Deel deze pagina via:

Contact

Nico van Buren

Nico van Buren

Programmamanager

06 23 01 28 28

Logo min IenM 234x66

Smart Thinking #4 – Connectivity: nieuwe netwerken

Verslag van de bijeenkomst op 19 maart 2015 van het Lerend Netwerk Smart CitiesNL in samenwerking met Metropoolregio Den Haag Rotterdam

“Open netwerken zijn de basis van de slimme stad. Slimme verlichting, stoplichten, videobewaking, etc. maken gebruik van dezelfde netwerken, maar deze netwerken zijn versnipperd en wisselen onderling niet uit.”Als voorbeeld laat Frank Vieveen van de gemeente Rotterdam een kaart zien waar op de glasvezelnetwerken van (semi-) publieke partijen in de metropoolregio staan. Wat zichtbaar wordt is een glasvezelnetwerk in wording maar dit netwerk is versnipperd in eigendom en heel beperkt beschikbaar voor de consument. Dit moet anders stelt hij. De vraag is alleen hoe?

Dit is de kernvraag op de vierde Smart Thinking bijeenkomst van het Lerend Netwerk Smart CitiesNL. In de zaal zitten vertegenwoordigers van partijen die zich bezig houden met dezelfde vraag; netwerkbeheerders, gemeenteambtenaren, adviesbureaus, energieleveranciers en telecomproviders. De sprekers van de middag belichten vanuit verschillende perspectieven dit vraagstuk.

Connectivity: nieuwe netwerken

De bijeenkomst wordt afgetrapt door Tom Boot van de Metropoolregio Den Haag Rotterdam waarin hij de urgentie benadrukt van een transitie van de bestaande economische clusters in de regio zoals deltatech, medical en maritiem naar een smart economy. Een economische regio die een enorme inhaalslag moet maken om internationaal concurrerend te blijven en waar slimme infrastructuur een basisvoorwaarde is.

Vanuit verschillende perspectieven werd deze opgave belicht. Paul Gerritsen, Vereniging Deltametropool, benadrukt de noodzaak om te blijven investeren in de agglomeratiekracht, bereikbaarheid en leefkwaliteit om internationaal concurrerend te blijven. Bereikbaarheid van onze stedelijke regio’s is een enorme opgave. Om onze steden bereikbaar te houden dienen we de bestaande infrastructuur veel slimmer te benutten door op zoek te gaan naar cross-sectorale oplossingen die de verbinding maken tussen vervoer, economie en verdichting van de bestaande stad.

Ellen van Bueren, TU Delft – Techniek, Bestuur & Management/Bouwkunde, benadert connectivity vanuit een organisatorisch vraagstuk. Om tot innovatieve oplossingen te komen, bijvoorbeeld bij het realiseren van een CO2-distributie systeem tussen producenten en afnemers, is in de eerste plaats cross-sectorale samenwerking nodig. Daarbij benoemt zij een aantal spanningen zoals cultuurverschillen tussen organisaties, verschil tussen lange termijn afhankelijkheden en korte termijn flexibiliteit van samenwerkende organisaties en een grootschalige investering upfront versus een geleidelijke, organische ontwikkelstrategie. Hierbij trekt zij de parallel met de transitie naar een smart city en de realisatie van de noodzakelijke infrastructuur.

Leo Paulissen, netbeheerder Alliander Energie, bevestigt de noodzaak om organisatorische veranderingen door te voeren om aan de veranderende marktomstandigheden te voldoen. Vanuit deze filosofie draagt Alliander bij het bedenken en opzetten van bijvoorbeeld autodeelprogramma’s op basis van een slimme laadinfrastructuur.

Marnix de Vos, BVR adviseurs, vertelt het verhaal van Eindhoven Brainport City. Dit onderzoek in opdracht van Rijk en gemeente is gestart als een onderzoek naar het verbeteren van de bereikbaarheid van de regio Eindhoven maar is geëindigd als een strategie voor het versterken van de stad. Gedurende dit ontwerp- en organisatieproces is een verschuiving opgetreden van het ontwerpen van campussen aan de snelweg naar herontwikkeling van knopen in de stad. Door deze werkwijze werd het mogelijk om synergie tussen ruimte en infrastructuur te bereiken en zo bij te dragen aan de Brainport Eindhoven.

Tijdens het daarop volgende debat komen de deelnemers tot een viertal redenen waarom het uitrollen, delen en benutten ICT-infrastructuur nog niet zo snel gaat als we zouden willen.

Samenwerking in eigendom – welke mogelijkheden liggen daar?

Je zou verwachten dat het voor een gemeente juist interessant is om als eerste in zee te gaan met de partijen waar zij een eigendom in heeft. Zo heeft de gemeente Rotterdam onder andere aandelen in 40% van het havenbedrijf en 100% van de RET (Tram en Metrovervoerder in de regio). Toch blijft het lastig om de samenwerking te vinden en deze op het juiste niveau te initiëren. Misschien is het zelfs gemakkelijker om samenwerking te vinden met partijen waar je geen aandeelhouder van bent.

Zelf doen is voor gemeenten geen optie. Met name de ‘last mile’, stukken die voor commerciële aanbieders te klein, of niet interessant genoeg zijn blijkt een opgave in de voorziening. Het zelf aanleggen van deze stukken komt in het grijze gebied van de staatssteun terecht. Samenwerken is dan de enige optie en gaat veelal over het delen van idealen; de gezamenlijke stip op de horizon. Wanneer individuele belangen in de ondergrond te groot zijn om samenwerking op te starten, kan samenwerken aan een andere urgentie,zoals digitale zorg voor thuiswonende ouderen, een aanzet zijn tot samenwerking op een grotere schaal of een lastiger domein.

Juist samenwerken en de introductie van nieuwe werkwijzen vragen om mensenwerk. Alliander heeft veel energie gestoken in op de werkvloer brengen van hun verhaal. Het vertellen van het verhaal om partijen binnen en buiten het eigen bedrijf te verbinden blijft hard werken. Binnenkort worden de bestaande gasmeters vervangen voor slimme meters, stelt iemand in de zaal. Op dat moment komt de partij die het contract heeft voor deze onderneming achter vrijwel alle voordeuren in de stad. En slimme samenwerking tussen partijen biedt de kans om verschillende extra voorzieningen aan te leggen en kosten te delen. Het voordeel voor de bewoner is dat de stoep maar één keer open hoeft en de betrokken partijen kunnen aanzienlijk besparen op kosten. Nadeel is dat dit een goede afstemming en flexibiliteit vereist van de betrokken partijen.

De succesvolle samenwerking in connectiviteit en interconnectiviteit is ook een internationale kans. Wereldwijd krijgen steden te maken verschillende systemen die niet of beperkt met elkaar communiceren. Als je het als bedrijf goed doet kun je dit ook internationaal uitbaten.

Kostenafspraken en regels.

Juist ook die financiële meerwaarde vinden zou een stevige drijver moeten zijn in de samenwerking. Helaas blijkt de praktijk weerbarstig. Gemeenten en netbeheerders houden elkaar in de greep met wederzijdse ‘boetes’ als omleggingskosten, precario en degeneratiekosten. In feite is het een systeem van afspraken die in het verleden gemaakt zijn en, volgens de zaal, toe zijn aan een herziening. De kosten van deze afspraken zijn absurd hoog en ze werken een open dialoog en samenwerking tegen. En juist de samenwerking zou een businesscase op kunnen leveren.

Ook maakt de Telecomwet het lastig voor partijen om hun ‘gesloten’ netwerken open te stellen voor een breder gebruik. De meeste glasvezelnetwerken zijn niet toegankelijk omdat hun eigenaar ze niet wil delen. Op het moment dat niet-telecom bezitters van een glasvezelnetwerk hun netwerk wel aan willen bieden, stelt de Telecomwet dat zij hiervoor een vergunning nodig hebben. Het verkrijgen van deze vergunning is zeker niet onmogelijk, maar vereist wel inzet en brengt kosten met zich mee. Met name partijen die het delen van hun netwerk niet als doelstelling hebben, willen deze investering niet leveren.

De aanpak van wet- en regelgeving en afspraken lijkt tijdens het debat een van de stevigste noten om te kraken. Voor het gesprek over omleggingskosten, precario en degeneratiekosten is het gesprek nodig tussen een groot aantal partijen. Dit is lastig, maar lijkt niet onmogelijk. De Telecomsector is op het gebied van interdisciplinaire samenwerking veel minder volwassen dan bijvoorbeeld de energiesector. Daar liggen goede kansen om van elkaar te leren.

Op welke schaal speelt de vraag?

Want wat is eigenlijk het schaalniveau waarop vraagstukken aangepakt kunnen worden? Vragen verschillende aanwezigen zich af. Is een goedwerkende ICT-infrastructuur niet een basisvoorziening, vergelijkbaar met goede wegen, en daarom een Rijksbelang? Dit zou mogelijkheden scheppen voor de afstemming tussen partijen en bij het aanpassen van de Telecomwet naar de wensen van de huidige situatie. Want de Telecomwet leek voorheen een goede oplossing voor de regulering van de telecommarkt. Inmiddels blijkt dat deze vaker een struikelblok vormt dan een hulpmiddel voor gemeenten die meer samenwerking willen op de telecommarkt.

Binnen de gemeente wordt de rol van bestuurders gezien als het ideale niveau om afspraken te maken. Deze afspraken kunnen vervolgens ingezet worden in de andere lagen binnen de verschillende organisaties. Om duidelijke uitspraken te doen en beslissingen te nemen hebben bestuurders wel een visie op de nut en noodzaak van het beter samenwerken op ICT-gebied. Dit betekent dat de vraag tot samenwerking op een lager schaalniveau goed voorbereid moet worden.

De ontwikkelingen gaan snel, waar investeer je in?

De heersende opvatting is dat supersnelle internetverbinding bijdraagt aan een interessant investeringsklimaat. Deze supersnelle internetverbinding wordt vooralsnog gekoppeld aan de aanleg van glasvezel omdat dit op dit moment de beste en snelste internetverbinding biedt. Maar de technologie ontwikkelt snel. Technieken waarbij koper even effectief informatie verzendt en ontvangt bestaan al en de ontwikkeling in deze sector zijn nog lang niet ten einde.

Met dit soort ontwikkelingen in het achterhoofd; waar moet je als gemeente of metropoolregio op inzetten? Juist de snelheid van ontwikkelingen vraagt om een aanpak die kan inspelen op nieuwe technieken en ontwikkelingen en daarbij het doel ten alle tijden in de gaten houdt. De rol van de overheid en samenwerking met de markt is duidelijk nog lang niet uitgekristalliseerd.

Voorzichtige conclusies

Terugkijkend op de middag kunnen enkele voorzichtige conclusies worden getrokken ten aanzien van de do’s en don’ts bij het uitrollen van de toekomstige ICT-infrastructuur van de slimme stad.

In de eerste plaats wordt connectiviteit gezien als een belangrijke randvoorwaarde voor de economische concurrentiekracht van stedelijke regio’s. ICT-infrastructuur vormt een aanvulling op de bestaande bereikbaarheid en is een middel om ‘oude’ infrastructuur slimmer te maken.

In de tweede plaats illustreren de verhalen van Gerritsen en de Vos de nieuwe kansen en mogelijkheden die de kruisbestuiving van infrastructuur en stedelijke ontwikkeling biedt. Het in beeld krijgen van dit soort kansen biedt een (publiek) perspectief op de gewenste digitale connectiviteit en noodzakelijk samenwerking.

Samenwerking is het derde thema bij het verzilveren van cross-sectorale kansen. Ellen van Bueren en Leo Paulissen leggen hier de nadruk op. Aandacht, tijd en doorzettingsvermogen is randvoorwaardelijk om tot nieuwe samenwerkingsverbanden te komen. Dat dit ook tot succes leidt, wordt ondersteund door de Brainport City.

Ten aanzien van het realiseren van ICT-infrastructuur is de conclusie dat een lange termijn perspectief nodig is wat ruimte biedt aan het adaptief realiseren van de doelstellingen. Niet bij voorbaat kiezen voor een bepaalde technologie maar binnen de doelstelling de creativiteit van de markt aanspreken om met technologische oplossingen te komen.

Ten slotte worden wettelijke en financiële randvoorwaarden genoemd die het koppelen van bestaande netwerken en het uitrollen van nieuwe netwerken bemoeilijkt. Hierbij is samenwerking met het Rijk ten aanzien van wet- en regelgeving noodzakelijk. Ook ligt een taak bij regio’s en gemeenten om barrières weg te nemen bij het realiseren van deze netwerken.

Ben je benieuwd naar de presentaties die aanleiding vormden tot dit debat?
Via onderstaande links kun je de losse presentaties terugkijken.


Kennisontwikkeling Smart Cities samen op één plek

Platform31 organiseert het online platform Smart Cities met als doel de kennisontwikkeling over Smart Cities in Nederland op één plek samen te brengen in een kennisdossier en het debat hierover aan te jagen. Zo ontstaat er op termijn een online community rondom dit thema.

Zijn we volgens u een project of onderwerp vergeten of hebben we uw netwerk gemist in de berichtgeving? Wij stellen het op prijs als u contact met ons opneemt.

tweets Smart Cities