Contact

Marloes Hoogerbrugge

Marloes Hoogerbrugge

Projectleider

06 57 94 21 69


deel deze pagina via:

Agenda voor de toekomst


Het handelingsperspectief voor economische en sociale veerkracht in stad en regio is voor elke middelgrote stad anders. De huidige en toekomstige realiteit vraagt om slim maatwerk en strategische samenwerkingen. De volgende agendapunten kunnen hiervoor een basis leggen:

1. Denk regionaal

De toekomst van de middelgrote stad is meer dan ooit verbonden met de regio. De positie van de middelgrote stad in het (omringende) stedelijk netwerk is aan verandering onderhevig en afhankelijk van de dynamiek in de omgeving. Arbeidsmarkten functioneren regionaal. Dagelijkse verplaatsingen van bewoners voor werk, onderwijs, winkelen, recreatie en sociale contacten gaan meer dan ooit over gemeentegrenzen heen. Vervang het denken over de complete stad door het denken over de complete regio. Dit regionaal perspectief stelt de middelgrote stad voor de vraag: wat heb ik te bieden en wat bieden anderen mij?

2. Ken je DNA (en dat van de regio)

Om de hierboven gestelde vraag te kunnen beantwoorden, is goed inzicht nodig in je eigen DNA en dat van de regio. Wat is de lokale economische structuur en hoe functioneert het regionale ecosysteem van plekken en actoren? Hoe ontwikkelt de regionale arbeidsmarkt zich? Hoe functioneert de regionale woningmarkt en de markt van bedrijfsvastgoed? Wat zijn de ontwikkelingen op het gebied van het voorzieningenniveau? Hoe is het gesteld met bereikbaarheid? Wat zijn de functionele relaties tussen steden en dorpen in de regio? Hoe zien de dagelijkse patronen van verplaatsing eruit? Welke relevante netwerken en samenwerkingen zijn er? Dit soort vragen helpen een beeld te vormen van de positie van de middelgrote stad in het omringend stedelijk netwerk en de bijbehorende dynamiek.

3. Ga in gesprek

De informatie die het voorgaande agendapunt oplevert, biedt de basis voor het aangaan van gesprekken met belangrijke actoren in de regio. Gesprekken die inzichten kunnen aanscherpen, nieuwe informatie opleveren en partijen betrekken bij de ontwikkeling van de stad en de regio. Wat zien gesprekspartners als belangrijke aandachtspunten? Waar zien zij kansen? Welke kernkwaliteiten heeft de middelgrote stad en hoe verhouden die zich tot de regio? En welke kwaliteiten bieden omliggende steden en dorpen voor de middelgrote stad? Partijen kunnen andere gemeenten zijn, maar juist ook mensen uit het maatschappelijk middenveld – als onderwijsorganisaties en woningcorporaties – het regionale bedrijfsleven en ondernemersnetwerken en actieve bewoners.

4. Kies slim positie met een sterk verhaal

De gesprekken voeden het inzicht in het functioneren van de middelgrote stad in het omliggend stedelijk netwerk en de bijdrage die de stad kan leveren aan het economisch functioneren van de regio en vice versa. De positionering van de stad in het netwerk is een gegeven, maar kan in de dynamiek van stedelijke ontwikkeling worden beïnvloed door positie te kiezen. De positionering is geënt op het regionale economische ecosysteem, het aanwezige menselijk kapitaal en de lokale cultuur. Hoewel steden dit niet zomaar veranderen, kunnen ze wel positie kiezen door kwaliteiten expliciet te maken en daar op voort te borduren. Een stedelijk netwerk waar ‘buren van elkaar kunnen lenen’ gaat uit van specialisatie. De vraag hoe de middelgrote stad waarde kan toevoegen, is niet te beantwoorden met lokale profilering maar met regionale positionering met een sterk verhaal.

5. Bouw coalities

De maat van de middelgrote stad, met haar overzichtelijkheid en verfijnde lokale biedt kansen om vanuit (nieuwe) lokale en regionale samenwerkingen te werken aan een economische strategie en een veerkrachtige samenleving. De middelgrote stad kan als experimenteerterrein dienen voor nieuwe coalities tussen overheid en samenleving: sociaal ondernemerschap en nieuwe vormen van burgerbetrokkenheid. Nieuwe coalities tussen overheid, bedrijfsleven en onderwijs kunnen een impuls geven aan de gekozen positionering. Coalities bouwen betekent ook openstaan voor de betrokkenheid en inbreng van samenwerkingspartners in het formuleren van het verhaal van de stad. Dat zorgt ervoor dat het verhaal recht doet aan de realiteit en legt het fundament voor samenwerking.

6. Organiseer netwerkkracht

Het functioneren van een stedelijke regio wordt mede bepaald door het geheel van gedifferentieerde woonmilieus, het aanbod van voorzieningen, de aantrekkelijkheid van het woon- en leefklimaat en het regionale economische ecosysteem. De vraag is welke kwaliteiten de verschillende steden in de regio daarvoor inbrengen. Om die kwaliteiten te benutten is afstemming en samenwerking nodig. Het gaat om het samen met elkaar – groot, middelgroot en klein – organiseren van de noodzakelijke netwerkkracht. Niet langer past daarbij het verticale denken tussen overheidslagen, tussen grote en middelgrote steden, tussen steden en dorpen. Alle partijen hebben een eigen rol en verantwoordelijkheid, ieder vanuit zijn eigen kracht en kunnen. Een besef van elkaars afhankelijkheid (reciprociteit) is hierbij essentieel.