Wie durft?

José ten Kroode, B&A

Vele beleidsstukken, columns en blogs bezingen en beschrijven het ideaal van een integrale dienstverlening op gebied van welzijn, zorg en werk. De praktijk is echter weerbarstig. Uitvoerders krijgen nog maar zelden zo’n integrale opdracht. De verkokering blijft bestaan ondanks de gemeentelijke verantwoordelijkheid. Aan de ‘voorkant’ zoeken sociale- of wijkteams wel naar een integrale toegang, maar via die toegang kom je vaak weer in de traditionele kokers terecht. Er zijn uiteraard op kleine schaal voorbeelden van integrale dienstverlening. Natuurlijk is Rome niet op één dag gebouwd en zijn veel gemeenten en uitvoeringsorganisaties nog bezig met het verwerken van de wijzigingen per 1 januari 2015.

En het is ook wel wat: als gemeente het lot van kwetsbare inwoners in handen van één of enkele integrale dienstverleners leggen. Kunnen die dienstverleners het wel waarmaken? En welke opdracht geef je die dienstverleners mee en wat mag je realistisch gezien verwachten aan resultaten en prestaties? Met andere woorden: hoe weet je zeker of je iets beters krijgt dan wat nu al sinds jaar en dag via de oude vertrouwde kokers wordt gepresteerd?

In zo’n veranderend speelveld is er behoefte aan een andere opdrachtgever-opdrachtnemerrelatie. Na subsidies, bestuurlijk en maatschappelijk aanbesteden is er behoefte aan een nieuwe variant: aanbesteden door dialoog. Door een nadrukkelijke dialoog tussen opdrachtgever en opdrachtnemer op te starten, is het mogelijk de beoogde integrale dienstverlening organisch en gezamenlijk te ontwikkelen. Maar met welke organisaties ga je die dialoog aan en met welke niet? Het antwoord op die vraag is vaak beperkt te verkrijgen via juridische procedures en beslisbomen. Het gaat er als gemeente om de uitvoerder te kiezen die bij je past. Bij wie je je veilig voelt om een in dialoog tot een integrale dienstverlening te komen en het proces in te gaan. Dat vraagt een ander type marktverkenning, bijvoorbeeld een preselectieprocedure waarmee je je als opdrachtgever goed vergewist van het DNA en trackrecord van de verschillende mogelijke uitvoeringspartners. En op zoek gaat naar de zogenaamde klik, die vaak niet in juridische procedures te vatten is.

Na zo’n eerste selectie kan je met een aantal uitvoerders de dialoog aangaan en gelijktijdig de uitvoering starten. Dat is wel de kern van deze aanpak: beginnen met uitvoeren en gedurende de uitvoering de dialoog voeren over inhoud, vorm en kaders van de opdracht. Uiteraard binnen vooraf bepaalde financiële kaders en een globale opdrachtformulering. Gedurende de uitvoering kan je de opdracht scherper formuleren, resultaten en effecten monitoren, waarbij je steeds over en weer beelden en verwachtingen kan delen. Met goede checks en balances en vooral steeds tussentijds bijstellen. Bij deze zich organisch ontwikkelende uitvoeringspraktijk betrek je steeds de omliggende spelers, zoals bijvoorbeeld zorg en bedrijfsleven. Zo’n organisch ontwikkelende uitvoeringspraktijk vraagt voldoende tijd, vergelijkbaar met de duur van concessies in het openbaar vervoer, om serieus, met bewoners dit te kunnen gaan doen.

Wie durft?