Exploitatie van de plint

De begane grond van een (voormalig) verzorgingshuis, ‘de plint’, herbergt functies en activiteiten die belangrijk zijn voor de wijk. De receptie en zijn ‘waakfunctie’ stelt ook nabij wonende kwetsbare ouderen in staat om zelfstandig te wonen. Het biedt ontmoeting en dagbesteding voor wijkbewoners en hun mantelzorger.

De plint als zorgenkind

Ondanks de goede functies die de plint vervult is het een financieel zorgenkind. De hal en atrium zijn veel en dure vierkante meters in beheer en lastig in losse verhuur. Daarnaast kampt de plint van zorgvastgoed met concurrentie van onder meer leegkomende scholen, buurtcentra en overig maatschappelijk vastgoed.

Extramurale staat als uitgangspunt

Platform31 en Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg hebben 4 bedrijfsmodellen laten samenstellen voor exploitatie van de plint. Het vertrekpunt voor de bedrijfsmodellen is het verzorgingshuis in extramurale staat: voor alle bewoners geldt dat zij zelfstandig huren, eventueel met gebruik van huurtoeslag. Zover ze zorgbehoevend zijn, kunnen ze rekenen op thuiszorg. Hoe kunnen in die situatie de kosten van algemene voorzieningen worden gedekt?

4 modellen voor exploitatie van de plint

Vier archetypen zijn gemodelleerd aan de hand van praktijkvoorbeelden waarin de organisatie en de exploitatie wordt beschreven. Ze geven bovendien een inschatting van de omzet die minimaal nodig is om dit model in de praktijk te brengen. Voor elk van deze modellen geldt in beginsel dat zij kostenneutraal geëxploiteerd kunnen worden.

Vertrekpunt voor dialoog

Deze 4 bedrijfsmodellen laten de kansen zien voor de ontwikkeling van de plint van het verzorgingshuis. Ze zijn met kengetallen doorgerekend:

  • Van en voor de buurt: exploitatie van de plint door een vrijwilligersgemeenschap;
  • All-inclusive: exploitatie van de plint door een zorginstelling of hoteliers op basis van een integraal servicearrangement;
  • Gezond en gemakkelijk: exploitatie van de plint als voorzieningencluster rond gezondheid, wellness en horeca;
  • Sociale Onderneming: exploitatie van de plint door een integrale aanbieder van services rond zorg, werk en welzijn.

De studie brengt routes voor een alternatieve bekostiging van de functie van de plint in beeld. Het is daarmee een vertrekpunt voor een dialoog tussen betrokkenen: zorginstelling, corporatie, opleidingen, gemeente, de buurt en innovatieve maatschappelijk ondernemers.

Welke benadering?

Wie de modellen op hoofdlijnen vergelijkt, ontdekt twee verschillende benaderingen, die hieronder zijn gevisualiseerd. Bij de ene benadering wordt de ‘plint’ primair als onderdeel van het woonzorgcomplex gezien; de buurt is een extraatje. De andere benadering is precies omgekeerd: de ‘plint’ is primair een wijkcentrum en het is mooi meegenomen dat daar ook nog mensen boven wonen.

model woonzorgcomplex

Beide perspectieven hebben een eigen legitimiteit. Het lijkt er op dat in het combineren van beide perspectieven mogelijkheden liggen die in geen van de gepresenteerde bedrijfsmodellen optimaal worden benut. Er is nog meer mogelijk.

Een 5e model

Hoe verschillend de modellen ook zijn, ze dekken niet het hele palet van mogelijkheden af. Eén model ontbreekt geheel. Dat is het model waarin een horeca-exploitant de plint commercieel uitbaat, dus zonder een vorm van publieke financiering.

Conclusies

De conclusie van de studie is dat het All-inclusive-model slecht kostendekkend te exploiteren is vanwege de hoge personeelskosten en de relatief lage omzet. Alternatieven zijn dan de inzet van vrijwilligers of gesubsidieerde arbeidsplaatsen. Het bedrijfsmodel Gezond en Gemakkelijk vereist een centrumlocatie. Bovendien is het de vraag of dit model wordt toegestaan als een woningcorporatie eigenaar is van het verzorgingshuis vanwege de door de overheid gewenste focus op kerntaken door de corporaties.