Zzp’ers in de G32-steden

Analyse, duiding en beleidsaanpakken

Auteurs Ruud Dorenbos, Barbara Heebels en Joost van Hoorn (Platform31)

Zeker de laatste jaren is er sprake van een forse toename van het aantal zelfstandigen. Volgens het CBS zijn er in 2014 ruim 800.000 zzp’ers, in 1996 waren dat er ‘slechts’ 330.000. Ondanks het toenemende belang van de zzp’ers in de lokale en regionale economie is er nog weinig inzicht in de positie van zzp’ers binnen verschillende gemeenten. Ook is het nog onduidelijk wat de exacte rol en houding van de gemeente ten aanzien van de zzp’ers is (of zou moeten zijn). Het onderzoek dat Platform31 in opdracht van het G32-stedennetwerk heeft uitgevoerd, draagt bij aan de opvulling van dit kennishiaat.

Aantallen en achtergronden van ZZP’ers

In totaal zijn er in de G32-steden ruim 185.000 personen actief als zzp’er, dat is 7,4 procent van de beroepsbevolking. Dit aandeel is niet alleen lager dan in de G4-steden maar ook lager dan het landelijk gemiddelde. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat zzp’ers, met name in de zakelijke dienstverlening, weinig plaatsgebonden zijn en vaker kiezen voor de grote steden (G4) of voor omliggende kleinere gemeenten. G32-steden die hoog scoren op woonkwaliteit hebben wel een hoog aandeel zzp’ers, in het bijzonder in de zakelijke dienstverlening.

In het onderzoek worden ook achtergrondkenmerken (zoals geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, etniciteit, inkomenspositie e.d.) van de zzp’ers geanalyseerd en geduid. De meest in het oog springende resultaten hebben betrekking op het inkomen van zzp’ers. Allereerst valt zowel in de G32-steden als landelijk het hoge aandeel lage inkomens onder zzp’ers op ten opzichte van werknemers in loondienst. Voor zzp’ers in de G32-steden ligt het aandeel zeer lage inkomens (d.w.z. een bruto eigen inkomen onder de 10.000 euro) op 30 procent en het aandeel lage eigen inkomens (d.w.z. een bruto eigen inkomen onder de 20.000 euro) op 48 procent. Dit is twee tot drie procentpunt hoger dan het landelijk gemiddelde.

Gemeentelijk beleid

De meeste gemeenten vinden dat zzp’ers meer (beleids)aandacht verdienen maar niet iedereen is voorstander van specifiek zzp-beleid. Het belangrijkste argument dat daarvoor wordt gegeven is dat het verschil tussen zzp’ers en andere ondernemers niet als groot wordt gezien. De activiteiten die voor zzp’ers worden georganiseerd komen nu vooral voort uit wat gemeenten en uitvoeringsorganisaties ‘op straat’ meekrijgen over de werkpraktijk van zzp’ers en de problemen die daar spelen. Het rapport bevat ook een aantal aanbevelingen. Zo dienen gemeenten niet alleen aandacht te hebben voor het stimuleren van kansrijke zzp’ers maar ook voor zzp’ers die met moeite rondkomen. Dit is in veel gemeenten een behoorlijke groep. Het is belangrijk om inzicht te hebben in deze groep om op tijd bij te kunnen sturen en faillissementen en/of opbouw van schulden waar mogelijk te beperken of voorkomen. Hiervoor is naast een goede afstemming tussen economische en sociale zaken, ook samenwerking met bijvoorbeeld banken en verzekeraars van belang.

Lees meer

De publicatie Zzp’ers in middelgrote en plattelandsgemeenten schetst de positie van zzp’ers in middelgrote en plattelandsgemeenten: een tot nu toe onderbelichte groep. Het onderzoek geeft inzicht in de vraag wat de middelgrote en plattelandsgemeenten kunnen (of moeten) doen om de in hun gemeente werkende (en wonende) zzp’ers (beter) te faciliteren.

ZZP in G32 steden