Woonbeleid biedt lokaal ruimte, maar zorgt ook voor knelpunten

Woningcorporaties kunnen binnen de kaders van de landelijke wet- en regelgeving voldoende inspelen op de regionale en lokale opgaven. De kracht van de organisatie en het bestuur blijkt daarin vaak een belangrijke factor. Maar er ontstaan ook knelpunten. Bijvoorbeeld door de gevolgen van de splitsing van DAEB en niet-DAEB en de scherpere focus op de kerntaken. Dat blijkt uit de Platform31-publicatie ‘Visie op regionalisering’.

De nieuwe Woningwet (2015) blijkt corporaties niet te belemmeren in hun taak om in te spelen op regionale en lokale opgaven. Omdat corporaties meedoen aan het maken van lokale prestatieafspraken, hebben zij daar ook invloed op. Ze kunnen bijvoorbeeld sturen op huurprijs en toewijzing. Corporaties vinden het wel lastig dat de nieuwe wet daar minder vrijheid in biedt dan voorheen, bijvoorbeeld door de landelijke norm voor het leefbaarheidsbudget. Dit blijkt uit de interviews die de auteurs van ‘Visie op regionalisering’ voerden met verschillende corporaties. Het rapport is vandaag verschenen.

Spanning regionale opgaven/regionale indeling

Wetgeving wordt steeds meer centraal bepaald terwijl afspraken over inzet vaker regionaal en lokaal gemaakt moeten worden. Dat moet het aanbod beter laten aansluiten op de lokale vraag. Maar soms is er spanning tussen het (kunnen) inspelen op regionale en lokale opgaven en de mogelijkheid hiervoor binnen bestaande wettelijke kaders, blijkt uit het rapport. Elk gebied heeft zijn eigen specifieke opgave en schaalniveau. De opgave wordt gevormd door demografische, economische, fysieke, sociaal-maatschappelijke en politieke kenmerken. Een uniforme indeling van regionale kenmerken, bijvoorbeeld groei en krimp, doet dan ook geen recht aan de lokale opgave.

DAEB/niet-DAEB en beschikbaarheid in middensegment

Het rapport legt twee grote knelpunten bloot. De splitsing DAEB/niet-DAEB kan vooral in krimpgebieden tot problemen leiden omdat er weinig marktpartijen zijn die de niet-DAEB activiteiten willen oppakken. En de beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen in het middensegment zijn vooral in gebieden met een overspannen woningmarkt (groei) een probleem: de huurprijzen van particuliere huur zijn vaak te hoog en de koopsector te duur. Dit legt een grote druk op de voorraad van de woningcorporaties in deze gebieden en zorgt voor onvoldoende doorstroming.

Bestuurskracht en leefwereld huurder

De bestuurskracht is een belangrijke factor voor de mate waarin corporaties ruimte hebben en ervaren om op lokaal niveau te handelen, concluderen de auteurs. Het gaat dan bijvoorbeeld om onderlinge samenwerking, kennis, de financiële ruimte en de verdeling van doelgroepen. Verder pleiten ze voor aandacht voor de bredere context van wonen, zorg en welzijn. Huisvesting staat niet op zichzelf, zeggen ze. De leefwereld van de huurder staat centraal.

Vervolg

Platform31 gaat, samen met partijen uit het netwerk, verder verkennen welke oplossingsrichtingen er zijn om de mogelijke effecten van de scheiding DAEB/niet-DAEB in bepaalde regio’s te ondervangen. Ook wordt bezien welke oplossingen er mogelijk zijn voor de regionale verschillen in beschikbaarheid voor middeninkomens. Daarbij wordt gekeken naar oplossingen binnen de kaders, maar ook wordt onderzocht of het regionaal differentiëren van beleidsinstrumenten waardevol kan zijn.