Deel deze pagina via:

Contact

Nico van Buren

Nico van Buren

Programmamanager

06 23 01 28 28

Logo min IenM 234x66

Smart Cities en de kunst van het opschalen

verslag kennisbijeenkomst nr.1


“Als je Smart wegstreept bij Smart Cities, wat mis je dan?” Met deze vraag opende Geert Teisman het kennisgesprek over Smart Cities. Aan tafel zaten 10 personen die allemaal vanuit een andere invalshoek betrokken zijn bij kennisontwikkeling rond het thema Smart Cities. Het antwoord kwam grofweg neer op het volgende: Met de toevoeging van ‘Smart’ wordt de complexiteit van Cities beter hanteerbaar. Of die complexiteit nu bestaat uit nieuwe samenwerkingsverbanden of een efficiënter gebruik van systemen, grondstoffen en de bestaande infrastructuren, dat is nog een open vraag. In ieder geval helpen techniek en ICT ons om voorheen onmogelijk complexe vraagstukken met schijnbaar simpele oplossingen aan te pakken.

De deelnemers hadden voorafgaand aan de bijeenkomst aangedragen welke thema’s ze wilden bespreken. Hieruit zijn drie vraaggebieden geformuleerd die van belang zijn voor een te ontwikkelen kennisagenda:

  • De Smart City en de discussie rond open data/private data.
  • Het opschalen van Smart City projecten, van experiment naar een op grote schaal uitvoerbaar principe?
  • Het verband tussen Smart Cities, de eindigheid van grondstoffen en de opkomende zelfmaakindustrie

Een groot grijs gebied

Data verzamelen is mooi,” aldus Sytze Dijkstra van Accenture, “maar er zitten vaak praktische grenzen aan. Hoeveel wil en kun je met elkaar verbinden? Waar zitten de waardevolle links?” In de discussie over privacy van gegevens wordt het al snel een heel persoonlijke vraag. Welke data wil je dat er beschikbaar is over jou? Moet iedereen de meldingen van alarmnummers kunnen volgen, mag iedereen weten hoeveel kilo afval er via jouw grijze of groene bak wordt aangeboden? Zoals Sytze Dijkstra stelt: “Het is niet altijd zwart-wit. Er is een grijs gebied dat relatief groot kan zijn.” Als data vrij beschikbaar zijn kunnen ze voor een andere vraagstelling in een andere context geïnterpreteerd worden. Door combinatie en analyse van verschillende databronnen kan een geabstraheerd gegeven steeds vaker toch worden herleid naar een individuele persoon. Hoe daarmee om te gaan blijft een vraag. Er ligt in elk geval een stevige nieuwe rol voor de overheid om de spelregels rond dit (her)gebruik van data vorm te geven. De deelnemers twijfelen of de Nederlandse overheid hier voldoende op is voorbereid.

Datastromen die modellen voeden en systemen aansturen gaan gemakkelijk voorbij aan bewegingsvrijheid voor het individu. In Masdar (een tabula rasa Smart City in Abu Dhabi) worden persoonlijke gegevens gevoed aan een systeem dat efficiency en leefbaarheid optimaliseert. De persoonlijke invloed van de bewoners wordt nihil. Het systeem maakt geen gebruik meer van de intelligentie van de inwoners. Hoeveel ruimte geven we voor de bouw van dit soort systemen? Ook daar ligt een rol voor de overheid.

Open data als motor

Ondanks deze ethische bedenkingen ziet iedereen aan tafel wel de meerwaarde van open data. “Het delen van denkbeelden en informatie leidt tot kruisbestuivingen die je niet altijd verwacht", stelt Jan Roggeband van Brainport Development NV. "Daar komen ook vaak nieuwe diensten uit voort.” Het metabolisme van de stad wordt inzichtelijk en kan beter gaan werken, architecten kunnen efficiëntere gebouwen maken, bewoners hebben meer invloed op hun omgeving.

Niet elke organisatie is bereid om data open te stellen. Barrières kunnen liggen in bescherming van bedrijfsbelangen (eigen data kunnen een unieke kennispositie geven), angst voor juridische consequenties, of ook: het niet willen etaleren van eigen kwetsbaarheid. Door externe gebruikers je data te tonen kan duidelijk worden dat je data onvolledig zijn, verouderd of helemaal niet gedigitaliseerd. Het is pijnlijk als de buitenwacht ontdekt dat jij je keuzes hebt gebaseerd op matige of ronduit slechte data.

De ‘open-trend’ leidt tot een nieuwe impuls om data beter te gaan organiseren. Volgens Saskia Muller van Amsterdam Smart City is hier veel winst te behalen. Door datasets te combineren en gezamenlijk in te winnen wordt op werktijd bespaard, maar is vooral meteen inzichtelijk welke andere belangen op een locatie of onderwerp spelen.

Het oude uitgangspunt dat informatie macht is en dat het bezit van data dus een businessmodel biedt wordt ruim besproken. De traditionele kijk op data als verhandelbare waarde lijkt te verplaatsen naar de waarde van de toepassing die ermee gemaakt wordt. Zoals Don Guikink van TNO aangeeft: “Data is een grondstof van de 21e eeuw. Maar niet alle grondstoffen zijn evenveel waard. De meerwaarde van data zit in de diensten die je er mee ontwikkelt en niet in het bezit van de data. Als je dat weet te doorbreken, dan is data op zich niets meer waard; de waarde zit in de dienstverlening die je ermee pleegt.” Als je dit doortrekt naar de rol van data in de samenleving dan draait de waarde van data straks vooral om het bezit van de meetapparatuur en de toepassingen waar de data in verwerkt is. De rol van dataverzamelaars wordt dan meer regisserend, gericht op het ontwikkelen van datatoepassingen en het vertalen van ruwe data naar bruikbare packages. Zij ‘raffineren’ de data als het ware.

Bij het meten wordt vaak meer data opgehaald dan voor de toepassing van de dataeigenaar noodzakelijk is. Deze ‘restdata’ bevat juist voor andere partijen interessante informatie. Een goed voorbeeld is de zoektocht van TomTom. Zij wilden data over de verkeersbewegingen en maakten een calculatie met verkeerslussen, scanners, ed. De investering om deze data te krijgen liep gigantisch op. Daar kregen zij hun businesscase niet mee rond. Door in dialoog te gaan met andere partijen kwamen ze een bedrijf tegen dat meetinstrumenten voor mobiele telefoonsignalen maakt. In de auto’s zitten telefoons die een signaal afgeven. Voor het telefoniebedrijf waren die signalen een restproduct, voor TomTom een belangrijke ‘enabler’.

Een ander mooi voorbeeld is het voorbeeld van Fugro, een bedrijf dat wereldwijd maaiveldhoogtemetingen per helikopter uitvoert. Deltares en de TUdelft gebruiken deze data om overstromingen te simuleren. Door de veel gedetailleerdere metingen te gebruiken achter de cijfers die Fugro gebruikt kon deze simulatie met een precisie van 60 puntjes per 0.25 m2 worden uitgevoerd. Deze punten waren voor Fugro een restproduct, maar maakten het voor TU en Deltares mogelijk om zeer gedetailleerde 3D-landschappen te maken en daar het water doorheen te laten stromen.

Verleiden om open te stellen

Hoe krijg je partijen zover dat zij hun data beschikbaar stellen? Gemeenten kunnen hier een aanjagersrol in vervullen. Door het goede voorbeeld te geven en zelf hun data open te stellen, door het openstellen van data ‘part of the deal’ te maken bij samenwerkingsconstructies of door te onderhandelen tussen datapartijen en de rol van datamakelaar te vervullen. Zowel bij organisaties als bij individuen neemt de bereidheid om te delen toe als er een duidelijke win-win kan worden benoemd. Bijvoorbeeld bij vervoersinformatie, waarbij de gemeente beter inzicht krijgt in het gebruik van de stad, de vervoerder beter inzicht in de vervoersstromen en zo gerichter materieel kan inzetten en de passagier door zijn gegevens en locatie beschikbaar te stellen beschikking krijgt over betere reisinformatie.

Zoals Renee Westenbrink het mooi verwoordt: “Het idee over wat publiek en wat privaat is, verandert. Ik kan mij voorstellen dat gezondheidsdiensten binnenkort Google gaan raadplegen, omdat Google eerder weet wanneer er een griepepidemie aan komt, dan de GGZ. Ik kan mij voorstellen dat de ANWB binnenkort aan TomTom vraagt om de meest recente file- informatie, want die weten dat ook veel eerder.”

Maatwerk

De meeste Smart City initiatieven hebben een beperkte schaal. Dit is een kwaliteit. Zo blijven initiatieven dicht bij de menselijke schaal. Maar het lukt initiatieven vaak niet om de stap te maken van pilot of experiment naar een opschaalbaar of dupliceerbaar plan. Dit kan gezien worden als een ‘natuurlijke selectie’, niet elk plan wordt een op grote schaal uitvoerbaar principe. Deze natuurlijke selectie wordt ook ervaren als een vorm van verspilling. Wat gebeurt er met de lessen die we halen uit deze projecten, waar lopen we tegenaan? Zoals Saskia Muller het verwoordt: “Ik weet niet precies wat de verhouding is. Ik heb nooit uitgerekend wat er is opgezet en wat werkelijk op grotere schaal wordt ingevoerd, maar ik vind het een matige verhouding; dat wel. Ik merk hoe ongelofelijk ingewikkeld het is om tot die reproduceerbaarheid te komen.”

Maar wat maakt nu dat Amsterdam, een project als de Klimaatstraat (verduurzamen van een winkelstraat) niet uitrolt over de hele stad of tenminste in een aantal andere straten? Volgens de deelnemers is Smart Cities vooral maatwerk. Zoals Don Guikink het stelt: “Inzicht in de vaak locatiespecifieke ‘drivers’ en ‘barriers’ is voor de herhaalbaarheid en de mogelijkheid tot opschalen van Smart City pilots essentieel.” Een belangrijke driver bij de Klimaatstraat was de aanwezigheid van iemand die het project wilde trekken en veel energie in het project heeft gestoken. Zonder dit gevoel van ownership was de Klimaatstraat nooit zo’n succes geworden. Zo’n projecteigenaar kun je niet aanwijzen. Iemand moet zich geroepen voelen om het project te trekken.

Het nadeel van de pilot

Veel Smart City projecten zijn opgezet als pilot. Tijdens een pilot kun je serieuze barrières tijdelijk buiten beschouwing laten. Bij het opschalen van het project zijn deze barrières niet ineens opgelost en moeten ze alsnog geslecht worden. Die tweede stap lukt bijna niet omdat veelal essentiële barrières, zoals regelgeving, de financiële kant en bestaande organisatiestructuren in de pilot buiten beschouwing gelaten worden. Zo loop je bij duurzame energie tegen de electriciteitswetgeving aan die het salderen van energiestromen (het verschil tussen leveren en terugleveren) onmogelijk maakt. En wetten zijn niet snel veranderd.

Een project groeit in zijn uiteindelijke vorm. Er is veel belang bij het delen van de lessen uit het proces. Projecten zijn vaak niet één op één te kopiëren, maar onderdelen ervan kunnen wel ingezet worden bij nieuwe projecten. Het draait hierbij meer om het hergebruik van ervaringen dan om het hergebruik van projecten.

Nederland als Smart City

Een stad is niet slim als deze niet ingebed is in een slimme regio. Renee Westenbrink: “Ik zag pas een brochure van de Universiteit van Nordrhein- Westfalen. Dat gebied is ongeveer net zo groot als Nederland. Stel je voor dat de Universiteit van Nederland presenteert wat er op Universiteiten in Nederland gebeurt op het gebied van Smart Cities.” Juist voor een klein en relatief dicht bevolkt land als Nederland werkt de focus op de stad belemmerend. Volgens de deelnemers is het oplossingsareaal van een stad groter dan de eigen territoriale grens en ligt hier grote winst. Het is misschien wel tijd voor Holland Branding op het gebied van Smart Cities. Juist door ook steden aan elkaar te verbinden en van elkaar te leren kunnen ontwikkelingen in een stroomversnelling raken. Leg een droom neer voor verschillende steden om naartoe te werken. Dat biedt ruimte voor innovatie. Er is behoefte aan een platform waar steden bij elkaar komen en van elkaar leren.

De nieuwe logica

In de ontwikkeling van Smart Cities moeten we op zoek naar een nieuwe logica. Het flesje met water uit Fiji kan niet meer in een duurzame wereld. Maar ook de logica waarin duplo na een bepaalde leeftijd wordt herprint als lego met de 3d printer, waarin we een onderdeel voor een kapot gebruiksvoorwerp op de hoek van de straat laten printen, of waarin we eigenlijk niet alles wat we nodig hebben hoeven te bezitten, maar liever lenen of delen. In de toekomst zien de deelnemers een combinatie van collectief eigenaarschap en circulaire economie.

De productie van onderdelen verschuift naar verwachting naar kleine printshops. Dit veroorzaakt een nieuwe opleving van lokale economieën. Lokale makers kopen de specificaties van hun producten bij de originele maker. Misschien ligt hier een vraag op het gebied van licenties voor dit soort dingen, hoe organiseer je dat? De slagingskans van dit soort ontwikkelingen hangt sterk af van het gemak waarmee de klant bij de printshop komt en het gemak waarmee de printshopeigenaar de specificaties kan gebruiken.

Vaak zijn oplossingen voor Smart City problemen organisatorisch van aard en minder ingewikkeld dan gedacht. Soms valt de meeste winst te halen op lokaal niveau. Voor optimale samenwerking is het nodig dat partijen elkaar vinden. Dit kan stuklopen op heel onhandige dingen. Hier ligt een rol voor de overheid. Deze kan partijen gericht bij elkaar aan tafel zetten, ‘de koffie inschenken’, masseren of intermediëren. De overheid heeft zicht op schaalniveaus en partijen en kan deze kennis inzetten om stad of regio tot een speelveld voor innovatie te maken.

Overheden kunnen dit soort ontwikkelingen niet alleen op poten zetten. Er is behoefte aan nieuwe samenwerkingsverbanden, zoals PPC (public, private, consumer), met nieuwe vormen van eigenaarschap, misschien wel gradaties van eigenaarschap; beschikbaarheid, gedeeld eigenaarschap, eigenaar en alles daartussen.





tweets Smart Cities