Kennisdossier Vitale Binnensteden

Experimenteren met verlichte regels in winkelgebieden


Bijeenkomst Verlichte regels winkelgebieden – 19 november 2015, Zwolle

Door Hanneke van Rooijen, Platform31
9 december 2015

Deelnemers aan de pilot Verlichte regels winkelgebieden experimenteren op diverse vlakken met het tijdelijk verlichten van regelgeving. Ondernemers kunnen een verzoek indienen of de gemeente neemt zelf het initiatief voor minder regels. Een greep uit de initiatieven: horeca in een pand met detailhandelsbestemming, flitsvergunningen voor horeca en evenementen, ruimere interpretatie van de Drank- en Horecawet, een jaarvergunning evenementen en verruiming van het uitstallingenbeleid. Gelijktijdig met minder of andere regels krijgen de lokale werkwijzen hiervoor steeds meer invulling.

Wethouder: van bepaler naar ambassadeur

De twaalf gemeenten die aan de pilot Verlichte regels winkelgebieden deelnemen, waren op 19 november 2015 te gast in Zwolle voor hun tweede gezamenlijke bijeenkomst (verslag van de eerste gezamenlijke bijeenkomst hier te lezen).

Het Zwolse projectteam zette hun aanpak uiteen. Wethouder Economie René de Heer zette de toon: “Het valt nogal mee met de regels, het gaat vooral om de manier waarop we die regels hanteren. De cruciale startvraag bij de handhaving van regels moet zijn: wat bedoelde deze regel in essentie en valt een initiatief daarmee te rijmen?”

In Zwolle is het nu gebruikelijk dat ieder team(lid) – handhaving, vergunningen, Economische Zaken, Ruimtelijke Ordening – vanuit de eigen professionele rol de essentie van de regel overziet en tegelijkertijd de wens van de ondernemer een rol geeft. De Heer omschrijft de verschuiving in zijn eigen rol als bestuurder van bepaler naar ambassadeur. Het gebied zelf bepaalt nu veel meer dan voorheen de meerwaarde van ontwikkelingen. De Heer ziet het als zijn taak het gemeentelijk proces zo te stroomlijnen dat verzoeken niet ‘stranden in het college’. “De pilot is daarmee heel belangrijk voor de mindset in het bestuur”, zo stelt de wethouder.

De kunst van ‘ja’ en ‘nee’ zeggen in de pilot Verlichte regels winkelgebieden

Deze interdisciplinaire aanpak wordt door veel deelnemende gemeenten toegepast. Veelal betekent dit een nieuwe werkwijze. De afdelingen Vergunningen, Handhaving, Economische Zaken, Ruimtelijke Ordening en Juridische Zaken buigen zich in het vroegste stadium gezamenlijk over ingediende ondernemersinitiatieven waar regels knellen of over ideeën die de gemeente zelf aan ondernemers wil voorleggen. Deze samenwerking binnen de gemeente was voorheen niet vanzelfsprekend.

Daarnaast wordt de samenwerking met partijen buiten de gemeente – ondernemers(verenigingen), bewoners(organisaties), vastgoedeigenaren – steeds belangrijker. Deze samenwerking helpt deze belangengroepen vervolgens om hun eigen organisatie te versterken. Dit heeft weer positieve effecten op de kwaliteit van en het draagvlak voor ondernemersinitiatieven. De pilotdeelnemers hebben (bijna) allemaal een lokaal publiek-privaat pilotteam ingericht waarin initiatieven worden besproken en gewogen.

Lokale uitvoeringsstrategieën

Alle gemeenten hebben met dit lokale pilotteam uitvoeringsstrategieën opgesteld waarmee ondernemers tijdelijk in de gelegenheid (kunnen) worden gesteld om onder de noemer van de pilot concepten uit te testen die strikt gezien niet passen binnen huidige (wet- en) regelgeving. Globaal zijn hiervoor de volgende drie strategieën te onderscheiden: experimenteren met handhaving, reactief dereguleren (n.a.v. ondernemersverzoeken) en actief dereguleren.

In de praktijk hangen deze strategieën met elkaar samen. Een ondernemersinitiatief toestaan (reactief dereguleren) kan betekenen dat er binnen de gemeente en met de ondernemer wordt overeengekomen tijdelijk niet te handhaven. Voorbeelden hiervan zijn verruiming van het uitstallingenbeleid en mengvormen van horeca en detailhandel. De aanpak van actief en reactief dereguleren en experimenten met handhaving zullen in de pilot worden gemonitord en geëvalueerd, waarbij bij goede ervaringen toe wordt gewerkt naar permanente aanpassing van de regels en meer ruimte voor (innovatief) ondernemerschap.

Van invloed op de lokale werkwijze zijn de gemeentelijke interne procesinrichting, de verhouding tussen gemeente en ondernemers, de kwaliteit van de ondernemers, de grootte van de gemeente, de mate van communicatie en durf van het college van burgemeester en wethouders.

NB: De tussennotitie (te verschijnen voorjaar 2016) zal uitgebreid de lokale uitvoeringsstrategieën en de tot dan toe gehonoreerde en afgewezen initiatieven in de pilot en de hieraan ten grondslag liggende overwegingen behandelen.

Leidende principes bij (ondernemers-)initiatieven

Projectadviseur Jeroen Fleer van de gemeente Zwolle benoemt de leidende principes bij ondernemersinitiatieven in Zwolle: “Borging van de (diverse aspecten van) veiligheid, een tijdelijk en omkeerbaar karakter en draagvlak in de omgeving. Als aan die drie principes is voldaan, kan en mag in Zwolle in principe alles”. Deze principes, vastgesteld bij de start van de pilot, vormen ook bij de andere gemeenten uitgangspunt – al bestaat er in de manier van meten van draagvlak variëteit. Daarnaast is de omkeerbaarheid van een initiatief vaak ook een factor van belang.

Fleer vervolgt: “Het principe van tijdelijkheid heeft een beperkend effect op de scope van de pilot. Als gevolg hiervan ontbreekt bij sommige initiatieven de (investerings-)zekerheid. In dat geval wordt er buiten de pilot gezocht wordt naar mogelijkheden”. In de pilot ontdekken gemeente en ondernemers meer dan zij van elkaar dachten hetzelfde principe van veiligheid na te streven. In ideale zin consulteren de gemeente en ondernemer elkaar: de ondernemer als partij die initiatieven bedenkt en ontplooit, de gemeente die haar ruime kennis en ervaring met (veiligheids-)risico’s hierbij inzet vanuit de gedachte ‘Ja, tenzij’.

Betekenis intermediair bij (ontlokken) ondernemersinitiatieven

In niet alle pilotgemeenten melden ondernemers zich actief met initiatieven. Hier wordt gezocht naar strategie om ondernemers meer bij de pilot te betrekken of als gemeente zelf actiever te worden in deregulering. Gemeenten die een binnenstadsmanager of iemand in vergelijkbare functie hebben die een rol kan spelen in een goede relatie tussen gemeente, ondernemers en vastgoedpartijen, lijken op dit punt het meest te kunnen bereiken. In Zwolle is deze rol weggelegd voor Rhoda van Eeden. Zij is aangesteld als ‘inspirator’ om het Broerenkwartier te doen herleven. Zij vervult de intermediaire rol tussen ondernemers en de gemeente en zet zich in voor verwezenlijking van goede ideeën met meerwaarde voor het gebied. Van Eeden: “mijn opdracht om reuring en identiteit in het Broerenkwartier te brengen en de pilot versterken elkaar”.

Eerder dit jaar verscheen over de aanpak van Zwolle het artikel:
“Actief op je handen zitten”.

Pilot Verlichte regels winkelgebieden

De pilot Verlichte regels winkelgebieden (voorjaar 2015–najaar 2016) is onderdeel van de nationale Retailagenda. Er doen twaalf (kern)winkelgebieden mee: Alkmaar, Ede, Goes, Helmond, Leidschendam-Voorburg (Oud Voorburg), Midden-Drenthe (Beilen), Oss, Roosendaal, Rotterdam (West-Kruiskade), Sluis, Zeist en Zwolle. De pilot wordt georganiseerd door Platform31, met medewerking van Expertteam winkelgebieden en steun van de stuurgroep Retailagenda.

Meer informatie over de pilot Verlichte regels winkelgebieden

Contact

Hanneke van Rooijen

06 57 94 18 91 – hanneke.vanrooijen@platform31.nl
LinkedIn Logo 11x41



Vitaminen voor de binnenstad

Nieuws uit kennisdossier Vitale binnensteden wordt vier keer per jaar gebundeld in de nieuwsbrief Vitaminen voor de binnenstad.

Wilt u deze nieuwsbrief ontvangen, stuur dan een mail naar Saskia Hinssen.