Een wijk kiezen

Hoe neem je de beslissing: welke wijk eerst

Uiteindelijk moeten alle wijken in een gemeente aardgasvrij worden. Echter, dat kan niet allemaal tegelijk. Daarom is het belangrijk om voor de gemeente als geheel te bepalen welk alternatief per wijk wordt toegepast en in welke volgorde de wijken worden opgepakt. Bij het kiezen voor alternatieven en de volgorde spelen verschillende factoren een rol.

Gepland onderhoud aan het gasleidingnet, riolering, waterleidingen, wegen of gebouwen levert een strategisch moment op om de warmtevoorziening mee te pakken. De meerwaarde zit in koste efficiëntie en het gemak voor bewoners dat de straat één keer open moet. Het in kaart brengen van onderhoudsmomenten samen met de netbeheerder, het waterleidingbedrijf en de betrokken afdelingen van de gemeente levert inzicht in een mogelijke volgorde van wijken. Deze kaart kan vervolgens aangescherpt worden met planningen van kabelaars (ook voor glasvezel), het waterschap, woningcorporaties, buurgemeenten, de provincie en regio.

De aanwezigheid van een alternatief kan van grote invloed zijn op de selectie van een wijk. De aanwezigheid van industrie met restwarmte, geothermie of een bestaand warmtenet geeft richting aan het selecteren van een alternatief voor een wijk. De kans is groot dat een regionaal vraagstuk is. Voorbeelden zijn de Warmtealliantie Zuid-Holland, met de haven van Rotterdam als grootste warmtebron, en het Warmtenet IJmond met Tata Steel als bron. De betrokken samenwerkingspartijen en programmabureaus hebben kansenkaarten ontwikkeld waarmee de gemeente op lokaalniveau het eigen plaatje verder kan invullen. Daarnaast ontwikkelen steeds meer gemeenten en regio’s hun eigen warmtekansenkaarten.

De samenstelling van het eigendom van gebouwen in een wijk biedt een aanknopingspunt om een wijk eerder of later aan te pakken. Een wijk met veel corporatiebezit biedt een partner met een collectieve duurzaamheidsambitie (label B) en financieringsmiddelen. Het regeerakkoord (2017) voorziet in het terugstromen van een deel van de verhuurdersheffing voor verduurzamingsmaatregelen. Dit terwijl stimuleringsmaatregelen voor eigenaar-bewoners nog uitgewerkt gaat worden. Oftewel, woningcorporaties betrekken lijkt een logisch optie.

Sommige wijken hebben behoefte aan een impuls. Met name sommige naoorlogse woonwijken kunnen in deze situatie zitten. Het gaat dan om bestaande kwetsbare wijken of zogenaamde ‘preventie’ wijken waarbij een negatieve trend in leefbaarheidscijfers bestaat. Door het aflopen van Rijksmiddelen (GSB/ISV) voor wijken is een andere geldstroom nodig. Het aardgasvrij maken van een wijk kan dienen als katalysator om infrastructuur, openbare ruimte en gebouwen aan te pakken. Daarbij slim samenwerken met bijvoorbeeld het wijkteam, corporaties, onderwijsinstellingen en lokale werkgevers kan leiden tot meerwaarde voor de leefbaarheid in een wijk.

Rijkswaterstaat heeft onderzoek laten doen naar de kosten en baten van energierenovatie. In het rapport Waardecreatie bij energierenovatie (pdf) komt naar voren dat in de vier onderzochte projecten de balans positief is. Meer informatie is te vinden in het dossier van Rijkswaterstaat.

Het type huizen en het bouwjaar is van invloed op de isolatiemogelijkheden en bijkomende kosten. Het is nog lastig om te zeggen hoe ‘makkelijk’ of ‘moeilijk’ een bepaald gebouw is te isoleren vanwege het gebrek aan voorbeelden en de afwezigheid van grootschalige stimuleringsmaatregelen voor eigenaar-bewoners. Op de meeste soorten bebouwing zijn ook nog meer innovatieve oplossingen nodig. Oftewel, het is lastig om hierop een volgorde van wijken te baseren.
Naast fysieke of praktische redenen om een wijk eerder of later aardgasvrij te maken kan ook het draagvlak onder bewoners per wijk of buurt verschillen. Een actieve wijkvereniging met een aantal kartrekkers en lopende verduurzamingsinitiatieven kan een aanknopingspunt bieden ten opzichte van wijken waar het onderwerp niet leeft. In een vroeg stadium bewoners betrekken is zowel een kans als een uitdaging.

In 2016 zijn de versnellingstafels gestart. Aan de tafels werken overheden en marktpartijen aan zes thema’s waarin een leertraject wordt doorlopen. De Warmtetafel (thema decentrale individuele duurzame warmte) heeft een Kader voor afweginsprocessen gepubliceerd gericht op de verduurzaming van de warmte- en koudevoorzieningen in de gebouwde omgeving. Verder is een korte terugblik beschikbaar.

Kortom

Het in kaart brengen van aanknopingspunten voor aardgasvrij en daarbij zo veel mogelijk partijen betrekken komt naar voren als de eerste stappen naar een aardgasvrije gemeente. Binnen de Greendeal Aardgasvrije Wijken beschrijven de 29 deelnemende gemeenten op de website van de RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) de stand van zaken rond de keuze van hun eerste wijk. Onder Nuttige bronnen en websites vindt u tools en andere nuttige links die u kunnen helpen bij een afweging.

DSC 0932