Contact

Annette Duivenvoorden

Annette Duivenvoorden

Projectleider

06 35 11 58 12

Mantelzorg en woontrends

Mantelzorg en wonen

Het onderling dienstbetoon is groot in Nederland: een kleine 2,4 miljoen Nederlanders geeft mantelzorg aan familie, waarvan een kleine 300.000 aan zwaar zorgbehoevende familieleden. Zowel zorgontvanger als de mantelzorger, indien niet de partner, wonen liever niet bij elkaar in één woning. Wonen in elkaars nabijheid is echter wel de wens.

De achtergrondstudie Co-wonen in context laat zien wat er bekend is over de verbanden tussen het samenwonen van ouderen met hun volwassen kinderen, financiële prikkels, en het verlenen van mantelzorg. De aanleiding is de voorgestelde invoering van een kostendelersnorm in de AOW. In Co-wonen in context wordt gesteld dat in Nederland in 2007 5% van de mantelzorgers die hulp geven aan (schoon)ouders met de hulpontvanger samenwoonden.

Deze gegevens komen uit nog niet eerder gepubliceerde gegevens uit het cbs/scp-onderzoek Informele Hulp (ih2007). Ook wordt vermeld dat in 2013 182.000 huishoudens ouders van boven de 65+ samenwonen met volwassen kinderen. Het blijkt dat in de meeste gevallen de ouders en kinderen al lang samen wonen. Wie bij wie intrekt, is niet makkelijk vast te stellen. 55% van de huishoudens wonen (bijna) hun gehele leven al samen. In 28% van de gevallen leven ouder en kind eerst apart, maar trekken vervolgens tegelijkertijd in een andere, gezamenlijke woning. Slechts in 9% van de huishoudens trekken ouders bij het kind in, meestal op latere leeftijd. Bij 7% verhuist het kind juist naar het ouderlijk huis.

Samenwonen - meergeneratiehuishoudens

Nederland telt 144.000 huishoudens waarin een of meer volwassen kinderen samenwonen met een of beide ouders van 65 jaar en ouder, blijkt uit cijfers van het CBS (2013). In totaal wonen 182.000 ouders (65+) met hun volwassen kind of kinderen in huis. In 7 procent van de 144.000 huishoudens betrok het kind het ouderlijk huis. Dit gaat niet in alle gevallen om mantelzorg. Vaak gaat het om een tijdelijke situatie, bijvoorbeeld na een echtscheiding.

De studie Informele zorg in Nederland van het SCP gaat in op ouderen in meergeneratiehuishoudens. Samengevat blijken zo’n 90.000 personen van 65 jaar en ouder het huishouden met een of meer kinderen te delen. Slechts enkele tienduizenden ouderen wonen bij hun kinderen in en het aantal hulpbehoevende ouderen in meergeneratiehuishoudens ligt in dezelfde orde van grootte. Ouderen in Nederland trekken zelden in bij hun kinderen als ze hulpbehoevend worden. Het aantal is zo laag dat er geen exacte cijfers over bekend zijn. Het gaat hooguit om enkele duizenden gevallen.

Slechts in een op de vijf gevallen kampt de inwonende ouder met sterke fysieke belemmeringen. Daarbij komt dat hulpbehoevende ouderen net zo vaak hulp van buiten het huishouden ontvangen als andere ouderen. Fysieke hulp lijkt onvoldoende aanleiding om een ouder in huis te nemen.

Emotionele steun kan wellicht wel een motief zijn.

Bij het in huis nemen van ouders zijn duidelijk regionale verschillen te signaleren; het komt vaker voor in plattelandsgebieden (Overijssel, Drenthe en Noord-Brabant en in de regio’s Salland en de Achterhoek). Dit kan worden verklaard door de grotere woningen en culturele verschillen. Toch is inwoning van ouders ook in deze regio’s een marginaal verschijnsel geworden. Allochtone Nederlanders, vooral van Marokkaanse en Turkse komaf, voelen een sterkere plicht om voor ouders te zorgen. Ook al wonen zij in een kleine woning in de stad, nemen zij vaker dan autochtone Nederlanders hun ouders in huis. 

Trends in het woondomein

  • Samenwonen van zorgvrager en mantelzorger lijkt een kleine trend: het blijven unieke en bijzondere projecten.
  • Wonen in nabijheid lijkt een grotere toekomst te hebben. De gevoelde verantwoordelijkheid om te helpen bij een toenemende kwetsbaarheid, blijkt zeer groot te zijn.

Gemeenten kunnen op diverse manieren op deze trends inspelen. Bijvoorbeeld door geschikte woningen te bieden, tijdig verhuizen en doorstroming te stimuleren en gemengd wonen in bijvoorbeeld voormalige verzorgingshuizen te faciliteren.

Even uit bij het Zorghotel