Ecologie van de Stedelijke Vernieuwing

Burgerkracht in Zuiderzeewijk Lelystad

IIn theorie zijn burgers dé drijvende kracht van een energieke samenleving. Maar geldt dat ook overal en in elke wijk? Onder andere met hulp van het onderzoeks- en inspiratiebudget Ecologie van de Stedelijke Vernieuwing gingen de gemeente Lelystad en woningcorporatie Centrada op zoek naar de creativiteit en innovatiekracht van burgers in de Zuiderzeewijk. Ze vonden een handvol actieve burgers die hun tanden zetten in initiatieven als De Groene Reus, Eetbaar Lelystad en activiteiten rondom woningverbetering. Volgens Jurgen van der Heijden, senior consultant van AT Osborne, die als expert bij het traject was betrokken, is een duurzame businesscase onder meer een kwestie van een lange(re) adem.

In 2014 stond het stimuleren van burgerkracht hoog op de agenda in de gemeentelijke beleidsnota’s. Ook in Lelystad was de gemeenteraad gecharmeerd van het fenomeen, al overheerste het gevoel dat het aan actieve burgers ontbrak. “Voor Lelystad was het vooral een uitdaging om burgerinitiatieven van de grond te krijgen in de sociaaleconomisch zwakkere Zuiderzeewijk”, vertelt Van der Heijden. “Bij veel partijen in die wijk, zoals banken, ontwikkelaars, scholen, GGD en schuldhulpverlening, groeide het besef dat de leefbaarheid in de Zuiderzeewijk niet alleen verbetert met een actieve inzet van de gemeente en corporatie. Ook bewoners zijn hard nodig. Daarom werd een propositielab ingericht waarin bewoners samen met ondernemers, bedrijven en instituties werkten aan concrete voorstellen voor een leefbare wijk. Een proces waarin gemeente en corporatie in essentie als gelijkwaardige partners meedenken en meewerken met de initiatieven.”

Trede hoger

“De eerste stap in zo’n proces is kijken welke mensen in Lelystad al bezig zijn met burgerinitiatieven”, vervolgt hij. “Via ambtenaren en welzijnswerkers met een netwerk in de wijk vonden we drie burgers die actief zijn in groen- en energieprojecten en woningonderhoud. Met die mensen die op de zeef bleven liggen, hebben we uiteindelijk twee jaar intensief samengewerkt. We organiseerden publiekstafels om meer mensen te interesseren voor een van de initiatieven.” De rol van een extern bureau als AT Osborne bleek in dit traject van pas te komen, omdat het voor veel mensen een drempel is om de buren aan te spreken over hun initiatief. “Als buitenstaander is het makkelijker om een situatie te creëren waardoor de vonk overslaat. Tegelijkertijd toonde zich in deze fase van het proces ook het karakter van de Zuiderzeewijk. Er kwamen wel mensen af op de publiektafels, maar niet in de aantallen waarop we hadden gehoopt en die we gewend waren.”

Eetbaar Lelystad

Toch lukte het om het groenproject Eetbaar Lelystad naar een hoger niveau te tillen. Dit project wil mensen activeren om mee te denken en mee te werken aan een ‘eetbare stad’, toegankelijk voor iedereen. Van der Heijden: “De inwoners van de Zuiderzeewijk tuinierden al op een braakliggend stuk grond in een aangrenzende wijk. Vervolgens zijn ook in de Zuiderzeewijk zelf een aantal mogelijke locaties aangewezen voor een moestuin. Op twee locaties zijn buurtbewoners daadwerkelijk een tuin begonnen. Diezelfde groep mensen transformeerden een leegstaand winkelpand tot stadsambassade in het centrum van de stad: ’t Lapp, broedplaats voor creativiteit en bewustzijn. Met als doel passanten te informeren en enthousiasmeren over de diverse activiteiten van het burgerinitiatief. Vanuit Eetbaar Lelystad startten de initiatiefnemers ook het Nelson Mandela wereldtuin-project tegenover ’t Lapp.”

tuin-t-Lapp4-eetbaar-lelystad
Eetbaar Lelystad

De Groene Reus

Terwijl het burgerinitiatief rond de gemeenschappelijke stadstuinen groeide in Lelystad, kreeg ook energiecoöperatie De Groene Reus meer naamsbekendheid in Flevoland. Vanuit deze energiecoöperatie werkt een groeiende groep actieve burgers vrijwillig aan een duurzame provincie. “Een van de ambassadeurs die het burgerinitiatief wilde uitbreiden in Lelystad, woonde in de Zuiderzeewijk. Uiteindelijk slaagde hij erin het belang van duurzame energie over te brengen op zijn buurtbewoners. Hij vormde een tijdelijk collectief van bewoners, gaf voorlichting over energiebesparing en -opwekking en de mogelijkheid van collectieve inkoop van energieproducten. “

Gemeenschapsgevoel

Een derde burgerinitiatief dat tot meer wasdom kwam mede dankzij het onderzoeks- en inspiratiebudget Ecologie van stedelijke vernieuwing, is het collectieve woningonderhoud. “Hoewel bewoners uit de Zuiderzeewijk niet direct staan te springen om te investeren in het onderhoud van hun woning, slagen zij daar dankzij een zeer actieve buurtbewoner toch in. Onder meer dankzij collectieve kortingen bij een schildersbedrijf. Opvallend aan dit burgerinitiatief is echter het ontbreken van een gemeenschapsgevoel. De drijvende kracht van bewonersinitiatieven zijn namelijk vooral mensen die willen investeren in een gemeenschap waarin alle deelnemers gelijkwaardig functioneren. Minder succesvol zijn burgerinitiatieven die leunen op de activiteiten van een initiatiefnemer, buurtburgermeester of sociaal ondernemer.”

Lange adem

Desondanks is de grootste winst in Lelystad dat het denken over burgerkracht een impuls heeft gekregen. “Al denk ik met de wetenschap van nu dat de burgerinitiatieven die wij hebben gevolgd succesvoller konden uitpakken als we tegelijkertijd waren gestart in een sociaal-economisch sterkere wijk. We moesten actieve bewoners in de Zuiderzeewijk met een lampje zoeken, terwijl burgerinitiatieven juist schaal nodig hebben. Bovendien komen ze vooral tot bloei dankzij de betrokkenheid van mensen met een hands on- mentaliteit én een talent voor het schrijven van bijvoorbeeld subsidieaanvragen.” Hoewel gemeente en corporatie er alles aan hebben gedaan om de burgerinitiatieven te faciliteren, liepen ze uiteindelijk vooral spaak op geduld. Dat is jammer, vindt Van der Heijden. “Vooral omdat we nu weten dat het wel degelijk mogelijk is om van buitenaf burgerkracht te stimuleren, ook in sociaal-economisch zwakkere wijken. Wie burgerinitiatieven echt een kans wil geven, heeft wel een langere adem nodig. Doordat er op den duur projecten bijkwamen en door elkaar heen liepen, verslapte de aandacht voor de burgerinitiatieven in de Zuiderzeewijk.”

Maatschappelijk nut

Al met al konden de partners dankzij het budget uit het fonds voor Ecologie van stedelijke vernieuwing extra mogelijkheden creëren voor kennisdeling van eigen ervaringen in relatie tot vergelijkbare initiatieven elders in het land. Op basis van lessen uit Lelystad is AT Osborne zelfs vergelijkbare projecten gestart in andere gemeenten. “Hoewel we nu iets voorzichtiger instappen, zijn we ervan overtuigd dat het wel degelijk kan. Bovendien hebben burgerinitiatieven maatschappelijk nut. Gemeenten en inwoners die in staat zijn goede burgerinitiatieven van de grond te krijgen, varen daar financieel wel bij. En laten juist bewoners in wijken als de Zuiderzeewijk zo’n kostenbesparing goed kunnen gebruiken.”