Renoveren tussen vlees en bloed

De bestaande woningen in Nederland zijn goed voor 25 procent van de CO2 -uitstoot en maar liefst 40 procent van de nationale energierekening. Het frappante is dat de huurders van de 2,2 miljoen corporatiewoningen daar helemaal niet mee bezig zijn. Deze huurders zijn verknocht aan hun buurtje, stromen door naar een koopwoning, willen langer thuis blijven wonen of ruimer wonen. De meesten zijn in elk geval niet bezig met het besparen van energie en het reduceren van CO2.

Hoe krijgen we deze mensen mee in de flow van onze collectieve energietransitie? Hoe krijgen we de huurders van tochtige, energieslurpende woningen zover dat ze overgaan tot een grootschalige renovatie? Hoe krijgen we ze enthousiast voor het upgraden van hun droompaleis naar innovatieve ‘tesla’-woning? Hoe gaaf zou het zijn als corporatieklanten in de rij staan voor een Nul op de Meter-verbouwing?

Op 17 mei heeft de Eerste Kamer de Wet Energiebesparingsvergoeding vastgesteld. Hierdoor kunnen woningcorporaties de voormalige energierekening innen bij de huurder en daarvoor de woning ombouwen naar Nul op de Meter. De corporatie creëert daarmee een nieuwe kasstroom van misschien wel 30 jaar, waarmee Nul op de Meter-renovaties financierbaar zijn. Corporatie blij, bewoner blij, aanbieder blij!

Is dat werkelijk zo? De eerste tranche van deze innovatieve renovatiegolf krijgt nog niet zo’n hoge waardering. Zo klagen bewoners over de hoge ‘zooi en klooi’-factor, de kinderziekten van de installaties en de slechte communicatie. Met onbegrip luisteren betrokken bouwers naar BNR Nieuwsradio en kijken ze naar consumentenprogramma ‘Kassa’. Natuurlijk verdedigen zij hun prototypen en innovatieve processen. Toch weten de bouwers inmiddels dat er meer moet gebeuren dan alleen een technisch werkend concept. Deze producten worden met het meetinstrument NOM Keur getoetst op het uitvoeringsproces, de klantwaardering en de instandhouding van de prestatie.

Hoogleraar Anke van Hal onderzocht de motivaties van bewoners bij grootschalige renovatieprojecten. Ze vertelde dat bewoners blij worden van renovaties die iets toevoegen, zoals een projectleider die een bushokje meer naar de wijk liet verplaatsen of bewoners die behalve een brede vensterbank ook de kussens daarvoor mochten uitzoeken en het beroemde schoenenkastje bij de voordeur die door de verplaatsing van de meterkast ontstond.

Conclusie? Als je in bestaande wijken, structuren en echte bewoners gaat renoveren, is veel meer nodig dan alleen een werkend renovatieconcept, een goed verhaal en prima proces. Het betrekken van bewoners, huurdersverenigingen- en organisaties, wooncoaches en andere deskundigen kunnen proces en product succesvol verrijken. Mijn advies: ga met het projectteam eens op cursus bij Anke van Hal en speel een rollenspel in de Reality Game. Je verplaatsen in bewoners van ‘vlees en bloed’, is de moeite meer dan waard.


Peter Linders, EnergieAmbassadeur Huren met Energie
Kwartiermaker voor Platform31, Stroomversnelling Brabant en aangehaakt bij Spark Campus