Woonzorgwijzer vergt doorontwikkeling


Toename van verwarde mensen, sluitende verzorgingshuizen, toenemende vergrijzing. Mede als gevolg van de Hervorming Langdurige Zorg krijgen gemeenteambtenaren steeds meer te maken met deze thema’s. Een goed antwoord op wat mensen met zelfredzaamheidsbeperkingen nodig hebben, is een brede blik. Een die leidt tot lokale beleidskeuzes op allerhande beleidsterreinen: van wonen en ruimtelijke ordening tot budgetbeheer en voorliggende wijkvoorzieningen. Hoe ontstaat een goed beeld van de samenhang en de opgave voor een gebied? Het faciliteren van gemeenten bij deze uitdaging, was de opdracht bij de ontwikkeling van een instrument met de werktitel ‘Woonzorgwijzer’.

Door decentralisaties en de hervormingen van de langdurige zorg wonen meer mensen met beperkingen thuis. Door hun lichamelijke, psychische of verstandelijke beperkingen hebben deze bewoners vaak baat bij diverse voorzieningen, bijvoorbeeld een aangepaste en betaalbare woning, dagstructurering of hulp bij hun administratie. Gemeenten hebben een belangrijke taak als regisseur: het goed in beeld brengen van deze integrale opgaven, hun eigen keuzes hierin maken en hierover met lokale partijen afspraken maken. Maar hoe krijgt een gemeente per wijk in beeld welke zorgdoelgroepen er zijn en welke vraag zij hebben? Afgelopen jaar is gewerkt aan de ontwikkeling van een gebiedsgerichtinstrument dat de vraag van zorgdoelgroepen op gebied van wonen, woonomgeving en wijkvoorzieningen in beeld brengt. Daarmee is de eerste stap gezet in de ontwikkeling van een integraal gebiedsgericht instrument voor gemeenten.

Waarom een integraal planningsinstrument?

Met het oog op de extramuralisering liet het ministerie van BZK eind vorig jaar onderzoeken aan welke gegevens gemeenten behoefte hebben. Onderdeel daarvan was een inventarisatie van databronnen en kennisinstrumenten en in hoeverre die gebruikt worden Uit het onderzoek Een Woonzorg(welzijn)wijzer – Verkenning wensen en mogelijkheden (2014) blijkt dat gemeenten vooral behoefte hebben aan eenduidigheid: : een heldere basis waarop beleid volgens verschillende scenario’s kan worden uitgestippeld. Een instrument waarmee de beleidsopgaven rond wonen, zorg en welzijn integraal kunnen worden verkend. Veel bestaande ramingsmodellen doen onvoldoende recht aan de diversiteit van doelgroepen én oplossingen. Dat komt voor een deel omdat die modellen uitgaan van het huidige gebruik van zorg en ondersteuning. Groepen worden dan gedefinieerd op basis van de regelingen of voorzieningen waarvan ze gebruik maken en niet op basis van hun behoeften. Het gevolg: het missen van nieuwe vragen en beperkte innovatie.

Wat kan een gemeente met een integraal planningsinstrument?

Gemeenten hebben natuurlijk al wel een globaal beeld van wat er in de gemeente speelt en waar welke mensen met welke beperkingen in hun wijken wonen. Gebaseerd op lokale kennis of uitgedrukt in harde cijfers. De Woonzorgwijzer maakt een schatting van de omvang van diverse groepen met beperkingen op buurt- en wijkniveau op basis van landelijke gegevens. Het instrument geeft daarmee een indicatie van de geografische spreiding van een uiteenlopend palet van groepen met beperkingen, , terwijl in lokale overzichten vaak groepen ontbreken, bijvoorbeeld de groep met licht psychiatrische,- of verstandelijke beperkingen. Dit doet de Woonzorgwijzer volgens een eenduidige definitie, hetgeen ook de regionale samenwerking bevordert. De Woonzorgwijzer is daarmee een ideale aanvulling op het gemeentelijke instrumentarium. Het vormt een referentiekader voor beleidskeuzen en investeringsbeslissingen op het terrein van wonen, zorg en welzijn.

Naast de spreiding en omvang van doelgroepen maakt de Woonzorgwijzer inzichtelijk waaraan die verschillende groepen behoeften hebben op het gebied van woningen en woningaanpassingen, wijkomgeving en ondersteunende dienstverlening waarmee ze zelfstandig kunnen (blijven) wonen. De Woonzorgwijzer is een ‘neutraal’ instrument en brengt de vraagzijde van doelgroepen met zelfredzaamheidsbeperkingen in beeld. In samenspel met lokaal beschikbare informatie over aanbod en gebruik kan vervolgens worden gekozen welke lokaal aanbod of oplossing gewenst is. Lokale beleidsvrijheid en maatwerk is en blijft immers van belang.

Met de Woonzorgwijzer:

  • kunnen ambtenaren van het sociale en fysieke domein hun beleid beter op elkaar afstemmen;
  • kan de gemeente een afweging maken in specifieke programmering tussen gebieden ;
  • kan de gemeente doelgroepen per gebied zoals ‘verwarde personen’ inzichtelijk maken;
  • kan het gesprek en de beleidsvorming met lokale partijen zoals woningcorporaties, zorgondernemers of het zorgkantoor worden gefaciliteerd;
  • kan de gemeente een afweging maken in clustering van aanbod voor uiteenlopende doelgroepen, zoals een restaurant, ontmoetingsfunctie of een oproepdienst;
  • kan regionale afstemming en samenwerking dankzij de eenduidigheid worden bevorderd.

Twee publicaties en een database

De eerste fase van het ontwikkeltraject resulteerde in twee publicaties: de eerste rapportage over de beperkingenprofielen en een vervolgrapportage over de kwantificering en lokalisering van groepen met beperkingen. Daarnaast heeft het project een enorme database opgeleverd, waarmee voor het hele land de spreiding van groepen met beperkingen volgens eenduidige definities (ook letterlijk) in kaart kan worden gebracht.

Vertrekpunt voor verdieping

Om tot een definitief instrument te komen dat gemeenten kunnen gebruiken, is verdere uitwerking nodig. De leefdomeinen voor de diverse doelgroepen zijn helder, maar welke condities gelden er exact bij zelfstandig wonen? Dat moet blijken uit experimenten in de praktijk. Ook zijn experimenten nodig om te bepalen hoe en wanneer de Woonzorgwijzer optimaal kan worden benut om de gemeentelijke beleidspraktijk te faciliteren. Op dit moment beziet BZK deze vervolgstappen.

In partnerschap

Het ministerie van BZK was opdrachtgever van het instrument dat is ontworpen en ingericht door onderzoeksbureau RIGO. Platform31 is betrokken als adviseur van BZK en voorzitter van de externe begeleidingscommissie. Deze commissie bestond uit vertegenwoordigers van het ministerie van VWS, VNG, Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg, Achmea en de twee pilotgemeenten Amsterdam en Tilburg. De leden van commissie zijn unaniem positief over het behaalde resultaat en voorstander van doorontwikkeling.

Meer informatie

Netty van Triest

Netty van Triest

Senior projectleider

06 57 94 35 26