Particuliere huurmarkt

Een klein deel (10%) van de Nederlandse woningen betreft particuliere huur. Dit is de afgelopen jaren iets gestegen door de verhuur van te koop staande woningen. We gebruiken de term particuliere huurwoning hier voor alle private of commerciële woningen van winst beogende instellingen, dus alle huurwoningen die niet van een woningcorporatie zijn. Het gaat zowel om goedkope als dure woningen.

Zowel de sociale huursector als de koopsector hadden na de Tweede Wereldoorlog veel beleid makende vrienden waar de particuliere huursector deze niet had. Dit had ook te maken met de slechte reputatie die de particuliere huursector in de loop der jaren had opgebouwd. Huisjesmelkers, verwaarlozing, uitbuiting en leegstand zorgden voor een stigma dat deze sector geen goed heeft gedaan. Als gevolg hiervan heeft de Nederlandse woningmarkt zich de afgelopen vijftig jaar met name ontwikkeld in ‘twee smaken’: koopwoningen en sociale huurwoningen. Daarmee werd de ‘derde smaak’, de particuliere huursector, langzamerhand steeds verder gemarginaliseerd tot 10% van de totale woningmarkt anno 2015. Dit terwijl particuliere huur tot in de jaren vijftig de grootste sector was in Nederland. De particuliere huursector wordt ook wel beschouwd als de smeerolie tussen de sociale huursector en de koopsector. De particuliere huursector bestaat verhoudingsgewijs veel meer uit meergezinswoningen. Grote flats van beleggers, maar vaak ook (in de grotere steden) boven beneden woningen in bezit van kleine verhuurders.

2012augustus PSC7219-16