Regionale samenwerking in politicologisch perspectief

Door Paul Dekker, Sociaal en Cultureel Planbureau / Tilburg University

14 juli 2017

Politicologen met meer juridische of bestuurskundige affiniteit zullen het makkelijker hebben, maar als politicoloog in de hoek van de politieke sociologie en psychologie is het vaak even doorbijten in geleerde teksten over bestuurlijke problemen. Netwerken, sleutelfiguren, stakeholders, meervoudige verantwoording, horizontalisering, hybriditeit en een altijd toenemende complexiteit: het valt niet mee om je als politieke wetenschapper een voorstelling te maken van het echte probleem en je in te leven in wat bestuurlijke ‘actoren’ beweegt en hun bestuurskundige toeschouwers boeit. Als er in de aan de ‘wetenschappelijke board’ van Platform31 toegezonden stukken dan ook nog een “standvastige doch niet halsstarrige stip op de horizon” verschijnt in Utrecht, het in Zuid-Kennemerland om ‘het SWV PO ZK’ blijkt te gaan en vanuit de Erasmus Universiteit in Rotterdam “triple helix en multi level samenwerking” worden gesignaleerd, ja, dan wordt de verleiding groot om even iets anders te doen dan door te lezen.

Toch ben ik blij dat ik heb doorgezet en vervolgens in de bijeenkomst van de ‘board’ over regionale samenwerking van Leo van de Nieuwendijk mocht horen over de ervaringen in ‘het Utrechtse’. Die vormden een welkome aanvulling op de geschreven beschouwing over de samenwerking van de ‘U10’ met mensen, onderwerpen en gebeurtenissen. Het ging ook nog steeds over visies en processen, maar in combinatie met de problemen van het aanleggen van een intergemeentelijk fietspad voor de bereikbaarheid van een science park kon ik me daarvan iets meer een voorstelling maken. Ondanks de nodige reserves van de spreker en veel sceptische vragen van de andere aanwezigen bleef er een positieve en verwachtingsvolle toon bestaan over de tamelijk ongedwongen wijze van samenwerking in Utrecht. Dat was leerzaam voor mij als mens en als inwoner van Den Haag (waar een wat cynische toon over publieke zaken tot de omgangsvormen behoort en de samenwerking in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag geen reden zou zijn om die toon onmiddellijk bij te stellen, maar dat heb ik ook maar van horen zeggen). Bovenal was het leerzaam voor me als politicoloog.

Voor zover ik geschoold ben om naar regionale samenwerking te kijken, is dat door het onderzoek en theorievorming over ‘Politikverflechtung’ (beleidsvervlechting) van Fritz Scharpf in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Het ging over het steeds meer in elkaar vervlochten raken van beleid van de federale overheid, deelstaten en lagere overheden in de destijds nog West-Duitse Bondsrepubliek. Het was een mooie benadering vanuit individuele en collectieve rationaliteit en met veel onbedoelde effecten. Een en ander was goed verankerd met verwijzingen naar economen en sociale theoretici en elegant samengevat in flowcharts. Hierin ontstond vanuit simpele misfits tussen een probleem en bestuurlijke schaal dynamiek van steeds meer ingewikkeldheid, met min of meer toetsbare hypothesen over dominant gedrag van politici en andere beleidsmensen en over de negatieve of althans suboptimale beleidsresultaten die daarvan het gevolg zouden zijn.

‘Politikverflechtung’ ging vooral om verticale samenwerking in een federale staat, maar veel was ook bruikbaar in een eenheidsstaat en bij horizontale samenwerking. Ik kon de benadering in elk geval goed toepassen op beleidsontwikkelingen in Nederland rond de Wet op het Openbare Bibliotheekwerk (vond ik zelf, maar Flip de Kam, destijds mijn SCP-collega, vond het geloof ik vooral een hertaling van wat al bekend was in bestuurskundig jargon en schreef aan het einde van mijn conceptrapport zoiets als ‘Ja, en wat weten we nu meer?’). De afgelopen decennia ben ik de beleidsvervlechtingstheorie uit het oog verloren maar afgaande op Wikipedia leeft ze voort (https://de.wikipedia.org/wiki/Politikverflechtung). Daar wordt onder andere gewezen op het boek Föderalismusreform: kein Ausweg aus der Politikverflechtungsfalle? Van Scharpf uit 2009 en met verwijzing naar werk van Arthur Benz uit 2004 die beleidsvervlechtingsval als volgt uitgelegde: “Das Konzept der Politikverflechtungsfalle deutet darauf hin, dass in den gegebenen Verflechtungsstrukturen nicht nur eine Blockadesituation in Sachentscheidungen vorliegt, sondern dass auch institutionelle Änderungen unmöglich sind, die eine Entflechtung des Mehrebenensystems zur Folge hätten.”

Het idee van die val, van het onvermijdelijke foutgaan, van je steeds dieper in de nesten werken en de zekerheid dat elke structuuringreep ondanks frisse goede bedoelingen een nieuwe negatieve spiraal op gang zou gaan brengen, dat was wel blijven hangen bij me. Daarom voorzag ik de toegestuurde blijmoedige tekst over de regionale samenwerking in Utrecht van veel sceptische vraagtekens en de zin “De arrogantie van de grote stad is [daarmee] verdwenen en Utrecht heeft zich opengesteld voor de ander” van een vette ‘sic!’. Na de mondelinge toelichtingen en de discussie ben ik toch gaan twijfelen: misschien gaat het echt wel best aardig daar in Utrecht en zijn er weliswaar geen garanties voor de toekomst, maar gaat toch niet altijd alles qua bestuurlijke samenwerking geheid fout, of gaat het uiteindelijk wel fout maar heeft het haar nut dan bewezen en komt er daarna weer iets (nog) beters.

En nu ik dit typ twijfel ik over Fritz Scharpf. Hij stond bij mij destijds wel te boek als Politikwissenschaftler, maar was hij eigenlijk niet gewoon bestuurskundige?

Lees ook

Stressbestendige regionale samenwerking

Reflectie Wetenschappelijk Board
De regio Utrecht is binnen de ‘netwerksamenwerking U10’ nieuwe vormen van regionale samenwerking aan het uitvinden. De casus U10 past in een trend. De Wetenschappelijke Board van Platform31 boog zich op 22 juni over de vraag hoe we vorm en invulling kunnen geven aan deze wisselende vormen van samenwerking en sturen in (regionale) netwerken.

Lees verder

Over de auteur

Prof. dr. Paul Dekker is hoogleraar TS Social and Behavioral Sciences Sociology bij de Tilburg University en Hoofd Onderzoekssector Participatie, Cultuur en Leefomgeving bij het Sociaal en Cultureel Planbureau.