Stedelijke Vernieuwing - etalage

Verschillen toen en straks




Stedelijke vernieuwing is in transitie. In dit hoofdstuk zetten we de transities voor u op een rij die de zoektocht naar nieuwe brandstof voor de stedelijke vernieuwing centraal stellen:

VanNaar
1. Gedroomde stadGeleefde stad
2. Sturen op groeiKoersen op waarde
3. Top down sturingMiddle up-down verleiden
4. Problemen oplossenKansenontwikkeling
5. Verdelende rechtvaardigheidKoersen op verschil
6. Statisch gebiedsgerichtDynamisch stadsgericht
7. One size fits allMaatwerk
8. EindbeeldregieMise-en-scene
9. ProjectleidingSturen op kansen
10. Maatschappelijke waardeMaatschappelijke én financiële waarde


  1. Van gedroomde stad naar geleefde stad
    Hoewel de vorige eeuw met zijn groei, geloof in vooruitgang en maakbaarheid optimistisch leek, was de belangrijkste drijver daarvoor een diep geworteld pessimisme over hoe de stad functioneert. Er moesten weeffouten hersteld worden in de zorgvuldig gemaakte samenleving. Dit idee is voor het grootste deel verdwenen. Dit vertaalt zich in een andere blik op de stedelijke vernieuwing. De geleefde stad is nu het startpunt voor grote en kleine ontwikkelingen. Oftewel oplossingen voor problemen worden op het niveau van wijk en stad ín de huidige stad zelf gezocht.

  2. Van sturen op groei naar koersen op waarde
    Als groei niet meer vanzelfsprekend is, moeten we op zoek naar nieuwe wegen om dat wat waardevol aan onze steden, en aan de wijken en buurten waaruit ze zijn opgebouwd te bewaren of te verrijken. De vraag is nu relevant hoe bewoners en ondernemers waarde voor zichzelf en de stad kunnen ontwikkelen of vasthouden.

  3. Van top down sturing naar middle up-down verleiden
    De vraag is niet hoe we de omslag moeten maken van topdownsturing naar bottomupontwikkelen, zoals de laatste jaren trending topic is. Een stad vitaal houden gaat niet vanzelf, er is geen onzichtbare hand die de groei organisch in juiste banen leidt. Maar waar lange tijd overheidsinvesteringen en beleid de startmotor en vaak ook de turbo voor het maken van de steden waren, vindt kapitaal nu moeizaam een bestemming in de stad. De zoektocht van overheden is nu hoe ze maatschappelijke doelen weten te bereiken door privaat geld te verleiden. En een steeds belangrijker doel van grote en kleine investeerders is om naast financieel rendement ook impact te hebben. De vraag is alleen hoe die bij elkaar te brengen.

  4. Van problemen oplossen naar kansenontwikkeling
    Het benoemen van problemen heeft in het verleden veel opgeleverd in de stedelijke vernieuwing. Uiteraard vanuit de overtuiging dat urgentie beweging oproept. De keerzijde is dat het benoemen van de problematiek en het creëren van de urgentie leidt tot een overheidsmonopolie. Nieuwe brandstof van de stedelijke vernieuwing moet eerder gezocht worden in de waarde die wordt toegekend aan een gebied, de kansen die er zijn om tot waardeontwikkeling te komen of de noodzaak om waardedaling tegen te gaan. Initiatieven komen in eerste instantie tot stand omdat mensen en ondernemingen bereid zijn er tijd en geld in te investeren. Het voortdurend benadrukken van problemen nodigt niet uit tot investeren.

  5. Van verdelende rechtvaardigheid naar koersen op verschil
    Een van de belangrijkste onderliggers van de planningstraditie was die van de gelijke verdeling (of verdelende rechtvaardigheid). Dit is niet meer houdbaar. In het verleden kregen veel projecten binnen de stedelijke vernieuwing als onderliggende opdracht mee om gebieden naar een stedelijk gemiddelde op te trekken (in veiligheid, leefbaarheid, participatie et cetera). Verschillen moesten bestreden worden. En dit gebeurt eigenlijk nog steeds. Dit beeld is echter sinds een aantal jaren langzaam aan het kantelen. De realiteit is dat de diversiteit tussen gebieden groeit. Dit wordt steeds minder als probleem gezien, maar een manier voor de stad om goed te functioneren. Verschillen en variëteit zijn inherent aan het maken van ruimte voor zelforganisatie van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Verschil is op zichzelf niet het probleem, zolang het maar democratisch gelegitimeerd is en burgers invloed kunnen uitoefenen op de verdeling van middelen.

  6. Van statisch gebiedsgericht naar dynamisch stadsgericht
    Als waardeontwikkeling de nieuwe brandstof van de vernieuwing wordt, dan heeft dit gevolgen voor gebiedsgericht werken. De bestaande gebiedsgerichte vormen van beleid zijn te statisch. Een dynamisch stadsgericht beleid past beter, waarbij de focus vooral ligt op de waarde die gebieden voor elkaar en de stad hebben. Allereerst omdat de gebieden hun eigen functie in de stad hebben: de stad heeft verschillen nodig om goed te functioneren. En een stadsgericht beleid helpt overheden en partijen in het middenveld om hun middelen effectiever en strategischer in te zetten. ( Zie ook De Buurt als Jas, 2015).

  7. Van one size fits all naar maatwerk
    Het is van belang voor de vitaliteit stad om vast te stellen wat de waarde is die gebieden voor elkaar en voor de stad hebben. In plaats van één analyse, één urgentie en één aanpak voor de stad is het nodig om preciezer te kijken wat er op gebiedsniveau beweegt binnen wijken en naar de stad als geheel binnen zijn regio. Dit heeft alles te maken met de waarde die wordt toegekend aan het gebied, de kansen die er zijn om tot waardeontwikkeling te komen of de noodzaak om waardedaling tegen te gaan.

  8. Van eindbeeldregie naar mise en scene
    Maatwerk kan niet zonder masterplan, een visie op de ontwikkeling van de stad en de functie van de verschillende gebieden daarin. Stedelijke ontwikkelingen zijn complex. Een masterplan kan de complexiteit hanteerbaar maken zonder ze te reduceren. Een goed plan voor de stad maakt ruimte voor strategieën voor de uitnodiging, door te laten zien wat mogelijk is en door richting te geven aan wat wenselijk is. Dat bepaalt in hoge mate waar partijen in willen investeren. Het nieuwe masterplan koerst op verschillen: welke kunnen werken en welke worden niet geaccepteerd. Wat het plan niet moet doen is het vastleggen van het detail en van de werkwijze. Plannen zijn waardevol als ze helpen de koers uit te zetten en te houden. En juist omdat ze richting geven, is bijsturen mogelijk – mits er een goed verhaal onder ligt: slim afwijken.

  9. Van projectleiding naar koersen op belangen
    Stedelijke vernieuwing is niet meer een project dat door enkele institutionele partijen getrokken wordt. Daar zijn de middelen te versnippert en de belangen te verdeeld voor geworden. Slimmer is voor instituties om aan te haken bij initiatieven in het gebied, om uit te nodigen en om bij te sturen op zo’n manier dat zowel de initiatieven als het gebied er beter van worden. Wil de waarde van de steden ook hun waarde worden, dan volstaat een vrijblijvende uitnodiging echter niet. Meer dan voorheen is het nodig om oog te hebben voor de doelstelling van de investeerder.

  10. Van maatschappelijke waarde naar maatschappelijke én financiële waarde
    Nieuwe investerende partijen zijn nodig voor nieuwe brandstof in de stedelijke vernieuwing. Kennis over wat investeerders beweegt is bij veel partijen onvoldoende ontwikkeld. Veel voorstellen van beleggers bijvoorbeeld vervallen, omdat de verwachtingen van de opbrengsten tussen belegger en gemeente uiteen lopen. Waarde voor de stad moet ook waarde voor de investeerder opleveren.