Voor hoeveel ouderen moeten we investeren in de juiste zorg in de wijk?


Ik zie om me heen dat ouderen langer thuis blijven wonen. Woningen, woonomgeving en voorzieningen zijn hier niet altijd op afgestemd. Om hierin te kunnen investeren wil ik graag weten hoeveel ouderen straks in de wijk zullen wonen. Ik kijk dan eerst naar het CBS. Dit publiceert de Nationale bevolkingsprognose tot 2060: interessant, maar hoe zit dat in mijn wijk? Ik stuitte vervolgens op het Planbureau voor de Leefomgeving: dit vertaalt de CBS prognose door naar regio’s: de Corop-gebieden en grote gemeentes. Hier kan ik in de wijk nog weinig mee. Zou het echt zo zijn dat Nederland openbare prognoses mist op wijk, woonplaats en gemeenteniveau? Ik vind dat essentieel om een vertaling naar een goede woon/zorginfrastructuur te kunnen maken. En dat in een tijd dat iedereen het heeft over wijkzorg en wijkteams!

Vroeger werden mensen minder oud: Drees zorgde er nog voor dat mensen hun 5 á 10 laatste levensjaren vanaf toen hun 65e levensjaar onbezorgd door konden komen. Maar de nu geboren meisjes worden voor de helft ouder dan 100 jaar. We blijven vitaal tot globaal de laatste drie jaren van ons leven en gelukkig betekent dit niet méér zorg: de meeste mensen beleven een gezonde oude dag. Helaas geldt dit niet voor iedereen: volgens het CBS worden mensen met een lage Sociaal Economische Status – en in het bijzonder de 1e generatie niet-westerse allochtonen – minder oud en hebben veel langer dan drie jaar zorg nodig.

Ik denk dat per wijk nu en straks de vergrijzing, de SES, de 1e generatie niet-westerse allochtone ouderen verschillen en daarmee de zorgvraag. Ik wil daarom een goed inzicht in de populatie en afgeleid de zorgvraag, essentieel om toekomstgericht en duurzaam plannen te ontwikkelen voor het exploiteren van de juiste woningen, woonomgeving en voorzieningen.

Paul Reijn, AimTrack