Deel deze pagina via:

Contact

Nico van Buren

Nico van Buren

Programmamanager

06 23 01 28 28

Logo min IenM 234x66

Handen op elkaar voor samenwerking

Interview met Peter Molengraaf, Alliander

1 december 2016

Diverse overheids-, kennis,- en marktpartijen werken momenteel samen aan de nationale Smart City strategie die in februari 2017 wordt aangeboden aan de minister-president. Het strategiedocument is een belangrijke stap om de handen op elkaar te krijgen voor meer samenwerking tussen steden, aldus Peter Molengraaf, CEO van Alliander en een van de initiatiefnemers van de strategie.

Waarom is het zo belangrijk dat Nederlandse steden gaan denken en handelen als één Smart City?

Veel steden zijn gewend om hun eigen problemen op te lossen. Samenwerken met andere steden om bepaalde problematiek aan te pakken is vaak nog nieuw. Uitwisselen gebeurt wel, al jaren, maar echt samen uitdagingen oppakken nauwelijks. Ik zie in toenemende mate de behoefte om samen op te trekken, maar het is nog lastig om dat ook echt te doen. Er is niet altijd vertrouwen dat het iets oplevert waar je wat aan hebt. Maar nu, met de moderne platformen en technieken moeten steden echt meer gezamenlijk gaan optrekken. Ik zie enorme kansen om gezamenlijk de steden aantrekkelijk te maken voor innovatie en vernieuwing.

Sommige marktpartijen hebben die overstijgende blik meer dan stadsbesturen. Die bedrijven werken internationaal en weten hoe je het aan moet pakken als je over grenzen heen intensief wilt samenwerken. Je hebt een duidelijk gemeenschappelijk belang nodig en een manier van organiseren die werkt. Dan kan er zoiets ontstaan als de Hanzesteden; die samenwerking tussen handelaren, gilden en steden werkte heel goed.

Wat betekent die samenwerking voor de toekomst van Nederland?

Als je met een internationale blik kijkt, moet Nederland een aantrekkelijk gebied worden om in te investeren, in te wonen of je in te vestigen. En dan zou het niet zoveel uit moeten maken of je je je als bedrijf in Amstelveen of Harderwijk vestigt. Die aantrekkingskracht vergroten is van groot belang. Het is dan ook bijvoorbeeld goed dat minister Schultz van Nederland een aantrekkelijke proeftuin wil maken voor ontwikkelingen op het gebied van autonoom rijden. Dat is ook een logisch thema voor het Rijk: rijkswegen en vervoer zitten in de nationale portefeuille. Maar er zijn ook thema’s waarbij steden bij uitstek geschikt zijn om een innovatief, probleemoplossend klimaat te scheppen.

Wat zijn dan van die typische zaken die steden samen kunnen aanpakken?

Bijvoorbeeld de manier waarop je met bedrijven als Über en Airbnb wilt omgaan. Op dit moment onderhandelt iedere stad voor zichzelf met dergelijke bedrijven. Maar als je
dat met elkaar doet, dus voor een groter gebied, dan heb je meer invloed. Als je dan samen duidelijk maakt wat er mag en wat niet, bied je binnen de door jou gestelde grenzen ruimte om te innoveren en maak je het land aantrekkelijk voor die bedrijven.

Wie is dan aan zet? Het Rijk? De markt? De steden?

De Rijksoverheid kan wel investeren, maar de meeste stedelijke problemen liggen niet op het bord van de Rijksoverheid. Het antwoord daarop moet vanuit de steden zelf, dus van onderop komen. Het Rijk zou moeten zeggen: het is goed dat jullie samenwerken, wij zien het belang ook en willen daar wel bij helpen. Je kunt bepaalde randvoorwaarden stellen op nationaal of zelfs Europees niveau, maar de lokale vraagstukken moet je lokaal oplossen. En dan niet iedere stad voor zich. Sommige problemen en kansen, maar ook technologische oplossingen, innovaties en platformen, hebben een bepaalde schaal nodig. Wil je echt ruimte bieden aan innovaties, dan heb je platformen nodig met bepaalde standaarden: eerlijkheid, transparantie, marktwerking, enzovoort. En nieuwe ontwikkelingen kun je als steden het beste gezamenlijk uitvragen. Dat maakt het voor de markt ook veel makkelijker om te investeren. Bovendien kun je dan voor die nieuwe diensten je eigen randvoorwaarden stellen.

Wat is het voordeel van gezamenlijk standaarden vaststellen?

Dat je dan innovatie en ontwikkeling kunt opnemen in je uitvraag. Er zijn bijvoorbeeld steden die bij hun aanbesteding geen ruimte hebben gelaten voor een ontwikkeling zoals het slim laden: dat is de mogelijkheid om zelf te kiezen hoe en wanneer je je auto oplaadt en zelfs om stroom terug te leveren aan het net. Steden die geen standaarden voor nieuwe ontwikkelingen in hun proces hebben opgenomen, zitten nu vast aan een aanbieder die geen slim laden kan leveren.

Hoe gaat de nationale strategie bijdragen aan de gezamenlijkheid?

Het staat al in de agenda Digitale Stad: onze steden vormen al één stad, een rijke stad met veel groen. Dat is veel meer en mooier dan een metropool. Maar je ziet ook dat er binnen die steden problemen en mogelijkheden zijn ontstaan waar we alleen als geheel, als één enkele stad, mee om kunnen gaan. Met de nationale Smart City Strategie krijgen we iedereen hiervoor bij elkaar. Idealiter verklaren de steden in dit strategiedocument welke dingen ze samen willen aanpakken en verbindt het Rijk zich eraan om hen daarin waar het kan te ondersteunen. Dan doet de strategie precies wat hij moet doen: samenwerking creëren.

Peter Molengraaf
Peter Molengraaf, CEO van Alliander

Kennisontwikkeling Smart Cities samen op één plek

Platform31 organiseert het online platform Smart Cities met als doel de kennisontwikkeling over Smart Cities in Nederland op één plek samen te brengen in een kennisdossier en het debat hierover aan te jagen. Zo ontstaat er op termijn een online community rondom dit thema.

Zijn we volgens u een project of onderwerp vergeten of hebben we uw netwerk gemist in de berichtgeving? Wij stellen het op prijs als u contact met ons opneemt.

tweets Smart Cities