Beleids- en stelselwijzigingen

De afgenomen rijksbemoeienis bij stedelijke vernieuwing past binnen een bredere decentralisatietrend bij de Rijksoverheid, die al voor de crisis inzette met de gedeeltelijke decentralisatie van het ruimtelijke ordeningsbeleid. In de derde fase van het ISV (2010-2014) hoefden wethouders uitgaven al niet meer te verantwoorden bij de Rijksoverheid (zoals bij het ISV1 en ISV2), maar alleen nog bij de eigen gemeenteraad. Ook in het sociaal domein is de uitvoering van rijksbeleid in 2015 overgeheveld naar gemeenten. Met de toekomstige invoering van de Omgevingswet wordt de decentralisatie van beleid in het ruimtelijk domein bestendigd. De nieuwe wet geeft gemeenten meer mogelijkheden om lokaal maatwerk te leveren bij burgerparticipatie, het versnellen van procedures en meer integrale gebiedsontwikkeling.

Decentralisaties in het sociaal domein (2015)

Vanaf 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet (jeugdzorg), de Participatiewet (werk en inkomen) en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (zorg aan langdurig zieken en ouderen). De budgetten die zijn gekoppeld aan deze beleidsvelden worden, met een bezuiniging van Rijk en provincies, overgeheveld naar gemeenten. De gedachte is dat lokaal maatwerk leidt tot minder schotten en tot meer integrale vormen van werken, wat efficiëntie in de uitvoering ten goede komt. De drie decentralisaties hebben als doel beter aan te sluiten bij het zelfoplossend vermogen van de samenleving. De overheid beoogt hiermee ook de eigen kracht van burgers te mobiliseren. Wederom kiezen veel gemeenten de wijk als schaalniveau om de nieuwe werkwijze vorm te geven. In het hele land ontstaan zogenaamde sociale wijkteams die voortborduren op experimenten uit de Stedenbeleid-periode (‘Achter de voordeur’, ‘Eén gezin één plan’). De sociaaleconomisch zwakkere wijken krijgen hierbij wederom een belangrijke rol, omdat daar zich de doelgroepen concentreren die in aanmerking komen voor de inzet van de wijkteams.

Nieuwe Woningwet (2015)

De economische crisis (2008-2015) en de herziening van de Woningwet (2015) zorgen ervoor dat de woningcorporaties zichzelf en hun activiteiten moeten herijken. Gedurende de economische crisis staken corporaties hun projecten in het commerciële domein. Ook leefbaarheidsbudgetten worden flink teruggeschroefd. De herziening van de Woningwet dwingt de corporaties bovendien wettelijk om terug te gaan naar de kerntaak. Na een periode van twintig jaar waarin de corporaties ruimte krijgen om breed actief te zijn, richten ze zich sinds deze periode voornamelijk op het bouwen en beheren van woningen tot de liberalisatiegrens (vastgesteld op € 710,86 voor de periode 2016-2018). Deze inperking en terugtrekking van de sector lijkt de dynamiek in de stedelijke vernieuwing blijvend te veranderen.

Agenda Stad (2015)

Met de beëindiging van het ISV-budget kondigt minister Blok in 2015 aan dat het Rijk via het instrument van ‘City Deals’ steden gaat ondersteunen om tot vernieuwende aanpakken van stedelijke opgaven te komen. Vanuit het programma Agenda Stad kunnen steden rekenen op ondersteuning. In een City Deal worden samenwerkingsafspraken tussen steden, Rijk, andere overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties verankerd. Er zijn diverse City Deals gesloten, onder meer op het terrein van digitalisering van de woonomgeving, klimaatadaptatie, stedelijke veiligheid en de circulaire stad. In 2017 verkent het G32 Stedennetwerk, met ondersteuning van Platform31, de mogelijkheden om tot een City Deal over wijkvernieuwing te komen. Omdat de opgave in wijken vaak complex en intersectoraal is, biedt het programma hiervoor echter onvoldoende concrete aanknopingspunten.