Kennisdossier Omgevingswet

Contact

Maarten Hoorn

Maarten Hoorn

Projectleider

06 1015 6708

Saskia  Buitelaar

Saskia Buitelaar

Projectleider

06 57 94 16 75


Deel deze pagina via:

Instrumenten

Binnen de Omgevingswet worden zes instrumenten ontwikkeld die bijdragen aan de doelstellingen van de Omgevingswet. Deze instrumenten vormen de kern van de Omgevingswet:

I: Omgevingsvisie
II: Programma’s
III: Decentrale regels,
IV: Algemene rijksregels,
V. Omgevingsvergunning
VI. Projectbesluit

I: Omgevingsvisie

De Omgevingsvisie is de integrale langetermijnvisie van een bestuursorgaan op de noodzakelijke en de gewenste ontwikkelingen binnen zijn grondgebied. Met de Omgevingsvisie wordt de samenhang van het beleid voor de fysieke leefomgeving op strategisch niveau bevorderd. De visievorming op verschillende terreinen zoals ruimtelijke ontwikkeling, verkeer en vervoer, water, milieu, natuur, gebruik van natuurlijke hulpbronnen en cultureel erfgoed wordt in de omgevingsvisie niet alleen samengevoegd, maar ook met elkaar verbonden. De Omgevingswet schrijft voor dat het Rijk, provincies en de gemeenten elk één omgevingsvisie opstellen.

Op gemeentelijk niveau vervangt de omgevingsvisie de planfiguren structuurvisie, milieubeleidsplan, waterplan, verkeer- en vervoersplan en de ruimtelijke aspecten uit de natuurvisie van Wet natuurbescherming. Op provinciaal niveau gaat het om de visie over ruimtelijke ordening, water, mobiliteit en milieu. Hoe de Omgevingsvisie eruit moet zien en hoe hij moet worden opgesteld, is niet veel bepaald in de wet. In elk geval moet een Omgevingsvisie een beschrijving bevatten van de hoofdlijnen van de huidige kwaliteit van de fysieke leefomgeving, van de voorzieningen ontwikkelingen, het beheer en de bescherming en de hoofdlijnen van het integrale beleid.

Nu al aan de slag met een omgevingsvisie
Gemeenten kunnen nu al een omgevingsvisie maken. Die vervangt de bestaande structuurvisie en andere strategische planfiguren (waterplan, milieubeleidsplan, verkeers- en vervoerplan en ruimtelijke aspecten van natuurvisie) en moet zorgen voor een integrale afweging. Een groenbeleidsplan of een cultuurhistorische visie zou bijvoorbeeld volledig onderdeel kunnen worden van de omgevingsvisie. Strategische keuzes worden gemaakt op het niveau van de omgevingsvisie. Het doel van de Omgevingswet is dat alle aspecten van de fysieke leefomgeving hierbij worden betrokken. Meer algemene informatie is te vinden in het Informatieblad omgevingsvisie.

Pilots omgevingsvisie
In 2014 is gestart met een pilot voor het opstellen van omgevingsvisies. Verschillende individuele gemeenten, maar ook een provincie, een aantal samenwerkende gemeenten en verenigingen maakten onderdeel uit van de pilot. Over deze pilots zijn in de Eindrapportage Pilots omgevingsvisie de ervaringen gebundeld. Hieruit blijkt dat werken in de geest van de Omgevingswet niet in korte tijd kan. Het is een lang traject van vallen en opstaan, maar ook van gewoon doen.

De pilot geeft aan dat een cultuurverandering nodig is: meer integraal werken en een andere werkwijze met meer participatie en co-creatie. Vertrouwen geven en verantwoordelijkheid nemen, sturen op zo min mogelijk sturing: termen die misschien makkelijk lijken, maar niet zo snel zijn gedaan. Dit vraagt om andere omgangsvormen, binnen een overheid, tussen overheden en tussen overheid en maatschappij.

Vanuit de pilot bestaat er weinig optimisme dat de verandering doorgevoerd wordt binnen enkele jaren. Binnen de pilot zijn ervaringen opgedaan met het continue werken aan draagvlak. Het proces is opgedeeld in kleine stapjes (de olievlek-methode). De gevolgen per stap evalueren, voordat een volgende stap wordt genomen (pad-afhankelijke beslissingen) lijkt goed te werken. Ook de methode waarin een omgevingsvisie-ligt wordt opgesteld voordat de volgende stappen worden genomen (opschalingsmethode) lijkt succesvol.

Een omgevingsvisie lijkt een goede kapstok om te beginnen met het integraal werken. Door te werken met integrerende thema’s, door problemen centraal te stellen, gebiedsgericht te werken en gemeenschappelijke kernwaarden en belangen te benoemen als ‘wenkend perspectief’, wordt integraal werken bevorderd.

Meer informatie over de verschillende pilots vindt u hier.

Meer weten?
Meer algemene informatie vindt u in het informatieblad omgevingsvisies en in het boek Werken met de omgevingsvisie.

Meer informatie over het wettelijk kader is te vinden via een factsheet van de VNG.

  • Aan de slag met de Omgevingswet
    Tijdens twee praktijkbijeenkomsten in het kader van het programma ‘Aan de slag met de Omgevingswet’, is een aantal goede voorbeelden van omgevingsvisies getoond. In juni 2016 was de bijeenkomst in Leiden en werden de omgevingsvisies van Tilburg, Hart van Holland en provincie Overijssel besproken. Een verslag van deze bijeenkomst, met de bijbehorende presentaties, leest u hier. In november 2016 vond de bijeenkomst plaats in Lelystad en was er aandacht voor de omgevingsvisies van de provincie Flevoland, Oirschot en Hillegom. Het verslag van de bijeenkomst bij de provincie Flevoland leest u hier.

Een aantal andere voorbeelden van omgevingsvisies die al zijn vastgesteld zijn de volgende:

  • Gemeente Hellendoorn
  • Gemeente Opsterland
  • Gemeente Brielle
  • Provincie Groningen
  • Provincie Gelderland

II: Programma’s

De omgevingsvisie is de integrale en langetermijnvisie op de fysieke leefomgeving op strategisch niveau. De programma’s zijn de uitvoeringsprogramma’s op sectoraal niveau of voor een bepaald gebied. De programma’s dragen er daarmee aan bij dat een specifiek doel uit een visie wordt behaald (bijvoorbeeld het reduceren van geluidsbelasting, het verbeteren van ruimtelijke kwaliteit of het realiseren van een bepaalde transformatie in een gebied). De programma’s kunnen voor de hele gemeente (of provincie of Rijk) worden opgesteld, maar ook voor een gebied. De programmatische aanpak vergroot de kansen dat projecten worden gerealiseerd.

III: Decentrale regels

Niet alleen op rijksniveau worden de regels gebundeld in één wet. De bedoeling is dat dit ook op decentraal niveau gebeurt. De decentrale regels worden zo samengevoegd:

  • Omgevingsplan: elke gemeente stelt één gemeentelijk omgevingsplan op;
  • Waterschapsverordening: elk waterschap stelt één waterschapsverordening op;
  • Omgevingsverordening: elke provincie stel één omgevingsverordening op.

Zie ook: Informatieblad decentrale regels.

Van de decentrale regels is het omgevingsplan het instrument dat het meest verandert ten opzichte van de huidige instrumenten, zoals het bestemmingsplan. Daarom wordt er hier apart aandacht besteed aan het omgevingsplan.

Gemeentelijk omgevingsplan

Onder de Omgevingswet moeten gemeenten één omgevingsplan opstellen voor de gehele gemeente. Dit integrale plan bevat de bestemmingsplannen, de beheersverordeningen en alle andere verordeningen voor de fysieke leefomgeving. Het omvat dus alle regels die gelden in een ontwikkelingsgebied en houdt rekening met alle sectoren van de fysieke leefomgeving. Daardoor ontstaat een samenhangend plan en kunnen belangen integraal worden afgewogen. In het gemeentelijk omgevingsplan worden bestemmingsplannen, beheersverordeningen en de omgevingsrechtelijke delen van andere verordeningen logisch en samenhangend gebundeld. Alle aspecten die te maken hebben met de fysieke leefomgeving worden integraal gebundeld. Denk hierbij aan welstandsnota’s, monumentenverordeningen, terrassenverordening, bomenverordening, parkeerverordening, standplaatsverordening, etc.

Een omgevingsplan is digitaal. Wijzigingen worden direct verwerkt. Hierdoor kunnen burgers en bedrijven via internet alle geldende regels van de gemeente voor een bepaald perceel of adres bij elkaar vinden. Overigens staan voor alle regels de mogelijkheden voor inspraak en beroep open.

Binnen gemeenten wordt al geëxperimenteerd met het opstellen van een omgevingsplan. Ongeveer 35 gemeenten werken al aan het opstellen van het omgevingsplan. Dit kan een gemeentebreed plan zijn of een plan voor een specifiek gebied. Negen gemeenten zijn bezig met de voorbereidingen van een omgevingsplan voor het hele grondgebied: Breda, Bussum, Deventer, Meerssen, Oldenzaal, Stadskanaal, Soest, Veere en Venlo.

Integratie van de regelgeving kost tijd. Het is een complex proces vanwege de grote hoeveelheid te integreren regels en omdat een integrale blik een nieuwe manier van werken vraagt. Bussum en Soest hanteren beide aan andere manier van werken (kijk hier voor meer informatie).

Ook is het nog niet duidelijk hoe een omgevingsplan eruit komt te zien. Voor Bussum (tegenwoordig onderdeel van Gooise Meren) is een prototype Omgevingsplan opgesteld.. Over de reikwijdte van het omgevingsplan en de vergunningstelsels maakte de VNG een factsheet.

IV: Algemene rijksregels

De algemene rijksregels beschermen de leefomgeving. Het zijn alle regels en normen waarbinnen initiatiefnemers moeten handelen. Deze regels komen samen in vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AmvB’s).

De vier AmvB’s zijn:

  • Omgevingsbesluit
  • Besluit kwaliteit leefomgeving
  • Besluit bouwactiviteiten leefomgeving
  • Besluit activiteiten leefomgeving

Zie ook:

V: Omgevingsvergunning

Onder de Omgevingswet zullen meer activiteiten onder algemene regels vallen. Voor veel activiteiten zal echter nog steeds een omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden. De aanvraag vindt in principe plaats bij één loket onder één bevoegd gezag. Onder de Wabo zijn al veel vergunningen gebundeld die vallen onder bouw, milieu, cultuurhistorie en ruimtelijke ordening. De Omgevingswet breidt dit verder uit met vergunningen uit de domeinen water, ontgrondingen, rijkswaterstaatwerken, het spoor, de luchtvaart, archeologie en monumenten. Daarnaast worden vergunningen rond beschermde gebieden en soorten en een aantal vergunningstelsels uit lokale verordeningen toegevoegd.

De initiatiefnemer heeft zelf de regie over de vergunningaanvraag. Zo kan iemand ervoor kiezen om eerst een vergunning aan te vragen voor een bepaald bouwwerk, en na goedkeuring een meer specifieke vergunning aanvragen voor de uitwerking ervan. Dit heeft als doel dat de onderzoekskosten worden verminderd. Bovendien kunnen initiatiefnemers strategisch omgaan met een vergunningsaanvraag.

VI: Projectbesluit

Het projectbesluit wordt genomen bij complexe en ingrijpende projecten met een publiek belang, zoals het bouwen van een weg of windmolenpark. Dus projecten waarmee een bovengemeentelijke, bovenregionaal of waterstaatsbelang mee gemoeid is. Het projectbesluit heeft veel voordelen. Er wordt namelijk één besluit genomen in plaats van vijf sectorale besluiten: het tracébesluit uit de Tracéwet, het projectbesluit Waterwet, het inpassingsplan Wet ruimtelijke ordening, de coördinatieprocedure uit de Wro en de coördinatieprocedure uit de Ontgrondingenwet. Participatie in een vroeg stadium is een verplicht onderdeel van het projectbesluit. De verkenning moet leiden tot kwalitatief betere besluitvorming en tot meer draagvlak. De uitvoeringsfase kan daardoor sneller verlopen. Investeren in het begin van het proces verdient zich later terug.

Aan de slag met de Omgevingswet

Platform31 laat aan de hand van goede voorbeelden zien hoe u nu al kunt werken met de Omgevingswet. Zo raakt u geïnspireerd om nu al aan de slag te gaan met de Omgevingswet.

Lees meer