieke besluitvormingsproces, te beginnen in 1993 bij de brutering.

Worst case scenario

De commissie zet vraagtekens bij de doeltreffendheid, doelmatigheid, controleerbaarheid en de legitimiteit van de sector. Ze schetst een beeld van een sector waarin veel is goed gegaan maar waar het ook goed mis ging. Waarschuwingssignalen, als die al gegeven werden, werden door de verantwoordelijken niet gezien dan wel genegeerd. We spreken over een tijd van voor 2008 waarin corporaties, onder andere door het Rijk, werden uitgedaagd om innovatief en ondernemend te zijn. Bijbehorende risico’s werden gezien als een ‘worst case scenario’; niemand kon bevroeden dat dit zou uitkomen.

Cultuuromslag

De oplossing om te voorkomen dat het ooit nog een keer zo mis kan gaan, zoekt de commissie in de 4G’s. Ze stelt voor om grenzen te stellen, governance te versterken, geld te beteugelen en gedrag te verbeteren. Hiervoor is in de eerste plaats een cultuuromslag nodig. “Zelfregulering en een grote vrijheid voor individuele corporaties, moeten worden vervangen door heldere publieke kaders en duidelijke taken. Openheid en transparantie moeten de regel worden. Corporaties moeten niet langer opereren als ondernemingen die risico’s niet schuwen, maar als dienstbare, prudente en sobere maatschappelijke organisaties.”

De pendule zwaait dus nu radicaal door naar de andere kant met als mogelijk gevolg dat maatschappelijk gewenste investeringen en ondernemende innovaties achterwege blijven. En dat in een tijd waarin we wel ondernemerschap verlangen van burgers.

Terug naar de kerntaak

De commissie maakt ook korte metten met de argumentatie van corporaties om in de vrije sector te investeren: met behaalde winsten kunnen maatschappelijke doelen worden gefinancierd. Van Vliet geeft aan dat winsten die corporaties op deze manier gemaakt hebben zeer minimaal zijn en dat het helaas te vaak andersom is gebleken: maatschappelijk geld is ingezet om commerciële projecten te financieren. De commissie pleit ervoor dat corporaties volledig teruggaan naar hun kerntaken, geen niet-DEAB-activiteiten ontwikkelen maar ook geen investeringen meer doen in leefbaarheid.

Juist deze investeringen zorgen ervoor dat wijken aangenaam blijven om er te wonen. En als de corporaties dit niet meer (mogen) doen, wie doet het dan wel? Valt er straks een groot gat?

Grotere invloed van de gemeente

Een gemeentelijke woonvisie en prestatieafspraken tussen gemeente en woningcorporatie wil de commissie verplicht stellen. Een goede aanbeveling om het proces van het maken van prestatieafspraken kracht bij te zetten. Wel zullen een aantal gemeenten een ontwikkeling moeten doormaken om ervoor te zorgen dat ze dit ook daadwerkelijk mogelijk kunnen maken.

Corporaties moeten failliet kunnen gaan

Het handelen van corporaties in het verleden gebeurde uit het perspectief dat corporaties niet failliet konden gaan en gered werden vanuit het borgingsstelsel. Deze wetenschap maakt zowel directeur/bestuurders als aanbieders van financiële producten onvoorzichtig. De commissie stelt voor dat corporaties failliet moeten kunnen gaan en dat er een eigen risico is voor geldverstrekkers.

Het gevaar hiervan is echter dat de rente die geldverstrekkers hanteren zal oplopen. Corporaties worden derhalve met hogere kosten geconfronteerd, wat uiteraard gevolgen heeft voor de investeringscapaciteit. Daarnaast is er de vraag wat gevolgen zijn voor huurders wanneer hun corporatie failliet gaat.

Experimenten in het stelsel

De laatste aanbeveling is dat er in het stelsel geëxperimenteerd moet worden met alternatieven voor corporaties, bijvoorbeeld coöperatieve huurvormen en sociale zelfbouw. Ook mogelijkheden om uit het bestel te stappen kunnen worden overwogen. Het is een open uitdaging aan markt, burgers en instellingen om kleinschalige alternatieven te ontwikkelen voor de – nu dikwijls grote – corporaties. Het wordt spannend om te zien of dergelijke initiatieven op grotere schaal tot stand gaan komen. De commissie opent er de weg voor.

Hebben de corporaties niet al de handen vol aan het definiëren van de kerntaak, huurders betrekken, afspraken maken met gemeenten en organisatie opnieuw inrichten?



Mattermap, Fanny Gelissen, Platform31