Robotisering, automatisering en digitalisering

De mogelijke gevolgen op de arbeidsmarkt door snelle technologische ontwikkelingen, zijn een bron van discussie. In 2014 waarschuwde Lodewijk Asscher in een toespraak al voor de gevolgen van de snelle opkomst van robotisering, automatisering en digitalisering op de arbeidsmarkt. Gevolg is dat de Nederlandse arbeidsmarkt sterk in beweging is en menselijke denkkracht deels wordt vervangen: naar verwachting gaan banen – vooral in het middensegment – verloren. Anderen noemen deze angsten onterecht. De ontwikkelingen zorgen er juist voor dat werk dat eerder is verplaatst naar het buitenland, weer terug wordt gehaald naar Nederland (‘re-shoring’). Bovendien hebben werkgevers de keuze om via taaksplitsing (‘job carving’) van overgebleven taken nieuwe functies te creëren (Dekker, 2017). Enerzijds is er optimisme over nieuwe kansen, anderzijds is er angst voor baanverlies op grote schaal. Volgens de Sociaal-Economische Raad is het echter geen kwestie van óf nieuwe mogelijkheden óf banenverlies, maar van allebei.

Volgens de WRR (2015) blijft de mens ‘de robot de baas’. Hoewel veel banen zullen verdwijnen en veranderen en er nieuwe banen bijkomen, zijn veel menselijke activiteiten (nog lang) niet te codificeren of in routines te vertalen. Het gaat er om iedereen een plek en rol te kunnen geven in de arbeidsmarkt van de toekomst. Om daarop in te spelen stelt de WRR een ‘inclusieve robotagenda’ voor. Het sleutelwoord van deze agenda is complementariteit: mensen met robots (en andere technologische ontwikkelingen) laten samenwerken in plaats van zo veel mogelijk werk door robots (en andere technologische ontwikkeling) laten overnemen.

Voor gemeenten staan een aantal vraagstukken centraal. Hoe zorgen gemeenten en regio’s er voor dat er in het onderwijs voldoende rekening gehouden wordt met de benodigde competenties van de toekomst, hoe zorg je er voor dat er geen kloof ontstaat in de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, hoe houden gemeenten de groter wordende groep werklozen betrokken bij de samenleving en hoe kunnen ze ervoor zorgen dat deze groep bijvoorbeeld in een andere sector dan waarvoor men is opgeleid of waar men voorheen werkzaam was aan de slag kan? Het is voor gemeenten belangrijk om te weten hoe een sector zich ontwikkelt, zodat in samenwerking met het bedrijfsleven bijvoorbeeld geanticipeerd kan worden op veranderingen. Denk aan het ontwikkelen van werk-naar-werkarrangementen waarop ook het onderwijs kan aanhaken. Dat begint met het regelmatig delen van kennis over wat er gebeurt in een sector, bijvoorbeeld tijdens werkateliers voor werkgevers, onderwijsinstellingen en gemeenten.

Projecten: R&A in het bankwezen, de ambulante zorg (eHealth), de metaalsector en de gemeentelijke organisatie

Platform31 deed in opdracht van Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag onderzoek naar de mogelijke effecten van robotisering en automatisering in vier economisch belangrijke sectoren: het bankwezen, de metaalsector, de ambulante gezondheidszorg en de gemeentelijke dienstverlening. Het onderzoek beschrijft de gevolgen voor de arbeidsmarkt (in het bijzonder de werkgelegenheid en toekomstige competenties) van robotisering en automatisering. Uit het onderzoek komt naar voren dat het aantal banen als gevolg van robotisering en automatisering terugloopt. Alleen in de ambulante zorg wordt geen daling van werkgelegenheid verwacht wat vooral te maken heeft met vergrijzing en de toenemende zorgvraag. In het bankwezen en binnen de gemeentelijke organisatie komen midden-beroepen op de tocht te staan. In deze sectoren zien we ook veel uitstroom, omdat laaggeschoold werk verder wordt geautomatiseerd. De vraag is of de groep mensen die als gevolg van robotisering en automatisering zonder werk komt te zitten kans maken op een andere baan binnen of buiten de sector waar men werkzaam was.

Gemeenten zoeken met andere partijen naar oplossingen. Zo werkt Amsterdam in regionaal verband nauw samen met het bedrijfsleven en het onderwijs. Een voorbeeld is het onlangs opgerichte House of Skills dat is bedoeld is voor werkenden die zich willen om- en bijscholen. Verder kunnen er ook werkzoekenden terecht die dankzij een combinatie van leren en werken uitzicht krijgen op werk. Dat kan ook werk zijn in een andere sector dan waarin iemand gewerkt heeft.

Must reads

  • De robot de baas. De toekomst van werk in het tweede machinetijdperk
    In deze verkennende studie concludeert de WRR dat een robotagenda nodig is om ervoor te zorgen dat robotisering goed uitpakt voor zowel de economie als voor werkenden. Het sleutelwoord van deze agenda is complementariteit: mensen met robots laten samenwerken in plaats van zo veel mogelijk werk door robots laten overnemen.
  • Verkenning mens en technologie, advies over robotisering
    In deze analyse heeft de SER de gevolgen van de transitie naar een digitale economie in kaart gebracht voor de arbeidsmarkt, de organisatie van werk en de arbeidsverhoudingen. Hieruit ontstaat het beeld dat digitalisering kansen biedt, maar dat dit niet vanzelf gaat. De thema’s van deze verkenning worden in volgende adviezen van de SER verder uitgewerkt.
  • Robotisering en automatisering bedreigen laag- én hoger opgeleiden
    Platform31 deed in vier economisch belangrijke sectoren verkennend onderzoek naar de effecten van robotisering en automatisering op de werkgelegenheid, de gevraagde competenties en het onderwijs. In Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag werd respectievelijk onderzoek gedaan naar het bankwezen, de metaalsector, de ambulante gezondheidszorg en de gemeentelijke dienstverlening.