Regionale economie

De economie verandert en de manier waarop overheden daar, in de triple helix, samen met bedrijfsleven en onderwijs- en kennisinstellingen op proberen te sturen, verandert mee. Groei van de regionale economie en werkgelegenheid staan bovenaan de prioriteitenlijstjes van de steden. In provincie-akkoorden wordt die focus vertaald naar versterking van het regionale economische ecosysteem.

Ook op rijksniveau is er brede aandacht voor groei van economie, welvaart en werkgelegenheid. Steeds vaker erkent het Rijk daarbij dat het regionale schaalniveau – of het niveau van het daily urban system – als eerste aan zet is. Het vormt het leidmotief van Agenda Stad, van de Regionale Economische Ontwikkelingsstrategie (REOS) voor de Noordvleugel, Zuidvleugel en Brainport Eindhoven. De publicatie Maak Verschil van de Studiegroep Openbaar Bestuur gaat uitgebreid in op het inspelen op regionaal-economische opgaven.

In een kennisgerichte economie is triple helix samenwerking op regionaal niveau tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen belangrijk voor het optimaal benutten van de aanwezige potentie.

In dit deel van het kennisdossier Economische veerkracht geven publicaties, projecten en nieuwsberichten een overzicht van trends en ontwikkelingen in de regionale economie.

Must read

Regionaal-economische groei in Nederland. Een typologie van regio’s

Het PBL heeft in opdracht van het ministerie van BZK onderzoek gedaan naar de karakteristieken van regio’s met verschillende economische groeipaden en kwaliteit van het woon-werkklimaat. Deze studie laat zien dat de verschillen in regionaal-economische groei aanzienlijk zijn.




Advies regionaal samenwerken: leren van praktijken

Hoe wordt er samengewerkt tussen regio’s en op welke manier kan dit de economische kracht van stad en regio versterken? In dit adviesrapport richt de Sociaal-Economische Raad (SER) zich op de regionale infrastructuren in de driehoek economie, onderwijs en arbeidsmarkt. Het rapport schetst een vijftal spanningsvelden tussen opvattingen over ‘hoe het zou moeten’ en hoe het daadwerkelijk uitpakt in de praktijk. Hieronder vallen de inhoud van de samenwerking, de schaal waarop wordt samengewerkt, urgentie, belangen en regie, democratische verantwoording en de financiering van de samenwerking. Het advies van de SER reikt van het hanteren van een ruimtelijke schaal in de regionale samenwerking die past bij het daily urban system, tot het inzetten van een meerjarige aanpak in het bouwen van een ecosysteem. Tot slot wordt in het advies stilgestaan bij de noodzaak tot goede samenwerking tussen regionaal en nationaal niveau.


Hoe regelen we de regio?

Op verschillende terreinen is de gemeente niet langer meer de vanzelfsprekende maat. De beleidsterreinen van onder meer economie, arbeidsmarkt, onderwijs en bereikbaarheid verschuiven naar het regionale niveau en ook beleidsverantwoordelijkheden worden steeds vaker regionaal ingevuld. Denk bijvoorbeeld aan de Veiligheids- en Arbeidsmarktregio’s. Maar welke impact heeft dit op het lokaal bestuur? Deze publicatie van Platform31 maakt een verkenning in acht regio’s. Hieruit volgen aanbevelingen voor samenwerkingspartners, gemeenteraden en bestuurders, ambtenaren en het Rijk. Zo moet er bijvoorbeeld onder samenwerkingspartners hoge prioriteit worden gegeven aan het frequent, transparant en duidelijk informeren van de raden van de samenwerkende gemeenten en dient het Rijk ruimte aan de gemeenten te geven om via experimenten te onderzoeken hoe zij zélf hun lokale opgaven willen aanpakken.


Cluster governance

Clusters worden als de motoren van innovatief Nederland gezien. Een provincie zonder clusters is in deze tijd ondenkbaar, net als een studentenstad zonder sciencepark. Aan belangstelling is er geen gebrek, maar hoe kunnen clusters eigenlijk het best gefaciliteerd worden? Platform31 bespreekt in deze publicatie zeven lessen rondom clusters voor de praktijk. Een van de lessen is het identificeren en inzetten van civic entrepreneurs. Deze personen kunnen een belangrijke rol spelen in een cluster, omdat zij de taal van de verschillende betrokken partijen spreken en op verschillende niveaus snel kunnen schakelen. Ook gaat de publicatie in op het vergroten van de daadkracht van clusters door te blijven leren, in te zetten op institutioneel ondernemerschap en te werken aan hefboomwerking in het overheidsbeleid. Bij elkaar kan dit de internationale concurrentiekracht van een cluster vergroten.


Maak verschil. Krachtig inspelen op regionaal-economische opgaven

Economische opgaven verschillen per regio. Volgens de Studiegroep Openbaar Bestuur (SOB) blijven er door de uniforme en weinig flexibele inrichting van het Nederlandse openbaar bestuur kansen voor economische ontwikkeling liggen. Nu het daily urban system van mensen zich steeds meer op het regionale niveau afspeelt, staan inhoudelijke opgaven op dit niveau voorop. En wordt van het openbaar bestuur meer aanpassingsvermogen gevraagd om verbindingen tussen domeinen, regionaal en internationaal niveau en bestuurslagen te kunnen leggen. Dit vergt differentiatie, deregulering, de-hiërarchisering en minder vrijblijvendheid in het openbaar bestuur.


Het nationale verdienvermogen en de cruciale rol van regio’s

Regionale samenwerking van bedrijven, kennisinstellingen, gemeenten en provincies is cruciaal om het verdienvermogen van Nederland goed te benutten. Maar op rijksniveau is dit besef nauwelijks doorgedrongen. In het nationale topsectorenbeleid ontbreekt de regionale ruimtelijke dimensie nagenoeg volledig, en er is geen nationale ruimtelijk-economische visie op regionale concurrentiekracht. Dit manifest roept op tot de volgende acties: regionale versnellingsagenda’s om het verdienvermogen van de Nederlandse regio’s te vergroten, en versterking van een ‘breed’ fysiek vestigingsklimaat en kansen voor regionale clusters.


Mainports voorbij

Mainports als Schiphol en de Rotterdamse haven leverden een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie. Technologische innovaties, de overgang naar een biobased economy, internationale concurrentie en nieuwe mondiale routes veranderen de bijdrage die mainports aan de Nederlandse economie leveren. De Raad voor de leefomgeving (Rli) adviseert het nieuwe kabinet (2017) integraal beleid te voeren voor economische kerngebieden om de concurrentiepositie en het vestigingsklimaat van Nederland te versterken. Mainports Schiphol en de Rotterdamse haven blijven belangrijk, maar het vestigingsklimaat kent meer factoren. Versterking van de ruimtelijk-economische ontwikkelstrategie is daarom noodzakelijk.


De veranderende geografie van Nederland

Nieuwe patronen van wonen, werken en recreëren zorgen voor nieuwe opgaven in het ruimtelijk-economisch beleid. Dit mozaïek van bovenlokale netwerken wordt gedreven door de opkomende kennis- en diensteneconomie en door toenemende mobiliteit. Langzaam, maar zeker ontwikkelt zich een geïntegreerd interregionaal, interstedelijk systeem. Daarnaast zijn drie typen gebieden te herkennen: 1) Krachtige sociale, economische en culturele verbanden; 2) leisure class en private consumptie- en zorgeconomie; 3) de mazen in het netwerk waar economische activiteiten vertrekken.
Beleidsopgaven worden daardoor steeds meer intersectoraal en interregionaal en vragen van het middenbestuur samenwerking én oplossingen voor mogelijke conflicten.


De economische stad

Hoe kan de economie in de regio zich zo ontwikkelen dat bedrijvigheid en werkgelegenheid toenemen, terwijl er tegelijkertijd extra uitdagingen ontstaan door globalisering, demografische ontwikkelingen en ICT? En hoe liggen de kansen op arbeid en inkomen voor de steeds groter en diverser wordende groep werklozen in de stedelijke samenleving van morgen? Het e-book De stad kennen, de stad maken van Platform31 geeft hier in acht hoofdstukken antwoord op. Tot slot volgt een aantal aanbevelingen, reikend van het beter benutten van verschillen tussen steden en regio’s en het vergroten van de samenhang in het beleid tot het plaatsen van de arbeidsmarkt in het hart van het economisch beleid.


De stad en regio vooruit

In deze publicatie van Platform31 wordt een zestal uitdagingen voor wethouders en teams Economische Zaken geformuleerd voor de periode 2014-2018. Deze uitdagingen bevinden zich op de terreinen van arbeidsmarktbeleid, de inrichting van binnensteden, accountmanagement voor het bedrijfsleven, bedrijventerreinen, civic economy (denk aan sociaal ondernemerschap, leen- en deeleconomie) en innovatieve regio’s. Overkoepelend kan er worden gesteld dat dit een regionaal-economisch beleid vereist waarin wordt ingezet op de strategie van borrowed size, triple helix samenwerkingen en kenniscirculatie.


Briljante bedrijven

De Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) schrijft in deze publicatie over effectieve ecosystemen voor ambitieuze ondernemers. Hoofdstuk 4 gaat in op de rol van de regionale overheid in het ondersteunen van ondernemerschap. Dit is volgens de auteurs gekoppeld aan de ontwikkelingen binnen het ecosysteem van de ondernemer. Binnen het ecosysteem kunnen ondernemers namelijk een aantal knelpunten ervaren: 1) een informatiegebrek; 2) geen toegang; 3) netwerkfalen.

Allereerst wordt het huidige beleid onder de loep genomen. Daarna volgt een aantal aanbevelingen ter versterking van het ecosysteem voor innovatie- en groeigeoriënteerde MKB-bedrijven. Zo stelt het AWT dat ‘groeibriljanten’ (bedrijven die zowel direct als indirect veel bijdragen aan economische groei) als rolmodel moeten worden geëtaleerd, ze een plek moeten krijgen in een ‘open innovatie’-omgeving zoals Chemelot Campus en ze door de overheid proactief moeten worden behandeld, bijvoorbeeld door als overheid gecoördineerde ondersteuning te bieden.


Regionale hotspots. Broedplaats voor innovatie.

De Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) biedt in deze publicatie handvatten aan overheden om regionale hotspots voor innovatie in Nederland tot verdere bloei te brengen. De publicatie maakt onderscheid in drie soorten hotspots: creatieve stedelijke, engineering en wetenschapsgedreven. Volgens de AWT dient de nationale overheid hotspots die van nationaal belang zijn te identificeren en steunen. Op regionaal niveau moeten regionale hotspots worden gefaciliteerd en op lokaal niveau is participatie, commitment en maatwerk vereist.


Samenwerkingsagenda. Een gezamenlijke aanpak in MKB innovatieondersteuning

In deze publicatie uit 2014 maken het ministerie van Economische Zaken, alle provincies, het Interprovinciaal Overleg (IPO), MKB-Nederland en Topsectoren per regio (Zuid, Oost, Noord, West) inzichtelijk waar de kansen liggen voor innovaties in het MKB. Hierbij wordt ingegaan op instrumenten zoals Europese, nationale en regionale financieringsmogelijkheden en worden de mogelijkheden bekeken wat betreft de inrichting van de dienstverlening richting MKB-bedrijven, het inzetten op smart industry en internationalisering en het aanjagen van grensoverschrijdende samenwerking.

Lees meer (pdf)

De ratio van ruimtelijk-economisch topsectorenbeleid

Het PBL en CBS schrijven in deze publicatie over de vraag op welke manier het ruimtelijk-economisch beleid kan bijdragen aan het succes van bijvoorbeeld stedelijke economieën en clusters. Staan regio’s die ‘ertoe doen’ zelf aan de lat om hun succes te vergroten? Of is hier een actieve rol voor het Rijk weggelegd? Hiervoor maken PBL en CBS een analyse van topsectoren in Nederland. Er wordt onder meer gekeken naar typen regio’s en de sterkte van clustering van de topsectoren. Tot slot worden argumenten geleverd voor een regionaal-economisch beleid vanuit het Rijk. Zo geldt bijvoorbeeld voor topsectoren dat ze zelden aan één regio verbonden zijn en kijken regio’s traditioneel gezien niet over de eigen regiogrenzen heen. Hier is een rol voor de Rijksoverheid weggelegd.


Ambitious entrepreneurship

Deze publicatie van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) analyseert het concept ondernemerschap op een wetenschappelijke wijze. Hoofdstuk 7 zoekt verklaringen voor ondernemerschap in relatie tot zijn context. Hierbij kan gedacht worden aan de institutionele context – bijvoorbeeld aan wet- en regelgeving en cultuur –, maar ook aan ondernemerschap in clusters. Bijvoorbeeld (geografische) elementen zoals kennisintensieve netwerken en regionale samenwerking. Deze publicatie geeft onder meer antwoord op de vraag waarom bepaalde (plaatsgebonden) informele instituties de voorkeur voor zelfstandig ondernemerschap in de hand werken. Als voorbeeld geeft het AWT dat ondernemerschap meer wordt bevorderd door een socially supportive culture dan door een performance-based culture.

Practices

City Deal: Road Map Next Economy

In de City Deal committeren partijen zich aan het regionale economische strategietraject ‘Roadmap Next Economy’, die de acties en investeringen moet beschrijven die nodig zijn voor een toekomstbestendige economie van de MRDH. De roadmap moet meerdere uitgewerkte businesscases bevatten op onder andere de volgende terreinen: economie, arbeidsmarkt, onderwijs en gebiedsontwikkeling.

De Roadmap Next Economy (RNE) is op 1 december 2016 aangeboden aan de minister van Economische Zaken Henk Kamp. De RNE is het economische antwoord van de regio op de uitdagingen van nu, waarbij twee ontwikkelingen boven alles uit torenen: de snelle ontwikkeling van internettechnologie en de overgang naar schone energie. De RNE bevat een strategie en een actieprogramma die ervoor moeten zorgen dat de economie van de Metropoolregio klaar is voor de toekomst.

Deelnemende partijen: Metropoolregio Rotterdam Den Haag en 21 omliggende gemeenten, ministeries EZ en BZK , Provincie Zuid-Holland en EPZ.


Concurrentiepositie van Nederlandse steden (2012-2014)

In dit onderzoek dat in het kader van het Platform31-programma Kennis voor Krachtige Steden is uitgevoerd, staat de concurrentiepositie van Nederlandse steden en stedelijke regio’s centraal. Er is kwantitatief onderzoek gedaan naar de positie van steden in internationale netwerken van handel, kennis en investeringen en naar het concept van borrowed size (gebruikmaken van elkaars nabijheid door draagvlak en functies van elkaar te lenen).

Belangrijkste conclusie: agglomeratievoordelen zijn niet alleen voorbehouden aan grote monocentrische steden. Er kunnen ook voordelen behaald worden in een polycentrisch netwerk van middelgrote en kleine steden. De aandacht verschuift van agglomeratiekracht naar netwerkkracht.


Economische stijging van laagopgeleiden (2009-2012)

In het kader van het Platform31-programma Kennis voor Krachtige Steden, zijn de voorwaarden van transities van laagopgeleiden op de arbeidsmarkt onderzocht. Er is achtereenvolgens gekeken naar de transitie van school naar werk, van werkloosheid naar werk en mogelijke transities tijdens het werk. Voor de voorwaarden is er onder andere gekeken naar regionale arbeidsmarktkenmerken, interactie-effecten, en bedrijfs- en persoonskenmerken.

Belangrijkste conclusie: investeren in de opleiding van laagopgeleiden loont. Zeker op individueel niveau vergroot het de kansen op een baan en een beter salaris. Inzetten op de aantrekkelijkheid van (beroeps)onderwijs kan laagopgeleiden hogerop helpen.


Grensoverschrijdende stedelijke netwerken (2008-2014)

In dit onderzoek, dat in het kader van het Platform31-programma Kennis voor Krachtige Steden is uitgevoerd, staan de economische effecten van beleidsinterventies op stedelijke netwerken centraal. Enerzijds is er onderzoek gedaan naar de beleidsconcurrentie tussen overheden en de ruimtelijke relaties tussen steden en regio’s die kunnen leiden tot verstoringen van optimaal beleid. Anderzijds staan de effecten van het slechten van grensbarrières op de economie van grensregio’s centraal.

Belangrijkste conclusie: Als de kans op werk in de grensregio’s toeneemt, worden die regio’s ook een aantrekkelijker plek om te (blijven) wonen. Op langere termijn zullen de toegenomen agglomeratievoordelen in de grensregio’s er naar verwachting voor zorgen dat steeds meer mensen en bedrijven zich er willen vestigen.


Globalisering van de arbeidsmarkt (2008-2013)

De effecten van globalisering kunnen wisselend uitpakken voor verschillende economische sectoren en groepen op de arbeidsmarkt. Op basis van microdata zijn de effecten van globalisering op de Nederlandse arbeidsmarkt geanalyseerd. Zo is er onder andere gekeken naar het effect van binnen- en buitenlandse outsourcing op werkloosheid onder verschillende opleidingsgroepen (laag, midden, hoog).

Belangrijkste conclusie: Bij binnenlandse outsourcing lopen werknemers uit de laagste opleidingsgroep het grootste risico om hun baan te verliezen, terwijl bij buitenlandse outsourcing de kans op werkloosheid juist kleiner is. Bedrijven die kiezen voor outsourcing naar het buitenland zijn voornamelijk grotere en mogelijk sneller groeiende bedrijven.