Contact

Denise Vrolijk

Denise Vrolijk

Projectleider

06 57 94 17 63

Joost van Hoorn

Joost van Hoorn

Projectleider

06 57 94 36 56

Innovatie

Innovatie is een van de vier sleutelvariabelen om te komen tot een hogere arbeidsproductiviteit. Een lage economische groei, vergrijzing, daling van de beroepsbevolking, aflopende aardgasbaten en de oplopende kosten van de zorg, wonen en oudedagvoorzieningen vragen om een toename van de arbeidsproductiviteit die de Nederlandse welvaart veilig kan stellen.

Vanuit de internationale literatuur en technologiegeschiedenis is bekend dat relatief veel markt-, product- en sociale innovaties tot stand komen door buitenstaanders, start-ups en kleine bedrijven. Deze innovatieve groep starters en kleine bedrijven is niet omvangrijk, maar wel heel belangrijk. De kleine, innovatieve bedrijven specialiseren zich, bedienen nichemarkten, richten zich op de ontwikkeling, design, regie en marketing van nieuwe producten en diensten, en proberen nieuwe ideeën uit. De nieuwe concurrentieverhoudingen en de globalisering vergroten de behoefte aan experimenterende, en relatief kleine bedrijven die de risico’s durven, willen en moeten nemen in allerlei niches van de industrie, handel, zakelijke dienstverlening en persoonlijke diensten.

En ook het bestaande bedrijfsleven – groot en klein – zal moeten vernieuwen en innoveren om fit te blijven voor de toekomst. Regio’s die het ecosysteem en ondernemersklimaat bieden waarin ambitieuze ondernemers kunnen floreren, zijn de koplopers van de toekomst.

In dit deel van het kennisdossier Economische veerkracht geven publicaties, projecten en nieuwsberichten een overzicht van innovatieve trends en ontwikkelingen.

Nice to read

De geautomatiseerde arbeidsmarkt
Interview Wim de Ridder – directeur Future Studies

De radicale doorbraak in arbeidsmarktbemiddeling is volgens futuroloog Wim de Ridder een geautomatiseerde arbeidsmarkt. Deze ‘autonome arbeidsmarkt’ kan ervoor zorgen dat iedereen binnen korte tijd tenminste één dag per week passend betaald werk heeft. In zijn boek ‘Metamorfose, de nieuwe welvaart’, legt De Ridder uit hoe een digitaal arbeidsmarktplatform dit mogelijk maakt.


Must read

Kernelementen van succesvolle innovatiemilieus

In wat voor omgeving gedijt innovatie het best? Deze vraag proberen het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en Ruimtevolk te beantwoorden door een verkenning van vijf innovatiemilieus: de High Tech Campus in Eindhoven, Healthy Ageing Campus in Groningen, Kennispark Twente, de Binnenstad van Amsterdam en Rivium in Capelle aan den IJssel. Volgens PBL en Ruimtevolk is er in een succesvol innovatiemilieu sprake van lokale dynamiek, die wordt gevoed door internationale verbindingen en wordt de ondernemersgeest gevoed door een ambitieus ondernemend ecosysteem. Daarnaast ligt een succesvol innovatiemilieu doorgaans in een regio die een diverse stedelijke omgeving biedt, heeft het een sterk merk en vergt het behoorlijke organisatie tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid.


Kansrijk innovatiebeleid

Het CPB geeft in dit rapport een overzicht van nationaal beleid ter bevordering van innovaties in Nederland. Er worden drie beleidsmaatregelen vanuit de overheid besproken: wet- en regelgeving (bijvoorbeeld eigendomsrechten), beleid rondom de financiering van innovaties (onder andere belastinginstrumenten) en beleid waarbij de overheid een organiserende rol heeft (bijvoorbeeld financiering van universiteiten en het topsectorenbeleid). Dit innovatiebeleid van de overheid moet ervoor zorgen dat de toegang tot kennis wordt vergroot, en innovatie de juiste prikkel geeft.



Aandacht voor het MKB in het bedrijvenbeleid

Deze publicatie van Panteia bekijkt generiek en specifiek bedrijvenbeleid en houdt drie regelingen tegen het licht: de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO), de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) en de MKB-Innovatiestimulering Topsectoren (MIT). De WBSO heeft de bedoeling om het innovatievermogen en de concurrentiepositie van bedrijven te versterken. De GO-regeling is gericht op het stimuleren van de verstrekking van bancaire leningen aan middelgrote bedrijven. Tot slot, is de MIT-regeling in het leven geroepen om het MKB meer bij de innovatieplannen en -activiteiten van de topsectoren te betrekken. Meer dan 50 procent van het MIT-budget, 72 procent van het WBSO-budget en 92 procent van het GO-budget komt bij het MKB terecht.


De stad en regio vooruit

Deze publicatie van Platform31 formuleert een zestal uitdagingen voor wethouders en teams Economische Zaken voor de periode 2014-2018. Deze uitdagingen bevinden zich op de terreinen van arbeidsmarktbeleid, de inrichting van binnensteden, accountmanagement voor het bedrijfsleven, bedrijventerreinen, civic economy (denk aan sociaal ondernemerschap, leen- en deeleconomie) en innovatieve regio’s. Overkoepelend kan er worden gesteld dat deze uitdagingen een regionaal-economisch beleid vereisen waarin wordt ingezet op de strategie van borrowed size, triple helix samenwerkingen en kenniscirculatie.


OECD reviews of innovation Policy, Netherlands.

De Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) doet in dit rapport een aantal aanbevelingen om innovatie in Nederland te bevorderen. Zo luidt het advies onder andere dat Nederland innovatie in de private sector moet bevorderen, er goed aan doet om meer internationale kennisverbindingen aan te gaan, regionaal innovatiebeleid moet versterken en de coördinatie en afstemming tussen de verschillende overheidslagen dient te bevorderen.





Smart industry, Dutch industry fit for the future

Hoe maakt de Nederlandse industrie de overstap naar een smart industry? Dit verkennende onderzoek van het ministerie van Economische Zaken, TNO, FME, KvK en VNO-NCW (in samenwerking met stakeholders uit de Nederlandse industrie) neemt de sectoren van Agrofood, Logistiek en Chemische Industrie onder de loep. Op basis hiervan worden drie aanbevelingen geformuleerd die worden opgenomen in de ‘Smart Industry Agenda’: 1) er moet onder bedrijven, kennis- en intermediaire instellingen en de overheid groter bewustzijn en operationele focus komen met betrekking tot ontwikkelingen in de smart industry; 2) onderzoek, ontwikkelingen en bedrijven die relevant zijn voor de smart industry moeten sterker met elkaar verbonden worden; 3) onderwijs en trainingen op het gebied van smart industry moeten meer versterkt en met elkaar verbonden worden.


Ruimte voor de stad als groeimotor

Deze publicatie van de Universiteit Utrecht neemt de woon- en werkdynamiek in de Randstad onder de loep. Van Oort en zijn collega’s concluderen dat het woon- en werkbeleid nog onvoldoende op elkaar zijn afgestemd, en ook niet op de agglomeratievoordelen van de grootste steden. Deze conclusie wordt getrokken op basis van zeven onderzoeken, reikend van ‘de aantrekkelijke stad voor iedereen?’ en ‘woon- en werkdynamiek in de Noord- en Zuidvleugel’ tot ‘concurreren op agglomeratie en kennis’ en ‘woon en RO-beleid en wat bedrijven beweegt’. Er worden beleidsimplicaties geformuleerd voor de woningmarkt, het ruimtelijke ordenings- en bedrijfshuisvestingsbeleid, hoogwaardig arbeidsmarktbeleid, toegankelijkheid en stedelijke netwerken.


Kansen voor de circulaire economie in Nederland

In dit rapport inventariseert TNO de kansen en belemmeringen voor stappen richting een meer circulaire economie. Het biedt een handelingsperspectief voor met name de overheid om deze stappen te versnellen. De gesuggereerde acties voor de overheid lopen uiteen van het creëren van interdepartementale, consistente strategieën en maken van integrale afwegingen van voor- en nadelen van bestaande (afval)wet- en regelgeving tot het onderzoeken van de effectiviteit van fiscale en financiële prikkels om circulair gedrag te bevorderen en het verhogen van kennis en bewustzijn van grondstofaspecten in de waardeketen.


Noodzaak en kans voor groen industriebeleid in de
Nederlandse economie

De WRR houdt in deze publicatie een pleidooi voor beleid dat moet leiden tot de vergroening van de Nederlandse economie. In haar empirische analyse betrekt de WRR hierbij zogenaamde ‘groene banen’, milieubeleid, innovatie, productiviteit, concurrentievoordelen en marktkansen. De WRR schetst mogelijkheden voor generiek beleid, gericht op de randvoorwaarden waaronder de Nederlandse economie kan vergroenen (bijvoorbeeld het afbouwen van perverse prikkels, zoals milieuschadelijke subsidies) en voor specifiek beleid, hier: ‘groen industriebeleid’. Geconcludeerd wordt dat generiek en specifiek beleid niet los van elkaar staan.


Naar een lerende economie

“Innoveren is (…) een permanent proces van schaven en bijstellen waarbij iedereen betrokken is: werknemers van hoog tot laag, toeleveranciers, en zelfs klanten”, zo stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in dit rapport. Constante veranderingen vragen om een transitie naar een economie waarin voortdurend wordt geleerd. De eerste hoofdstukken schetsen een kader waarin de stand van zaken op het gebied van leren in de Nederlandse economie, en specifiek in de overheid, wordt behandeld. Daarna volgt een analyse van het innovatievermogen van Nederland en wordt een nieuw innovatiebegrip geopperd, waarin onder meer absorptievermogen en netwerken als middelen worden genoemd. In het laatste deel van het rapport volgen vier aanbevelingen: 1) kennis moet meer kunnen circuleren; 2) het onderwijs moet in kwaliteit worden verbeterd en meer differentiëren; 3) leren moet centraler komen te staan binnen werkorganisaties; 4) om voorgaande punten te kunnen verwezenlijken moet er meer speelruimte komen op regionaal niveau, moeten landelijke instituties beter worden ingericht naar de opgaven van de komende tijd en moeten de instituties responsief zijn ten opzichte van grensoverschrijdende risico’s.


Strategische agenda innovatieve topregio’s

In deze publicatie worden vier met elkaar samenhangende strategieën door Platform31 voorgelegd om de concurrentiepositie van Nederland en van Nederlandse regio’s te versterken. Deze strategieën zijn gebaseerd op tientallen gesprekken met beleidsmedewerkers en wethouders uit grote en middelgrote steden en met deskundigen en medewerkers van het ministerie van Economische Zaken. Zij luiden als volgt: 1) het topsectorenbeleid dient effectief en regionaal te worden ingebed; 2) lokaal ondernemerschap dient maximaal te worden benut; 3) de regionale Human Capital Agenda dient te worden vernieuwd; 4) groene groei dient te worden gemaximaliseerd.

  • Van Dijken, K., van Ooijen, D., Mengde, A., Dorenbos, R., & Reijnders, A. (2012). Strategische agenda innovatieve topregio’s.

Practices

City Deal: Voedsel op de stedelijke agenda

In oktober 2015 presenteerde het Nederlandse kabinet een nationale voedselagenda in de ‘Kamerbrief over de voedselagenda voor veilig, gezond en duurzaam voedsel’. Stedelijke gemeenten spelen hierbij een belangrijke rol omdat zij voor de nationale voedselagenda de vertaling kunnen maken naar het lokale niveau en de uitvoering hiervan. Succesvol voedselbestuur is daarom sterk afhankelijk van gemeenten, qua rolneming en inhoud.

In dit kader starten vier ministeries (EZ, BZK, VWS, OCW), twaalf gemeenten (Amsterdam, Almere, Den Haag, Ede, Groningen, Leeuwarden, Den Bosch, Venlo, Helmond, Utrecht, Oss, Rotterdam) en twee provincies (Gelderland, Noord-Holland), met betrokken partners vanuit kennisinstellingen en bedrijfsleven, de City Deal ‘Voedsel op de stedelijke agenda’. De deelnemende steden streven er naar om het Nederlandse voedselsysteem te verbeteren door nauwe samenwerking met Rijkspartijen, kennisinstellingen en bedrijfsleven en bovendien van elkaar te leren in deze City Deal.


City Deal: Health Hub

Deze City Deal beoogt gezond (stedelijk) leven te stimuleren, via een meer samenhangende en innovatieve aanpak van complexe gezondheidsvraagstukken en versterking van de Utrechtse (en Nederlandse) gezondheidsgerelateerde economie.

Betrokken partijen bij deze City Deal: de gemeenten Utrecht, De Bilt, Driebergen-Zeist, Nieuwegein, Woerden, Stichtse Vecht, Vianen, Bunnik, IJsselstein en Houten, de Provincie Utrecht en ministeries van EZ, VWS, I&M en OCW. Partners: Utrecht Science Park, Economic Board Utrecht, RIVM, TNO, Universiteit Utrecht, UMC Utrecht, Hogeschool Utrecht, Hogeschool voor de Kunsten, Sint Antonius Ziekenhuis, Saltro Diagnostic and Medical Services BV.


Kennisvalorisatie in de regio (2008-2011)

Kenniscirculatie tussen kennisinstellingen en het bedrijfsleven wordt als een belangrijke drijvende kracht gezien van innovatie. Kennis wordt echter nog maar beperkt vertaald naar nieuwe producten en productieprocessen. In dit onderzoek, dat in het kader van het Platform31-programma Kennis voor Krachtige Steden is uitgevoerd, is gekeken naar de contacten en kennisuitwisseling tussen bedrijven en hbo-instellingen en wordt de uitstroom vanuit het onderwijs naar ondernemerschap geanalyseerd. Er is ingezoomd op vier steden en hun directe omgeving.


Arbeidsmarktstrategieën van gemeenten (2008-2009)

Gemeenten kunnen via hun arbeidsmarktbeleid (beperkte) invloed uitoefenen op de regionale arbeidsmarkt en het bijstandsvolume. Het is echter de vraag welke verschillende beleidsstrategieën er bestaan en hoe deze samenhangen met de situatie op de lokale/regionale arbeidsmarkt en/of de politieke voorkeuren en samenstelling van de gemeenteraad. Voor dit onderzoek, dat in het kader van het Platform31-programma Kennis voor Krachtige Steden is uitgevoerd, zijn vijf verschillende beleidsstrategieën van gemeenten geanalyseerd.

Belangrijkste conclusies: door te investeren in trajecten met en zonder
loonkostensubsidie dragen gemeenten bij aan het voorkomen van instroom in de bijstand en het bevorderen van de uitstroom naar werk. Een aanpak gericht op coördinatie en samenwerking is ook een relatief succesvolle strategie. Externe samenwerking voorkomt instroom, interne samenwerking binnen een gemeente draagt bij aan uitstroom.

SAEYS Brainport DTW opening GT5R3443