Armoede en Schulden - kennisdossier

Contact

Helga Koper

Helga Koper

Programmamanager

06 35 11 58 14


deel deze pagina via:


De invloed van een tekort aan geld op gedrag


1. Wat maakt het dossier actueel?

In de afgelopen jaren nam zowel het percentage huishoudens dat in armoede leeft als het percentage huishoudens met (problematische) schulden flink toe. Actuele wetenschappelijke literatuur wijst steeds duidelijker uit dat opgroeien in armoede en/of het op latere leeftijd rond moeten komen van een (zeer) laag inkomen negatief uitwerkt op ons gedrag. De toename van armoede en schulden vindt plaats in een context waarin onder meer gemeenten een steeds groter beroep doen op de zelfredzaamheid van de burger. Als armoede en schulden ons functioneren op een negatieve wijze beïnvloeden, wat kan er dan in het kader van grote zelfredzaamheid van deze groep gevraagd worden?

2. Wat zijn need to knows van dit dossier?

Een tekort aan geld draagt er aan bij dat mensen anders gaan functioneren. Belangrijke veranderingen zijn dat mensen meer bij de dag leven (een kortere termijn horizon), minder doordachte beslissingen nemen (het IQ daalt tijdelijk met gemiddeld 13 punten) en in deze overlevingsmodus zichzelf steeds minder zien als de sleutel tot een duurzaam betere positie. Ze worden met andere woorden afwachtender. Onbedoeld houden ze hun problematische situatie daardoor in stand of verergeren ze die. Andere (eveneens belangrijke) zaken krijgen te weinig aandacht. De schaarste aan geld kost zoveel mentale energie dat er te weinig denkcapaciteit – ook wel bandbreedtegenoemd – overblijft voor zaken die juist een einde kunnen maken aan die schaarste, zoals schuldhulpverlening, (beter) betaald werk of onderwijs. Je zou kunnen zeggen dat schaarste bij mensen het vermogen ‘kaapt’ om uit de problemen te raken.

Eigen verantwoordelijkheid en motivatie zijn belangrijke pijlers onder het actuele armoede- en schuldenbeleid. Het is van belang dat wordt doordacht welk beroep er gedaan wordt op deze pijlers als onderzoek aantoont dat schulden en armoede er juist aan bijdragen dat de eigen verantwoordelijkheid en motivatie onder druk staan. Het lijkt er op dat we (veel) te vaak het label ‘ongemotiveerd’ plakken op mensen wiens gedrag wordt beïnvloed door de dynamiek van schaarste.

3. Wat is er binnen de gemeentelijke invloedsfeer mogelijk ten aanzien van dit dossier?

Door de ervaren schaarste op te heffen komt de bandbreedte vrij die deze groep nodig heeft om het leven weer zelfstandig vorm te geven. Het stabiliseren van de financiën en daarmee het opheffen van de schaarste en het daaruit voortkomende destructieve gedrag is dan cruciaal. Dit kan op meerdere manieren. Het eigen netwerk of vrijwilligers kunnen burgers ondersteunen om de financiën actief op te pakken en de processen die schaarste met zich meebrengen te doorzien en te doorbreken. Maar ook het inhouden en doorbetalen van de vaste lasten, budgetbeheer of schuldenbewind zijn interventies die de burger weer wat meer denkruimte geven. Door meer denkruimte te creëren, kan de burger weer een eigen plan maken en dat plan ook uitvoeren.

4. Welke andere partijen spelen in dit dossier een bepalende rol?

Alle partijen die te maken hebben met een burger die in armoede en/of schulden leeft, hebben een rol bij het oprekken van de denkruimte. Een tekort aan geld draagt er aan bij dat mensen zich anders gaan gedragen maar een tekort aan tijd heeft een vergelijkbare impact. In dit licht is het van belang om bij meervoudige problematiek integraal te bekijken welk beroep er op iemand wordt gedaan. Als we aan een alleenstaande ouder met problematische schulden vragen om een ruime tegenprestatie te leveren (door te vragen om een inzet van bijvoorbeeld 32 uur per week), dan vergroten we wellicht onbedoeld de schaarste met alle onbedoelde effecten op het gedag van dien.

5. Waar vind ik meer informatie over dit dossier?

image dossier 1