Sluiting van dorpsvoorzieningen: knock-out of wake-up call

Hans Elshof (NIDI/RUG)

In veel plattelandsdorpen neemt het aantal voorzieningen al jaren af. Vaak wordt verondersteld dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid in deze dorpen. Het is inmiddels duidelijk dat dit lang niet altijd het geval is. Het gros van de plattelandsdorpen is namelijk verworden van autonome dorpen met alle voorzieningen bij de hand, tot woondorpen waar het vooral mooi wonen moet zijn.

Rust, ruimte en andere specifieke kenmerken van het platteland worden dan ook meer gewaardeerd dan de aanwezigheid van een supermarkt. En waar zouden bewoners zich ook druk over maken? Het gros van de huishoudens op het platteland bezit één of meerdere auto’s waardoor alle benodigde voorzieningen makkelijk bereikbaar zijn.

En toch, het sluiten van voorzieningen brengt wat teweeg. Ons onderzoek spitste zich daarom toe op de gevolgen hiervan voor het sociale leven, een belangrijk onderdeel van leefbaarheid in de dorpen. Deze blijken niet zo negatief als regelmatig wordt aangenomen. Jazeker, het sluiten van voorzieningen kan ervoor zorgen dat bestaande sociale verbanden uit elkaar vallen. Denk hierbij aan het sluiten van de laatste kroeg of een dorpshuis. In zulke gevallen verliezen specifieke groepen hun ontmoetingsplek.

Daar staat tegenover dat het sluiten van voorzieningen ook sociale krachten losmaakt. Dorpsbewoners verenigen zich in de strijd tegen de gezamenlijke vijand die ze verantwoordelijk houden voor de sluiting van bijvoorbeeld basisscholen. De ondernomen acties zijn lang niet altijd succesvol, maar kunnen aanleiding geven tot nieuwe initiatieven die de leefbaarheid in dorpen vergroten. Het sluiten van voorzieningen kan dus gezien worden als een klap voor het sociale leven in dorpen. Soms is deze klap een knock-out, maar vaak ook een wake-up call.

Onderzoek:
Hans Elshof (NIDI/RUG) & Ajay Bailey (RUG)

Rijksuniversiteit Groningen is partner van het Kennisplatform Demografische Transitie (KDT).