Label B versus NOM. Herkenbare strijd!

In steeds meer berichten staat het; label B in 2020 is onhaalbaar in de huidige omstandigheden. Over de rol van nul-op-de-meter renovaties hierin, lopen de meningen fors uiteen. In opinieland staan de nom-believers en non-believers lijnrecht tegenover elkaar. In praktijk zie ik drie groepen. In deze blog doe ik een voorzet hoe we de partijen dichter bij elkaar kunnen brengen en de verduurzaming kunnen versnellen.

De eerste groep en (wellicht helaas) gelijk ook de grootste groep zijn de corporaties die zich volledig richten op het creëren van zoveel mogelijk betaalbare, comfortabele, gezonde en veilige woningen. Zij zien zeer energiezuinige woningen (bijvoorbeeld Nul-op-de-meter (NOM)) in combinatie met de Energie Prestatie Vergoeding (EPV) wel als toekomst maar nu nog niet ‘klaar’ om bij hen toegepast te worden. Waarom deze houding? Ik denk dat ze gewoon door alle commotie over huurdersheffing en passendheidstoets even een pas op de plaats maken door prioriteiten stellen en daarvoor de op dit moment meest efficiënte, en voor hen bekende en haalbare oplossingen kiezen. Daarbij is sturen op label B steeds minder een doel op zich en steeds meer accepteren (of anders gezegd: maken zich daar ook niet druk om) dat label B in 2020 niet gehaald gaat worden. Betaalbaar boven alles! Daarom hebben zij nu even geen ‘ruimte’ om anders te denken en te doen. Dat laten ze over aan de koplopers!

De 2e groep zijn deze koplopers, de pioniers en daardoor een kleine groep. Ze hebben overigens wel hetzelfde doel als de eerste groep: zoveel mogelijk betaalbare, comfortabele, gezonde en veilige woningen. Zij kennen de verhalen van de 1e groep maar hebben wel de ‘ruimte’ om anders te denken, werken en te doen. Vaak zit hier de bestuurder die weet dat we in een energietransitie zitten, de fossiele brandstoffen eindig zijn en dat het anders moet. Zij weten dat het nog niet helemaal ‘klaar’ is en toch mee willen werken aan deze verandering. Daarvoor hebben zij tijd en geld ‘over’ om te experimenteren en te innoveren. Hierdoor wordt veel geleerd van goede en nog veel meer van de foute dingen maar worden wel stappen gemaakt. Deze pioniers zijn essentieel voor de energietransitie!

De derde groep is de groep die weet dat er meerdere wegen naar Rome leiden! Dit is de groep die weet dat duurzaamheid en betaalbaarheid hand in hand kunnen gaan. De corporatie die zijn bezit goed kent, een Strategisch Voorraad Beleid (SVB) hanteert, kennis heeft van alle mogelijke opties en een heldere visie heeft voor zowel lange als middellange en korte termijn op zijn of haar vastgoedportefeuille! Hierdoor kunnen zij voor ieder complex een weloverwogen keuze maken van in stand houden, doorexploiteren (15, 25, 40 of zelfs 50 jaar met variaties van label B tot zeer energiezuinig (NOM)) tot en met sloop nieuwbouw. Uiteraard met de visie om in 2050 energieneutraal te zijn en het doel zo snel mogelijk (uiterlijk over 15 jaar) van de fossiele brandstoffen af te zijn. Met andere woorden maatregelen die ‘no regret’* en NOM ready zijn. Mogelijk geeft deze fasering de ruimte om de warmtenetten te verduurzamen en toe te kunnen passen binnen de EPV.

Een ding is mij helder: Keihard vasthouden dat NOM de enige en ultieme oplossing is stimuleert de eerste groep niet echt om in beweging te komen. Wellicht dat door het ‘verruimen’ van de EPV voor gefaseerde oplossingen naar zeer energiezuinige of energieneutrale woningen veel corporaties vanuit de eerste groep zich naar de derde groep begeven. Minister Blok gaf in december 2015 in de notitie Energieprestatievergoeding voor labelsprongen aan dat hij wil onderzoeken of het inzetten van de EPV voor labelsprongen geschikt is. Mits dit onderzoek geen vertraging veroorzaakt voor het vaststellen van de EPV voor NOM, vind ik dit een goed voorstel. Van het ‘zomaar’ openstellen van de EPV voor labelsprongen ben ik geen voorstander. Immers, om de doelstelling Energieneutraal in 2050 en de tussenstap label B in 2020 mogelijk te maken zijn, naast meer financiële middelen, innovaties noodzakelijk. Dit betekent ook dat corporaties gestimuleerd moeten worden om een stapje verder te denken. Een EPV voor ‘labelsprongen’ die gefaseerd leiden naar zeer energieneutrale woningen, kan dit in zich hebben en corporaties verleiden en ruimte geven om, voor ieder corporatie op zich, het optimale te doen!


Jeffrey Mennen
Energie Ambassadeur, Huren met Energie

*Een maatregel is ‘no regret’ wanneer deze met het oog op de toekomst bijdraagt aan een het hogere doel van een energieneutrale woning zónder dat daar grote desinvesteringen voor moeten worden gedaan.


Lees meer over het programma Huren met energie van Platform31 en Aedes