Contact

Anne-Marie Rijssenbeek

Anne-Marie Rijssenbeek

Senior projectleider

06 57 94 37 65

De praktijk aan de macht!

Interview, 7 november 2016

De praktijk aan de macht! Dat adviseert de Transitiecommissie Sociaal Domein in de vijfde en laatste rapportage. Twee jaar lang heeft deze driekoppige commissie de voortgang van de drie transities binnen het sociale domein (Wmo, Participatiewet, Jeugdwet) gemonitord. Het sociaal domein is nog geen eenheid met één integrale aanpak, zo blijkt uit het werk van de commissie. Met name ‘werk en inkomen’ is lokaal nog onvoldoende onderdeel van de integrale aanpak.

De taak van de commissie zit er formeel op. Platform31 vraagt de drie commissieleden om terug en vooruit te kijken. Jenneke van Veen was lid van de commissie. Omdat zij een verpleegkundige achtergrond heeft, kon zij de link met de praktijk goed leggen.

De commissie is aan het afronden. De vijfde eindrapportage is af, en met Alles verandert geeft u een prachtig inkijkje in de praktijk van dertien professionals. Hoe kijkt u terug op het werk van uw commissie?
Ik heb als verpleegkundige gewerkt, net als Marjan Kaljouw van wie ik het stokje overnam. Die praktijkervaring bleek zeer waardevol en belangrijk binnen de commissie. Je hebt dan in ieder geval een goed inzicht in het werk van de professional. Maar onze gesprekken met de huidige praktijkmensen en experts waren uiteraard ook van onschatbare waarde. Zo was bijvoorbeeld voor mij de rol van de gemeente in het inkopen en aansturen van zorg helemaal nieuw. Dan is het van groot belang om van praktijkmensen te kunnen horen hoe dat loopt. De gesprekken met experts vond ik zeer zinvol, om op beschouwend niveau te kunnen bespreken wat dat nu eigenlijk inhoudt, schulden hebben en vanuit welke gezichtspunten je daarnaar kunt kijken. Maar we hebben bijvoorbeeld ook besproken: wat is nu precies een generalist en wat een specialist en welke heb je op welk moment nodig?
In totaal hebben we met honderden experts en praktijkmensen gesproken en vele bezoeken afgelegd.

Hoe staat het nu met de transitie? Wat is er nog voor nodig om die af te ronden?
De dozen die bij de decentralisaties naar de gemeenten zijn overgeheveld, zijn nu wel uitgepakt. Maar die echte kanteling naar het integraal vervullen van taken is nog niet gemaakt. Iedereen zit nog middenin vragen als: wat betekent deze verandering voor onze werkwijze en onze bestaande systemen? Welke verbindingen moeten we bijvoorbeeld leggen tussen schuldhulpverlening en werk en inkomen? Zo lang de oude systemen leidend blijven, komt die kanteling naar integraal werken er niet. Professionals zijn gewend aan een systeem van richtlijnen en protocollen, maar worden nu geacht om maatwerk te leven en op een andere manier beslissingen te nemen. De een gaat wat makkelijker in die verandering mee dan de ander. De opleidingen zijn hier een belangrijke factor in, zij zullen hun professionals voor een ander soort praktijk klaar moeten stomen. Je kunt geen generalisten opleiden, maar je kan er wel voor zorgen dat iedere specialist oog heeft voor wat nodig is in het sociaal domein. Op de opleiding zouden professionals moeten leren dat het voor een integrale aanpak nodig is dat de systemen voortaan de cliënt volgen en niet andersom. Alleen als er zo min mogelijk voorwaarden en kaders gesteld worden, kan de professional creatief reageren.

Meer zelf gaan denken, dus?
Nou, ik hoop eigenlijk dat mensen die in hun werk protocollen gebruiken óók gewoon hun verstand gebruiken. Want ook bij een richtlijn of protocol geldt dat je daarvan af moet wijken als het niet past bij degene die tegenover je zit. Anders ben je geen goede deskundige. Deze integrale werkwijze heeft wel een andere manier van verantwoorden nodig. Veel gemeenteraden zijn daar nog onzeker over. We raden ze daarom aan om actief op zoek te gaan naar verhalen van wijkteams: waar lopen ze tegen aan, wat doen ze? Puntenlijstjes helpen daar niet bij. Als je met raadsleden praat over een specifiek gezin met zijn problemen, dan wordt het begrijpelijk. En dan vallen politieke schotten weg. Er zijn problemen die niet binnen de regels opgelost kunnen worden. Als raadsleden en bestuurders het verhaal erachter horen, zijn ze eerder geneigd de mogelijkheden te benutten die in de nieuwe wetten staan.

Moeten daar dan geen centrale afspraken voor komen?
Nee, dat druist tegen het hele idee van de transitie in. We zijn van een landelijke verzorgingsstaat over aan het gaan naar een lokale verzorgingsstaat en dat betekent dat je niet aan alle mensen hetzelfde levert. De uitkomst moet wel hetzelfde zijn, namelijk zelfstandig kunnen wonen in een schoon en leefbaar huis en meedoen in de maatschappij, maar de weg ernaartoe verschilt van persoon tot persoon. Dat betekent dat de huidige landelijke lijstjes/monitors in de weg kunnen zitten van maatwerk. Ons advies is om nu niet weer op voorhand allerlei landelijke toezichtsvormen te gaan bedenken. Het uitgangspunt is dat de raadsleden de controlerende factor zijn. Wat hebben die nou nodig om dat goed te kunnen doen? Dat is de vraag. Daarnaast is het belangrijk is om de systeemverantwoordelijkheid voor deze drie wetten van het rijk helder te definiëren ten opzichte van de rol die gemeenten hebben gekregen, dat is nu niet duidelijk.

En ieder voor zich gaat op zoek naar dat antwoord?
Wij stellen voor om een meerjarig landelijk programma in te richten, met daarin mensen uit de theorie en uit de praktijk. Zet ze bij elkaar aan tafel om na te denken en oplossingen te bedenken voor de problemen die in de praktijk voorkomen. Deze transformatie heeft echt een denktank nodig en een plek om ervaring uit te wisselen, zodat je van elkaar kunt leren wat mogelijke oplossingen zijn. De vraag is wat kan decentraal en wat moet centraal. Het kan veel opleveren als gemeenten, de vijf departementen en de mensen in de uitvoeringspraktijk van elkaar zien welke ruimte er nu al is en nog nodig blijkt. Uitgangspunt is dat de leefwereld van de mens die hulp, zorg en ondersteuning nodig heeft centraal staat.

En hopelijk zijn er de komende verkiezingstijd genoeg wijze mensen die dit omarmen en in een nieuw regeerakkoord vertalen. Want deze transformatie heeft een politieke verankering nodig. Andere rollen en verantwoordelijkheden bij gemeenten vragen ook om een andere positie van departementen; meer een ondersteunende en dienende rol dan een sturende. Ook dat is leiderschap: dat je de ander de kans heeft om het stuur te pakken, niet dat je zelf de hele tijd stuurt.

Wat ziet u als de grote winst van decentralisaties?
Dat de doelstelling van de kanteling wordt geborgd: een plan voor een gezin (mens), een regisseur en een samenhangende aanpak. We hebben jarenlang mensen opgesplitst in ziektes en aandoeningen. Voor hulp in de huishouding moest je naar de gemeente, voor opvoedproblemen van het kind naar maatschappelijk werk enzovoort, enzovoort. Er was geen integrale aanpak, maar wel een veelheid aan hulpverleners die allemaal bij een gezin kwamen, zonder dat er vaak sprake was van goede samenwerking en afstemming. Door de decentralisaties kan je wél tot eenheid in je aanpak komen. In dat opzicht ben ik echt een believer van deze transformatie.

Maar dan moet er dus nog wel van alles gebeuren… Wat kan een professional doen om de integrale aanpak verder te helpen?
Mijn voornaamste raad is: hou vol. Ga niet bij de pakken neerzitten als je tegen botsende systemen of onwillige ambtenaren of bestuurders aanloopt, maar ga net zo lang door tot je een oplossing hebt. Soms moet je allerlei omwegen maken en van loket A naar loket B en weer terug. Dat is lastig maar ga alsjeblieft door tot je bereikt hebt wat je nodig hebt voor dat ene gezin of die ene persoon. Dat lef en dat doorzettingsvermogen wens ik iedereen in de praktijk toe.

Op 3 november is de startbijeenkomst van de uitvoeringsautoriteit die is gepresenteerd op de slotbijeenkomst van de TSD op 30 september. De uitvoeringsautoriteit wil ervaringen van professionals gebruiken om de (lokale) verzorgingsstaat van de toekomst te verbeteren. Professionals in het sociale domein kunnen zich bij deze beweging aansluiten: uitvoeringsautoriteit.nl

In het magazine Als alles verandert… zijn dertien professionals geportretteerd. Openhartig vertellen zij hoe ze in hun dagelijkse werk ruimte creëren voor hun eigen vakmanschap.

jennekevanveen304
Jenneke van Veen