Woningmarktregio’s

Wat zegt de wet over woningmarktregio’s?

In de Woningwet is vastgelegd dat er woningmarktregio’s gevormd moeten worden (art. 41b, 41c, 41d BTIV art. 35-37). Deze woningmarktregio’s moeten het werkgebied van de corporatie weer terugbrengen naar lokale schaal: corporaties mogen maar actief zijn in één woningmarktregio. Alleen in dit werkgebied mogen woningcorporaties investeren in nieuwbouw. Wel mogen zij in andere regio’s waar ze bezit hebben, het huidige bezit beheren en herstructureren. Het verbod op nieuwbouw en aankoop van bestaande woningen buiten de eigen woningmarktregio geldt niet voor studenten-, zorg- en ouderenhuisvesters (categorale instellingen).

Wat vroeg dit van gemeenten?

Gemeenten moesten in samenspraak met de corporaties in hun gemeente, een voorstel indienen voor een woningmarktregio. Dit moest gebeuren tussen 1 januari 2016 en 1 juli 2016. In de Woningwet gestaan enkele kaders voor de vorming van deze regio’s. De regio moet uit minimaal 2 aaneengesloten gemeenten bestaan en er moet samenhang zijn in het woningmarktgebied (verhuisbewegingen). Daarnaast moet de regio minimaal 100.000 huishoudens tellen. Er is geen noodzaak voor bestuurlijke indelingen of samenwerkingsverbanden. Regio’s kunnen dus ook provinciegrenzen overschrijden.

Bij de vorming van de regio’s moet ‘de woningmarktregio’ een zienswijze opvragen bij alle corporaties met bezit in de betreffende regio. Ook moeten alle gemeenten buiten deze regio met bezit van corporaties die binnen deze regio vallen, in staat worden gesteld een zienswijze in te dienen op de voorgestelde woningmarktregio.

De vorming van een woningmarktregio brengt echter geen verdere verplichtingen, zoals een regionale woonvisie, met zich mee.

Wat is een woningmarktregio?

De woningmarktregio heeft echter geen bestuurlijke kenmerken en hoeft ook niet aan te sluiten op bestaande bestuurlijke samenwerkingsverbanden.

Schaalgrootte

Voordeel van een grote regio:

  • Het wordt makkelijker voor de meeste gemeenten om de investeringskracht van de corporaties te behouden.
  • Richting de toekomst ontstaan er minder belemmeringen, bijvoorbeeld bij fusies van gemeenten;

Nadelen van een grote regio:

  • Het doel ‘grip op de corporatie en haar middelen’ wordt lastiger;
  • Lokaal georiënteerde corporaties zullen niet altijd het nut zien van een groot gebied;
  • Huurders kunnen het vreemd vinden om huur te betalen (en daarmee de investeringen voor de corporatie mogelijk te maken) aan een corporatie die vervolgens niet kan en mag investeren in hun gemeente.

Woningmarktregio's

In totaal zijn er twintig aanvragen ingediend, waarvan de minister er één heeft afgekeurd. Op 30 augustus 2016 stelde de minister de woningmarktregio’s definitief vast.

regios nederland

Bron: ministerie van BZK, www.woningwet2015.nl

Er is voor de negentien regio’s die aan de voorwaarden voldoen bekeken wat het effect is op de zogenoemde indicatie bestedingsruimte woningcorporaties (IBW), waarbij vooral opvalt dat er enkele regio’s zijn waar een forse daling van investeringscapaciteit zichtbaar wordt.

Dit geldt onder andere voor de regio Amersfoort/Noord-Veluwe en Arnhem/Nijmegen. In de regio Noord-Holland Noord stijgt de IBW daarentegen flink. Dit heeft te maken met het feit dat zonder ontheffingen alle investeringen worden toegekend aan de kernregio. Uitgesplitst naar individuele gemeenten zien we dat de afnames van de investeringscapaciteit fors zijn in bepaalde gemeenten. Zoals de gemeenten Waterland en Beemster in de Metropoolregio Amsterdam waar de investeringscapaciteit bijna halveert zonder ontheffingen. In de regio Amersfoort ziet de gemeente Eemnes een halvering van de IBW.

Ontheffing voor nieuwbouw buiten woningmarktregio

Het is mogelijk voor corporaties om een ontheffing aan te vragen voor nieuwbouw in een gemeente buiten haar woningmarktregio. Dit verzoek dient zij in bij het Ministerie van BZK t.a.v. de afdeling Woningmarktregio. In het verzoek verwoordt ze de gewenste plannen voor de ontheffing en beargumenteerd zij deze. Tevens moeten er meerdere zienswijzen worden toegevoegd, namelijk de zienswijze van 1) de gemeente buiten de woningmarktregio waar zij nieuwbouw wil plegen 2) de andere corporaties in die gemeente/woningmarktregio 3) de gemeenten in de woningmarktregio van de desbetreffende corporatie die het ontheffingsverzoek indient.

Indien de ontheffing wordt verleend, is deze voor onbepaalde tijd. Hij wordt iedere 10 jaar opnieuw geëvalueerd. Daarbij worden de betreffende gemeente en corporatie betrokken. Achter deze link staat een actueel overzicht van de verstrekte ontheffingen.