Zelf reuring maken: hoe wooncomplexen voor ouderen vitaler kunnen worden

Interview met Pauline van Moorsel en Tako de Vries

Bewoners van wooncomplexen voor ouderen zijn best in staat en bereid om bij te dragen aan de vitaliteit van het complex, maar ze hebben daar wel wat stut en steun bij nodig. Dat blijkt uit ‘Vitale woongemeenschappen’ een experiment en onderzoek van Platform31 en Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Pauline van Moorsel van Woonzorg Nederland en Tako de Vries van Domesta vertellen hoe hun corporaties vitaliteit en activiteiten ondersteunen.

Met aandacht maak je alles mooier

Het allerbelangrijkste bij het bruisend en vitaal houden van woongemeenschappen is contact. Contact tussen bewoners onderling, maar ook contact tussen de corporatie en de bewoners. Tako: “Richt je interventies op ontmoeten, op elkaar leren kennen. Daar draait het om. Als mensen elkaar kennen kunnen ze besluiten mee te doen aan activiteiten of niet. Het gaat niet alleen om deelname, het gaat om aandacht.” Dat contact leggen is soms nog best lastig, aldus Tako: “Wij weten niet altijd wie de actieve bewoners zijn en als we het wel weten ligt het gevaar op de loer ze te overvragen”. “Wij merkten door het experiment dat het soms een voordeel kan zijn als er een externe bij betrokken is om de contacten te leggen. Die kijkt met een neutrale blik”, aldus Pauline.

Ook technische aanpassingen zijn een mooie gelegenheid om eens even met bewoners te praten. Bij Domesta is de huismeester de ogen en oren van corporatie, bij Woonzorg Nederland is de bewonersconsulent dat. Bewoners die graag meehelpen en een praatje maken worden door hen opgemerkt en later eventueel benaderd om actief te worden. Bij Woonzorg Nederland is recent het plaatsen van een rookmelder in alle woningen aangegrepen om contacten met bewoners te leggen. Pauline: “Het draait allemaal om aandacht”.

Van ‘doet u mee?’ naar ‘wat wilt u doen?’

“Zorg en wonen is enorm in beweging”, aldus Pauline. “Voorheen was de traditionele neiging van een woningcorporatie om te zeggen ‘dit is ons aanbod, doet u mee?’. Maar onze huidige generatie bewoners bestaat uit zelfstandig wonende mensen die heel goed weten wat ze willen. Ze hebben hoogstens wat hulp nodig om dat te realiseren.” Dat is precies het uitgangspunt van de methode Bruis uit het experiment: kies voor meerdere kleine activiteiten die leiden tot ontmoetingen tussen mensen met dezelfde interesses.
De bewonerscommissie in de Evert ten Napelflat van Domesta werkte (zonder het te weten) al volgens die uitgangspunten. Een groepje zeer actieve mensen verzorgde daar kleinere activiteiten, gebaseerd op gedeelde interesses. Daarmee kregen ze zelfs enkele bewoners mee die zich voorheen afzijdig hielden van activiteiten. Dat lukte ook de deelnemende bewoners van de Van Roo appartementen van Woonzorg Nederland. Bij het door hen georganiseerde paasontbijt verschenen verschillende mensen die zich daarvoor niet lieten zien. Tako: “Het gaat erom dat bewoners met enthousiasme leuke dingen aanbieden aan gelijkgestemden. Daarbij is ‘wat wilt u doen’ het uitgangspunt”.

Meedoen aan het wonen

Natuurlijk zijn lang niet alle bewoners in alle complexen te porren voor de activiteiten. Dat moet ook gewoon kunnen, vinden Tako en Pauline. “Je moet elkaar geen dingen verplichten. Misschien heeft iemand al veel contacten en activiteiten en wil hij daarom niet meedoen. Niet meedoen aan activiteiten betekent niet dat je ook niet meedoet aan het wonen. Het belangrijkste is dat de mogelijkheden er zijn en dat mensen elkaar in hun waarde laten”, licht Tako toe. “Mensen zijn bereid om samen te werken aan de vitaliteit en leefbaarheid van hun eigen omgeving”, beaamt Pauline. “Ze willen regie hebben en de lol erin houden. Over hoe dat moet, willen ze zeker meedenken”.

Koffie en een leuk kleurtje op de muur

Gedeelde ruimtes kunnen een cruciale rol spelen in ontmoetingen tussen bewoners. De aanwezigheid van een gezamenlijke ruimte kan invloed hebben op de leefbaarheid van het complex en de tevredenheid van bewoners. Zeker als je die samen met hen naar hun wensen inricht, kan een gedeelde ruimte een sleutelrol spelen in het onderling contact. Pauline: “Maar koffie en een leuk kleurtje op de muur is niet genoeg, je moet de mensen wel uitnodigen.” Tako herkent dat. “Je weet nooit van te voren of iets werkt, maar dat is geen reden om het niet te proberen. Activiteit en reuring komt van de mensen zelf, maar daarin kunnen we als corporatie wel meedenken en faciliteren.” “Alleen de deur openzetten is niet genoeg”, vindt Pauline, “Je moet de mensen ook binnen vragen”.

Activeren en doorpakken

Meedoen aan het experiment is niet de eerste en zeker ook niet de laatste stap op dit terrein die Domesta en Woonzorg Nederland zetten. Pauline: "Ik denk dat je eerst moet activeren, zoals met de methode Bruis, en daarna moet doorpakken. Ruimte voor ontmoeting, persoonlijke aandacht en het faciliteren van bijvoorbeeld zorg zijn een aantal van onze beloftes aan onze klanten. Samen met onze bewonersconsulenten en vrijwilligers uit de wijk blijven we energie steken in het levendig houden van woongemeenschappen”. Ook Tako zegt deze energie vast te willen houden: “Ik zou ook graag de actieve bewoners in contact brengen met bewoners van andere complexen. Ervaringsdeskundigen vertellen het beste verhaal. Misschien kan er zelfs wel iets gezamenlijks uit voortkomen. Als mensen elkaar maar ontmoeten, is alles mogelijk.”

Meer lezen

Meer over het experiment Vitale woongemeenschappen: