Contact

Annette Duivenvoorden

Annette Duivenvoorden

Projectleider

06 35 11 58 12

Netty van Triest

Netty van Triest

Senior projectleider

06 57 94 35 26


deel deze pagina via:

Contact

Netty van Triest

Netty van Triest

Senior projectleider

06 57 94 35 26


Transformatie van serviceflats

Onderdeel van experimentenprogramma Langer Thuis

Ook in de 21e eeuw volop kansen voor de serviceflat

De klassieke serviceflat heeft ook in de 21e eeuw volop kansen. Complexen kunnen profiteren van de vergrijzing, de veranderingen in de financiering van de langdurige zorg en de toenemende zelfstandigheid van ouderen. Het concept moet dan wel in een nieuwe jas gestoken worden.

Begin 2013 hielden Platform31 en onderzoeksbureau TimesLab een landelijke expertbijeenkomst over de toekomst van de serviceflat. Toen bleek dat het onderwerp leeft en dat veel besturen van complexen met dezelfde vragen en problemen worstelen.

Onderzoek

Om bij te dragen aan de zoektocht van besturen van serviceflats heeft Platform31 in samenwerking met de provincie Utrecht, VvE Belang en BAM Woningbouw/Vitaal Zorgvast succesvolle transformatiestrategieën van serviceflats gebundeld in de publicatie Transformatie van serviceflats. De auteurs hebben daarvoor gegevens over bestaande complexen in Nederland geanalyseerd en diepgaand onderzoek gedaan bij twaalf serviceflats die erin zijn geslaagd leegstand van appartementen terug te dringen of te voorkomen.

Serviceflats zijn ontstaan in de jaren 60 en 70 en waren een burgerinitiatief ‘avant la lettre’. De overheid voerde destijds een actief ouderenbeleid waarbij het bejaardenhuis een vanzelfsprekende voorziening was voor kwetsbare ouderen. Niet iedereen vond in de jaren 70 dat je als senior in deze huizen goed af was. Actieve ouderen uit vooral de economische en culturele elite namen, in de geest van de maatschappelijke ontwikkelingen, het initiatief voor een nieuwe gezamenlijke woonvorm; de serviceflat.

Concurrentie

Een eigen woonzorgvoorziening exploiteren bleek niet gemakkelijk. Veel serviceflatcomplexen kregen al rond de jaren 80, ongeveer 15 tot 20 jaar na de oprichting, te maken met afnemende belangstelling en problemen met de exploitatie van het gebouw en de diensten. Met kleine aanpassingen wisten de serviceflats te overleven, maar het is duidelijk dat ze concurrentie hebben van andere vormen van zelfstandige ouderenhuisvesting.

Een van de conclusies in het rapport Transformatie van Serviceflats is dan ook dat de formule van de traditionele serviceflat bouwkundig en organisatorisch verouderd is. Complexen moeten daarom een meerjarenbeleid gaan voeren dat gericht is op het moderniseren van het concept naar de wensen van hedendaagse ouderen: een levensloopbestendige woning, in een beschutte woonomgeving met een flexibeler georganiseerd en goedkoper servicepakket.

Volop kansen

De klassieke serviceflat heeft na modernisering nog volop kansen. Door de vergrijzing en de bezuiniging op collectieve woonzorgvoorzieningen zijn ouderen steeds meer zelf verantwoordelijk voor een goede oude dag. Veel ouderen zijn op zoek naar een veilige woonomgeving waar zij diensten en zorg kunnen afnemen. De serviceflat is een goed alternatief voor mensen die hiervoor willen en het kunnen betalen.

Met een goed verdienmodel en een duurzaam gebouw op een aantrekkelijke plek bieden serviceflats ook in de 21e eeuw een functionele woonvorm. Dit vereist wel enige investering in dit product en dat de huidige eigenaren bij de revitaliseringsopgaven worden ondersteund, zowel organisatorisch als financieel.

Publicatie

Transformatie van serviceflats

De klassieke serviceflats, die in jaren 60 en 70 zijn ontstaan, hebben ook in de 21e eeuw volop kansen. Dat blijkt uit het rapport Transformatie van serviceflats.

Deze publicatie maakt besturen en eigenaren van serviceflats wegwijs in ontwikkelingen in ‘hun markt’ en reikt hen strategieën aan voor een aantrekkelijk en toekomstbestendig woonzorgserviceproduct.

Meer informatie en downloaden