Vluchtelingen, het is niet overal ‘kommer en kwel’

2016 zal, net als 2015, voor een belangrijk deel in het teken staan van de opvang van de vluchtelingen. Dit vraagstuk zal Europa nog wel even in zijn greep houden en het houdt ook vele Nederlanders bezig, zoals de peilingen ons de laatste maanden laten zien. In vele gemeenten wordt hard gewerkt om een praktisch antwoord te geven op het gebrek aan opvangplaatsen in ons land. En al zou je dat niet zeggen als je naar de journaalbeelden kijkt van uit de hand lopende protesten, op veel plekken gaat het heel goed, zo ook in Leiden en de Leidse regio. Het afgelopen jaar zijn hier drie weken lang twee groepen van elk ca 120 mensen opgevangen in sportaccommodaties.

Natuurlijk kwamen ook hier enkele kritische reacties vanuit de bevolking, maakten mensen zich boos en werden zorgen geuit, maar het overgrote deel van de reacties was positief tot zeer positief. Het aantal vrijwilligers-initiatieven was enorm, zowel in Leiden zelf als in de buurgemeenten Voorschoten, Oegstgeest, Zoeterwoude of Leiderdorp. De beide groepen werden langzamerhand beschouwd als ‘onze’ vluchtelingen. En omdat we ook vonden dat we niet langer door konden gaan met het dure, voor de medewerkers belastende en voor de vluchtelingen zeer onaangename rondreizende circus, hebben we besloten een meer duurzame vorm van opvang voor hen te creëren. Dat werd onze noodopvang en opnieuw was de bereidheid vanuit de bevolking en vanuit maatschappelijke organisaties om hulp te bieden enorm. Leiden, stad van vluchtelingen, is nog altijd actueel.

Binnenkort zullen de vluchtelingen uit de noodopvang wel in de procedure voor een verblijfsvergunning terechtkomen. Een aantal van hen zal dan afvallen en terug moeten maar een flink aantal zal wel een vergunning krijgen. Voor hen is het nog onduidelijk naar welk AZC ze gaan. Waar er plaats is weten we immers niet van tevoren. Wat zou het echter mooi zijn als ze in de buurt konden blijven. De kinderen gaan hier naar school, velen volgen hier cursussen of doen mee aan allerlei activiteiten en ze kennen hier al veel mensen. Met andere woorden, de integratie is al begonnen. Het zou veel beter zijn als ze daarmee door konden gaan in deze omgeving.

Ondertussen werken we ook hard aan een (deels tijdelijke) uitbreiding van de woningvoorraad om het hoofd te kunnen bieden aan de toenemende druk op de al zeer gespannen lokale woningmarkt. We willen niet dat de kans voor de Leidenaren om een sociale woning te bemachtigen verder afneemt. We verwachten dit jaar, verspreid over de hele stad, voor vele honderden mensen extra woonruimte te kunnen creëren. Ik ga ervan uit dat we daarbij opnieuw op het menselijke hart van de Leidenaren kunnen rekenen. Veel is al voorbereid om de nieuwe Leidenaren welkom te heten en hen de eerste stappen op weg naar deelname aan onze samenleving te laten zetten.

Misschien hebben we het als bestuurders in Leiden en omgeving makkelijk met een gemiddeld hoog opgeleide bevolking en een lange geschiedenis van opvangen van mensen uit andere culturen, maar ik denk dat ook de aanvliegroute die we als bestuur hebben gekozen heeft bijgedragen aan een breed draagvlak: een heldere koers vanuit het bestuur, eerst in algemene zin veel steun organiseren bij allerlei organisaties in de stad, niet te grootschalige voorzieningen en een goede spreiding over de stad. En daarbij organiseren we zeker geen grote inspraakbijeenkomsten. Die staan immers een goed gesprek in de weg. Ik hoop en verwacht dat we hiermee het brede draagvlak over de opvang van vluchtelingen in deze stad kunnen behouden. Samen kunnen we dit vraagstuk aan.


Henri Lenferink

Burgemeester van gemeente Leiden