Contact

Matthijs Uyterlinde

Matthijs Uyterlinde

Senior projectleider

06 57 94 17 48

Kwaliteit en leefbaarheid in krimpende regio's

Naar een nieuwe planningsmethodiek

Enno Zuidema, Den Haag, maart 2013

De afgelopen decennia stond ruimtelijke planning in Nederland in het teken van groei. Daar komt ingrijpend verandering in. In 2025 heeft 60 procent van alle Nederlandse gemeenten te maken met een krimpende bevolking. De consequenties zijn ingrijpend, zowel voor de software van onze samenleving (de sociaal-maatschappelijke kwaliteit van lokale gemeenschappen), de hardware (het voorzieningenapparaat en de woningvoorraad) als de orgware (de manier waarop onze samenleving is georganiseerd). Er is behoefte aan een planningsmethodiek die de transitie naar de nieuwe tijd kan begeleiden. Het Rijksexperiment Nieuwe Planningsmethodiek voor krimpende regio’s verkent de ingrediënten van zo’n methodiek en experimenteert daarmee in de Eemsdelta – noordoost Groningen. Drie elementen staan hierin centraal: de attitude van de planner, de opgave waaraan gewerkt moet worden en de instrumenten en middelen die daarbij kunnen worden ingezet.

Planners die in een krimpgebied gaan werken, moeten zich in de eerste plaats een andere houding aanmeten. Hoe kijken zij tegen de werkelijkheid aan en hoe richten zij vervolgens het leerproces in waarmee gedragen oplossingen kunnen worden gevonden?Interactie met belanghebbenden en de durf om te pionieren zijn essentieel.

Gewapend met een andere attitude gaan planners vervolgens het gebied in waar krimp in de komende jaren neer zal slaan. De nieuwe opgave die daarmee samenhangt is er een van ‘ontwikkelend beheren’. De waarde van het bestaande moet worden versterkt. De robuuste structuur biedt hiervoor de kapstok.

In de derde plaats moeten de vertrouwde planningsmiddelen en -instrumenten uit de groeitijd worden omgebouwd. Investeringen moeten anders worden uitgelokt, de solidariteit en loyaliteit binnen en tussen regio’s moet vorm krijgen en niet in de laatste plaats moeten ruimtelijke plannen anders worden ingericht. Regionale opgave en lokale noden ontmoeten elkaar in een ‘improvisatieruimte’, van waaruit gedragen en toekomstvaste oplossingen ontstaan.