Contact

Denise Vrolijk

Denise Vrolijk

Projectleider

06 57 94 17 63

Joost van Hoorn

Joost van Hoorn

Projectleider

06 57 94 36 56

Werkmilieus

Werkmilieus inspireren tot ondernemerschap, innovatie en groei van werkgelegenheid. Het zijn de nieuwe plekken waar ruimte is voor werken, produceren, leisure, onderwijs, recreatie, ecologie en wonen. Mengen van functies zorgt voor de intensivering van economische activiteit in een stad, en daarmee voor minder leegstand.

Iedere situatie is anders. Milieunormen kunnen de functiemenging bijvoorbeeld beperken, daarom vraagt functiemening om maatwerk. En om het centraal stellen van de gebruiker. Regionale afstemming is cruciaal om dit van de grond te krijgen. Private bedrijven als de (toekomstige) beheerders en gebruikers mogen niet worden vergeten in het proces van transformeren, herstructureren of ontwikkelen van reguliere werklocaties als bedrijventerreinen tot gemengde werkmilieus.

Nu er steeds meer zzp’ers zijn, neemt de vraag naar externe en nieuwe werkmilieus toe. Gedeelde werklocaties als de lunchroom om de hoek of het internetcafé worden steeds belangrijker. Lokale netwerken in de woonwijk spelen daarbij een belangrijke rol.

In dit deel van het kennisdossier Economische veerkracht geven publicaties, projecten en nieuwsberichten een overzicht van trends en ontwikkelingen in nieuwe werkmilieus.

Nice to read

Aanpak bedrijventerreinen niet altijd gebaseerd op slechte
economische prestaties

De beslissing om bedrijventerreinen te herstructureren is niet altijd gebaseerd op de slechte economische prestaties van de betreffende terreinen, terwijl het beleid dit wel veronderstelt. Dit betekent dat publiek geld voor herstructurering van verouderde bedrijventerreinen niet altijd wordt gebruikt waarvoor het is bedoeld.

Lees meer

Must read

De markt voor bedrijventerreinen

Bedrijventerreinen worden vaak geassocieerd met leegstand, verloedering en verrommeling. Om van dit imago af te komen, riep de Taskforce (Her)structurering Bedrijventerreinen in 2008 op om de markt van bedrijventerreinen te gaan hervormen. Deze publicatie laat zien wat er de afgelopen jaren is gebeurd: bedrijventerreinen zijn op grote schaal geherstructureerd, de overheid speelt een andere rol en kijkt met een meer zakelijke blik op bedrijventerreinen, terwijl de rol van ondernemers en vastgoedeigenaren belangrijker is geworden. Daarnaast worden er inzichten voor nieuw beleid gegeven. Zo dienen ‘systeemfouten’ in de markt voor bedrijventerreinen gerepareerd te worden en is het de uitdaging om publiek geld op een ‘slimme’ manier in te zetten.


De stad en regio vooruit

Deze publicatie van Platform31 formuleert een zestal uitdagingen voor wethouders en teams Economische Zaken voor de periode 2014-2018. Deze uitdagingen bevinden zich op de terreinen van arbeidsmarktbeleid, de inrichting van binnensteden, accountmanagement voor het bedrijfsleven, bedrijventerreinen, civic economy (denk aan sociaal ondernemerschap, leen- en deeleconomie) en innovatieve regio’s. Overkoepelend kan er worden gesteld dat deze uitdagingen een regionaal-economisch beleid vereisen waarin wordt ingezet op de strategie van borrowed size, triple helix samenwerkingen en kenniscirculatie.


Kennisbundel: zzp en de stad, gemeente Amersfoort

Wie zijn zzp’ers, waar zijn ze gevestigd en waar hebben ze behoefte aan? Deze vraag heeft het ministerie van Economische Zaken aan het G32-stedennetwerk gesteld. Het ministerie droeg een aantal kernpunten aan, om na te gaan wat de huidige situatie is van huisvesting, dienstverlening en netwerkvorming rondom zzp’ers in de steden. De gemeente Amersfoort heeft dit in eigen stad onderzocht aan de hand van het overkoepelende project ZZP BV. Deze publicatie trekt op basis van het Amersfoortse project en onderzoek tien lessen.



Gezocht: Werklocatie 3.0

Zzp’ers werken steeds minder vanuit huis en zoeken steeds vaker verschillende werklocaties op. De vraag naar externe werklocaties neemt daarmee toe. Deze publicatie brengt in kaart op welke locaties zzp’ers door de jaren heen hun werk verrichten en waar hun behoeften liggen wat betreft werklocaties. Daarnaast brengt de publicatie een nieuw type externe werklocatie onder de aandacht: de zogenaamde coworking spaces. Dit zijn gehuurde ruimtes die worden gedeeld met andere zelfstandigen, flexwerkers en studenten, waar de gebruiker met een laptop aan tafel kan werken. Het uitgangspunt is dat iedereen zich openstelt voor contact met de medegebruikers om tips en kennis uit te wisselen.


Bedrijvige wijken in bedrijvige steden

Platform31 brengt op basis van onderzoek met ondernemers in 15 stedelijke woonwijken uit de steden Amsterdam, Dordrecht, Leiden, Utrecht en Zoetermeer in kaart hoe de ondernemer zich tot zijn wijk verhoudt. Werkt hij aan huis? Heeft hij binding met de buurt? Wat betreft werkmilieus is in deze publicatie terug te vinden in hoeverre de ondernemer gebonden is aan de wijk en gebruik maakt van lokale netwerken. Ook is onderzocht welke betekenis de buurt voor de ondernemer heeft. Zo blijkt bijvoorbeeld dat bedrijven met een inloopfunctie de buurtfactoren doorgaans belangrijker vinden dan bedrijven zonder. Heeft de buurt een goed imago? Hoeveel potentiële klanten zijn er in de buurt?


Handboek wijkeconomie

Volgens het ministerie van Economische Zaken (EZ) kan zo’n 40 procent van de bedrijvigheid in de grote steden van de G32 in woonwijken gevonden worden. Toch bestaat er in het kennisgebied van de wijkeconomie een leemte, signaleerde het G32-stedennetwerk. Om die reden stelden Seinpost Adviesbureau en Onderzoeksinstituut OTB van de TU Delft in opdracht van het ministerie dit handboek op. In de publicatie komen onder meer onderwerpen als zzp’ers, coaching en financiering, creatieve economie en arbeidsmarkt aan bod. Voor elk van deze onderwerpen is een actieprogramma opgesteld. Zo stellen de auteurs dat de (commerciële) vaardigheden en vakkennis van zzp’ers moet worden vergroot, kennis over bedrijfsvoering aan de man moet worden gebracht bij met name startende ondernemers, stimuleringsbeleid voor creatieve economie voor specifieke wijken moet worden opgesteld (niet iedere wijk is geschikt voor creatieve bedrijven) en doen gemeenten er goed aan om bedrijven aan te trekken die passen bij de beroepsbevolking, het aanbod van werkzoekenden en de wijkeconomie.

  • Pijlman, L., & Korthals Altes, W. (2010). Handboek wijkeconomie. Arnhem/Delft: Seinpost Adviesbureau BV/Onderzoeksinstituut OTB/TU Delft.

Van bedrijventerrein naar werkmilieu

Onze economie vraagt om nieuwe strategieën voor bedrijventerreinen. Zo stellen bedrijven nu andere ruimtelijke eisen aan hun locatie dan 5 tot 10 jaar geleden. In deze publicatie van de TU Delft en Inbo Adviseurs worden nieuwe handelingsperspectieven voor het beheer, de ontwikkeling en de herstructurering van bedrijventerreinen gegeven. De TU en Inbo Adviseurs stellen voor om niet langer in traditionele bedrijventerreinen, maar in bredere ‘werkmilieus’ te denken. Vaak geldt daarnaast dat werkmilieus top-down en aanbodgestuurd en niet bottom-up en marktgericht worden gerealiseerd. Ook wordt in de publicatie de rolverdeling tussen publieke en private partijen onder de loep genomen. Een conclusie die de onderzoekers trekken is dat publieke en private partijen te lang ‘polderen’, waardoor onzekerheid en onduidelijkheid bij gevestigde ondernemers ontstaat die (willen) investeren. Er wordt een aantal strategieën geformuleerd om bedrijventerreinen naar werkmilieus te veranderen.

Practices

Geslaagd in de stad (2011-2013)

Blijven de afgestudeerden wonen in de stad waar ze gestudeerd hebben? Voor dit onderzoek, dat in het kader van het Platform31-programma ‘Kennis voor Krachtige Steden’ is uitgevoerd, zijn de verhuis-en woonpatronen en het arbeidsmarktgedrag van net afgestudeerde kenniswerkers over een langere periode geanalyseerd. Deze informatie is interessant voor gemeenten om hun beleid te onderbouwen om kenniswerkers ook op langere termijn aan de stad te binden.

Belangrijkste conclusies: Voorwaarden scheppend beleid (toegang tot werk, een gevarieerd woonmilieu, aantrekkelijke voorzieningen) is het meest effectief rond het moment van afstuderen, Uit het onderzoek blijkt dat deze ‘window of opportunity’ voor beleid snel sluit: dat begint al na de eerste twee à drie jaar na het afstuderen.


Knooppuntontwikkeling (2008-2013)

Dit onderzoek, dat in het kader van het Platform31-programma ‘Kennis voor Krachtige Steden’ is uitgevoerd, staat in het teken van knooppuntontwikkeling, oftewel Transit Oriented Development (TOD), waarin binnen- en buitenlandse projecten geanalyseerd worden. Er is enerzijds gekeken naar het economische effect van knooppuntontwikkeling en anderzijds naar de institutionele complexiteit.

Belangrijkste conclusies: In Nederland wordt het maatschappelijke debat over TOD nog nauwelijks gevoerd. Terwijl de urgentie er wel degelijk is, gelet op de ruimtelijk-economische uitdagingen die er zijn in stedelijke regio’s.

Bron foto: Mylene Siegers
Bron foto: Mylene Siegers