De juiste professional op de juiste plek


Hoe weet je of die ene professional op zijn handen kan zitten? Of hij blij wordt van dat ‘out of the box’ werken, van buiten de lijnen kleuren? Of hij zich als een vis in het water voelt als de context steeds verandert. Als doelen weliswaar duidelijk zijn, maar de weg er naar toe nog niet? En of hij niet met zichzelf in conflict komt als hij niet de hulp kan verlenen die hij eigenlijk zou willen? En last but not least, hoe ontwikkelen al die talentvolle competente professionals zich tot een hecht team waarin ieders talenten succesvol ingezet kunnen worden?

Deze vragen hebben destijds geleid tot de introductie van de Talenten en Motivatie Analyse methode (TMA) in het sociale domein. En tot het competentieprofiel van De Generalist. Dit profiel is in juli 2012 in samenwerking . met het ministerie van Binnenlandse Zaken in het kader van het project ‘Integrale Aanpak’ ontwikkeld. Het wordt nog steeds in veel steden als leidraad gebruikt, maar het is meer en meer een vertrekpunt geworden, een basis om op verder te gaan. Want competenties zijn niets meer en niets minder dan aantoonbare gedragsvaardigheden en die zijn op zich aan te leren. Maar of dat met gemak gaat, hoeveel energie dat kost, of iemand het ‘in zich heeft’ en dus hoe succesvol dat is: dat is nu maar net de vraag. En die vraag is wel relevant, gezien de grote opgave waar de professionals van de sociale (wijk) teams voor staan.

Een voorbeeld ter illustratie. Voor een sociaal team worden professionals van de afdeling Sociale Zaken van een gemeente gevraagd om te solliciteren. Het ging hierbij niet om de functie van generalist, maar meer om een expertrol binnen het team met een aantal generalistische taken. De vraag van de teamleider van Sociale Zaken en van het sociale team was: wie is geschikt voor deze functie, wie heeft het in zich om, los van de vakkennis en ervaring, de gevraagde competenties te kunnen ontwikkelen? Om die vraag te beantwoorden hebben we de TMA ingezet. Deze analyse, die kandidaten online kunnen maken, brengt de talenten, drijfveren en motieven in kaart en het geeft een beeld in welke context die kandidaat het best tot zijn recht komt. Dus in dit geval: matcht de context van het sociaal team met de drijfveren van die kandidaat en passen de gevraagde competenties bij zijn ontwikkelpotentieel?

Iedereen kan bedenken dat de context van Sociale Zaken een volstrekt andere is dan die van een sociaal team. Waar de eerste een sterk geprotocolleerde omgeving is, met duidelijke kaders, regels, doelen en afspraken, is de tweede een vooralsnog vrije en soms vage context waarin juist gevraagd wordt om buiten de kaders te denken en te handelen. En die twee vragen om totaal verschillende drijfveren en talenten. Het bleek dat de meeste professionals van Sociale Zaken, in TMA-termen, hoog scoorden op conformeren en orde en structuur en laag op onafhankelijk denken en afwisseling.

Geweldige talenten voor de benodigde competenties en die context, maar juist niet voor een professional in een sociaal team waar juist competenties als creativiteit, durf en aanpassingsvermogen worden gevraagd. En de onderliggende drijfveren en talenten voor die competenties zijn een lage score op conformeren en orde en structuur en hoog op onafhankelijk denken en afwisseling. Precies andersom dus.

Dit betekent niet dat die professional competenties als creativiteit, durf en aanpassingsvermogen niet zou kunnen ontwikkelen, maar je kan op voorhand voorspellen dat het hem moeite kost. En juist daarom en omdat het tegen zijn natuur in gaat, kan er een mogelijk energielek optreden. Dat (en meer) breng je met de TMA en met het daarbij horende gesprek in kaart. En daarmee heb je binnen het sociaal domein een instrument in handen waarmee je kunt zien of ‘het er voor die context, voor die functie in zit of niet’.

Vragen over deze blog?
Bel met Ellen de Goede 06-51382224 of
Yvonne Wijland 06-46013576.