De vormgeving van sociale (wijk)teams

Auteurs:
Mirjan Oude Vrielink, Henk van der Kolk en Pieter-Jan Klok

Een samenwerking van:
Platform31, BMC Advies en Universiteit Twente

Veel gemeenten kiezen voor de inzet van sociale (wijk)teams als instrument voor de transformatie in het sociale domein. De teams worden gezien als de onmisbare schakel in de wijkgerichte aanpak.

De Universiteit Twente heeft samen met de gemeenten Zaanstad, Leeuwarden, Enschede, Platform31 en BMC Advies onderzoek gedaan naar de vormgeving van sociale (wijk)teams. De onderzoekers hebben gekeken naar de organisatie van de teams en naar de knelpunten die zich voordeden bij de (door)ontwikkeling van de teams. Tijdens het onderzoek is gezorgd voor een wisselwerking tussen theorie en praktijk.

Wijkteams in alle soorten en maten

Het onderzoek laat zien dat gemeenten werken met heel verschillende modellen van wijkteams. Wijkteams zijn er in alle soorten en maten, voor verschillende doelgroepen, taakgebieden, samenstelling en werkwijzen. Ze zijn soms in de plaats gekomen van oude hulpverlening, maar worden soms ook als ‘kers op de taart’ bovenop de bestaande hulpverlening ingezet. Het onderwerp werk en inkomen is ook nog nauwelijks aangehaakt op de sociale (wijk)teams.

De verschillen tussen gemeenten roepen de vraag op of die het gevolg zijn van pogingen aansluiting te vinden bij de lokale behoeften, of dat die verschillen duiden op onduidelijkheid en onzekerheid onder degenen die de sociale (wijk)teams moeten vormgeven.

Opvallende punten uit het onderzoek

  • Over sociale (wijk)teams wordt soms gesproken alsof het om een precies omschreven organisatievorm met een duidelijke taakomschrijving gaat. Sociale (wijk)teams verschillen echter op tal van punten van elkaar. Er zijn sociale teams die interveniërende activiteiten ontplooien alleen ten aanzien van huishoudens met veel problemen en sociale teams die uitsluitend regisserende taken ontplooien ten aanzien van alle huishoudens in een wijk. Ook tussenliggende vormen blijken te bestaan.
  • In de eerste experimenten werden door de wijkteams huisbezoeken afgelegd om sociale problemen ‘achter de voordeur’ actief op te sporen. Nu wordt er vaak een beperktere invulling gegeven aan outreachend werken; wijkteams gaan naar aanleiding van een hulpvraag of een melding op huisbezoek.
  • Sociale teams zijn vaak hybride organisatievormen waarbij wordt samengewerkt tussen gemeenten en instellingen. Het is daardoor niet altijd duidelijk of teamleiders en teamleden binnen dezelfde organisatorische regels functioneren. Of adequate (aan)sturing en beoordeling van teamleden mogelijk is, is dan ook niet altijd duidelijk.
  • Omdat sociale wijkteams vaak worden gezien als een manier om ook informele en collectieve ondersteuning te versterken, is te verwachten dat sociale teams zich ook richten op het betrekken en versterken van de wijk. Toch blijkt dat dit slechts in enkele gemeenten het geval is.
  • In hoeverre sociale teams een grote bijdrage (kunnen) leveren aan het terugdringen van de kosten van het stelsel is niet in alle gemeenten helder. In hoeverre de teams de vereiste zorg kunnen beperken is niet altijd helder. En of integraal werken altijd goedkoper is, valt te bezien.
  • Veel sociale teams zijn opgezet als ingang voor iedereen, en worden zo ook gepresenteerd. Sommige van deze teams houden zich echter de facto toch bezig met zware en complexe problematiek, die veel tijd vraagt voor individuele ondersteuning en (het nemen van) regie. Hierdoor hebben de teamleden minder tijd om zichtbaar en aanspreekbaar aanwezig te zijn in de wijk.
  • Een generalistische werkwijze gericht op het versterken van ‘eigen kracht’, vraagt om interne motivatie en voldoende tijd van teamleden. Omdat teamleden soms moeite hebben met de ingezette veranderingen en vooral omdat zij soms een hoge werkdruk ervaren, vervallen ze soms in de oude werkwijze waarbij ‘zorgen voor’ centraal blijft staan en geen overgang wordt gemaakt naar ‘zorgen dat’.
  • Binnen sociale (wijk) teams is privacy gevoelige informatie aanwezig. Die informatie is zowel van belang voor het verlenen van zorg als voor sturing en kwaliteitszorg. Het is nog onduidelijk hoe met die informatie moet worden omgegaan en hoe daarmee feitelijk wordt omgegaan.




contact


Voor meer informatie kunt
u contact opnemen met:

Helga Koper
Helga Koper
Programmamanager

06 35 11 58 14