Op zoek naar nieuwe perspectieven voor wijkvernieuwing (2015 tot heden)

Door de economische crisis, de beëindiging van langlopend rijksbeleid voor wijken en de ingrijpende beleid- en stelselwijzigingen in de volkshuisvesting en het sociaal domein, verminderde de aandacht voor het werken aan leefbare wijken. Rollen en mogelijkheden van partijen zijn veranderd. Vertrouwde oplossingen liggen daardoor minder voor de hand dan we decennialang gewend waren, terwijl er ook nog eens minder middelen beschikbaar zijn dan voorheen. Investeren in de leefkwaliteit van de stad blijft echter nodig. De zoektocht naar nieuwe wegen om na het GSB/ISV tot vernieuwing van de stad te komen, komt echter stroef van de grond.

In de essays Stedelijke vernieuwing op uitnodiging (2012) en Steden van Waarde (2015) verkent Platform31, samen met bestuurders en professionals uit zowel het private als het publieke domein hoe de vernieuwing van de stad opnieuw kan worden uitgevonden. Aan de hand van drie vragen verkennen ze de mogelijkheden om ‘nieuwe brandstof voor stedelijke vernieuwing’ te vinden:

  • Als groei niet meer vanzelfsprekend is en rijksmiddelen niet meer voorhanden zijn, hoe vinden we dan nieuwe wegen om dat wat waardevol is aan onze steden (en aan de wijken en buurten waaruit ze zijn opgebouwd) te bewaren of te verrijken?
  • Hoe kunnen bewoners en ondernemers waarde voor zichzelf en de stad ontwikkelen?
  • En als de waarde daalt, is dat te keren of, op zijn minst, kunnen de gevolgen worden opgevangen?

De conclusie luidt dat de verleiding van het kapitaal op het publieke doel (opnieuw) moet worden ontwikkeld. Naast een goedgevulde gereedschapskist voor het vernieuwen van de steden, zijn aanvullende middelen nodig om investeringen aan stedelijke vernieuwing te binden, die nieuwe combinaties van ontwikkelen en beheren mogelijk maken. In tegenstelling tot de GSB/ISV-periode, moeten steden het doen zonder trigger money van de Rijksoverheid. Mede daardoor is het moeilijk om de stedelijke vernieuwing opnieuw uit te vinden. De vertaalslag van conceptuele ideevorming naar concrete, gebiedsgerichte maatregelen blijkt weerbarstig.

In de publicatie Stedelijk ontwikkelen nieuwe stijl (2015) beschrijft Platform31 vijf lokale initiatieven die pionieren met nieuwe vormen van stedelijk ontwikkelaarschap. Deze zijn kleinschaliger en minder sterk fysiek georiënteerd dan de wijkvernieuwingsprogramma’s van weleer. De analyse laat zijn dat partijen nog ‘zoekende’ zijn: ieder initiatief draagt zowel kenmerken van stedelijk ontwikkel ‘oude stijl’ als vernieuwende elementen in zich. Traditionele werkwijzen worden afgewisseld met nieuwere, meer experimentele aanpakken. Klip en klaar is dat wijkvernieuwing ‘nieuwe stijl’ niet meer volgens een lineair proces verloopt, maar eerder via een kort cyclisch proces, waarin denken en doen elkaar sneller afwisselen en niet altijd in dezelfde volgorde plaatsvinden (zie afbeelding).

Proces