“Er is niet zoiets als een radicaliseringschecklist”


Interview met Amy-Jane Gielen, onderzoeker en adviseur bij A.G. Advies. Zij promoveert aan de UvA
op de effectiviteit van antiradicaliseringsbeleid.


Door: Anne-Marie Rijssenbeek, projectleider Platform31

Welke motiverende verhaallijnen zijn er bij radicalisering en jihadisme?

  1. politieke motivatie: het westen is in oorlog met de islam, slachtofferschap, onderdrukking en wij-zij-denken;
  2. de morele motivatie: westerse waarden als democratie, vrijheid van meningsuiting en gelijkheid worden als hypocriet beschouwd en het leven volgens goddelijke wet- en regelgeving als ideaal;
  3. de religieuze motivatie: de verhuizing naar het kalifaat en de gewapende strijd;
  4. de sociaal-heroïsche motivatie: appelleert aan gevoelens van uitsluiting en romantische en avontuurlijke beelden van het zogenaamde kalifaat.

“De religieuze en sociaal-heroische motivatie komt het meest voor in Nederland. Vaak zie je overigens wel combinaties van motivaties.”

Waarom radicaliseert iemand?

“Bij een radicaliseringsproces spelen veel factoren. Het begint met een voedingsbodem: de vruchtbare aarde waarop je een ‘radicaliseringszaadje’ kan planten. Dat zijn bijvoorbeeld gevoelens van uitsluiting, discriminatie, het idee dat de eigen groep bedreigd wordt, maar bijvoorbeeld ook een slechte thuissituatie. Een voedingsbodem alleen is echter niet genoeg voor radicalisering. Dat gebeurt pas op het moment dat vraag en aanbod samenkomen. De vraag gaat heel erg over de zoektocht naar identiteit: wie ben ik, wat wil ik et cetera? Die zoektocht hebben we allemaal, maar is het meest dominant in onze pubertijd en adolescentieperiode. Normaal gesproken hebben we een positief netwerk van ouders, docenten et cetera. om ons heen die onze identiteitsvorming in goede banen kunnen begeleiden. We zijn dan ook weerbaar tegen negatieve invloeden van buitenaf – zoals jihadistisch aanbod dat, onder invloed van social media, rijkelijk aanwezig is. Bij mensen die radicaliseren is er echter op een gegeven moment een ‘trigger event’, een levensingrijpende gebeurtenis waardoor ze ineens open gaan staan voor radicaal aanbod. Kortom, radicalisering is een proces waarbij voedingsbodem, vraag en aanbod samenkomen.”, aldus Amy-Jane Gielen.

“Zulke emotionele ervaringen, hebben alleen impact als iemand al vatbaar is voor een radicale boodschap of in netwerken verkeert waarin een dergelijke boodschap wordt verkondigd. Het blijft dan van belang om iemand weerbaar te maken en te zorgen voor positieve sociale netwerken.“

Hoe kan een professional in de wijk iemand herkennen die radicaliseert?

“Er is niet zoiets als een radicaliseringschecklist, waarbij als je zes van de tien vinkjes hebt, je het predikaat ‘radicaal’ geeft. Het gaat dus heel erg om risicofactoren, zoals uit het vraag en aanbodmodel. Om professionals toch wat meer handvatten te geven, werk ik zelf met de 3 I’s:

  • Ideologie, waarbij sprake is van uiting/sympathie voor het jihadistisch-salafistisch gedachtegoed.
  • Indicaties van gedrag, waarbij men vaak een terugtrekkende beweging uit de samenleving maakt, men trekt niet meer op met oude vrienden, gaat niet meer naar de plaatselijke moskee etc.
  • Identiteit en uiterlijk, waarin je een heel sterke zoektocht ziet naar identiteit, wat zich soms ook kan vertalen naar uiterlijke veranderingen zoals de baard laten staan en een ghimmar dragen. Belangrijke disclaimer is hierbij dat een I niet voldoende is, dus alleen die baard laten staan is absoluut nog geen radicalisering.”

Wat kan een professional uit een wijkteam doen om te zorgen dat iemand niet (verder) radicaliseert?

“Vasthouden en niet loslaten. Dat klinkt heel cliché, maar ik zie toch dat een duurzame aanpak -waarbij niet alleen individueel wordt gewerkt, maar systeemgericht, dus waarin ook eventuele problemen in het gezin worden aangepakt – z’n vruchten afwerpt.”

Word je als professional niet sowieso gezien als een ‘westerse vijand’?

“Met iemand die heel diep in het jihadistische gedachtegoed zit, ben je soms inderdaad ‘de vijand’. Maar de truc is dan als professional daar niet te veel bij stil te staan en vooral te kijken hoe iemand tot zulk gedachtengoed is gekomen. Daar zit vaak een heel levensverhaal aan vast, waarin allemaal kleine kapstokjes voor interventie zitten. Vanuit oprechte interesse en nieuwsgierigheid, zonder waardeoordeel, kom je soms verrassend ver.”

Hoe werk je als professional samen met netwerk, sleutelfiguren, moskee en scholen in de wijk in het kader van preventie?

“Het is heel belangrijk om sleutelfiguren en het netwerk te beschouwen als bondgenoten. Niet alleen op het moment dat het niet goed gaat, maar vooral ook in ‘vredestijd’. Job Cohen werd er om verguisd, maar dat spreekwoordelijke kopje thee is soms hard nodig. Het is ook heel belangrijk om je netwerk als gelijkwaardige partner te beschouwen: je komt niet alleen iets halen, maar je moet vooral ook iets komen brengen.”

Hoe groot is de kans dat je hier als professional mee te maken krijgt?

“Momenteel zijn er 230 mensen uitgereisd, waarvan er circa 40 zijn teruggekeerd. De gemiddelde leeftijd is begin 20. Voor sommige professionals is dit dan een ver-van-mijn-bed-show, omdat 230 mensen op 16 miljoen mensen weinig voorstelt. Maar we moeten niet vergeten dat ISIS wel duizenden sympathisanten heeft en er ook op wekelijkse basis mensen worden tegengehouden van uitreizen. Radicalisering komt minder voor dan kindermishandeling, maar de tijd dat je als professional kunt zeggen: ‘dat gebeurt bij ons niet’, is wel echt voorbij. Of je nu in Den Haag of Soesterberg of Lichtenvoorde woont, je kan ermee geconfronteerd worden.”

Wat is een goede manier om radicalisering te beleggen binnen het sociaal wijkteam?

“Vanuit de preventieve aanpak lijkt het me zeer goed om dit thema binnen het sociaal wijkteam te beleggen. Radicalisering zou binnen het wijkteam een thema moeten zijn, net zoals kindermishandeling en huiselijk geweld dat ook is. De focus van het wijkteam zou moeten liggen op voorkomen en tegengaan van risicofactoren en het vergroten van de weerbaarheid. Bij zwaardere casussen, waarin echt sprake is van (mogelijke) uitreis, is vaak de afdeling Openbare Orde en Veiligheid aan zet, waarbij er natuurlijk wel een rol is voor het wijkteam om vanuit zorg, passende interventie aan het individu en/of gezin te leveren.”

Waar kunnen professionals terecht als ze meer willen weten?

“Professionals die meer willen weten, kunnen zich in eerste instantie tot hun gemeente wenden. De gemeente is namelijk verantwoordelijk voor de lokale aanpak van radicalisering, van interventies tot deskundigheidsbevordering. Voor verdere ondersteuning en deskundigheidsbevordering, kunnen professionals ook terecht bij de organisaties die hieronder staan vermeld, maar doe dat wel altijd in samenspraak met de dossierhouder radicalisering in jouw gemeente”, aldus Gielen.

  • Website van de VNG: dossier ‘Aanpak Radicalisering’, met handleidingen, nieuws en gemeentelijke praktijkvoorbeelden.
  • Onderwijsprofessionals kunnen bij Stichting School en Veiligheid terecht voor informatie, deskundigheid en advies op het gebied van sociale veiligheid op school.
  • De Expertise-unit Sociale Stabiliteit biedt gemeenten, eerstelijns professionals en diverse groepen in de samenleving praktijkkennis en advies over maatschappelijke spanningen, inclusief radicalisering.
  • Op 28 januari vond vanuit het Project Integrale Aanpak de themabijeenkomst Preventieve aanpak radicalisering plaats. Een beknopt verslag volgt eind volgende week.