"Werken aan vitale woongemeenschappen is wel een kerntaak van een corporatie"

Interview

In wooncomplex voor ouderen De Leckenborch deden bewoners en medewerkers mee aan het experiment ‘Vitale Woongemeenschappen’, dat oudere bewoners stimuleert hun woongemeenschap (nog) vitaler te maken. Directeur-bestuurder René Mascini van Woonpartners Midden-Holland licht toe wat voor zijn corporatie de meerwaarde was van het experiment.

Versnellen kun je niet alleen

Het experiment ‘Vitale woongemeenschappen’ sprak ons om meerdere reden aan. Het sloot goed aan bij waar we zelf mee bezig zijn. We werken – altijd samen met actieve bewoners – op zeer veel verschillende manieren aan vitale woongemeenschappen. Dat gaat van kleinschalig groepswonen tot grotere complexen. De vitaliteit van woongemeenschappen staat op verschillende manieren onder interne en externe druk. Er is sprake van steeds voortgaande vergrijzing, maar ook andere factoren maken de condities om aan vitaliteit te werken niet optimaal. Wij willen het echter niet als ‘moeilijk’ zien, maar als een interessante puzzel die om oplossingen vraagt. Als je echt wilt versnellen en actief op zoek wilt naar verbinding, kun je dat niet alleen. Dan moet je op zoek naar coalities. Het experiment met Platform31 bood die mogelijkheid. Zo konden we inspiratie en voorbeelden uitwisselen met gelijkgestemden.

Werken aan vitale woongemeenschappen is een kerntaak

Werken aan vitale woongemeenschappen is een van de centrale elementen van de taakstelling van een corporatie. Je enkel richten op verhuren vind ik een te smalle benadering. Wij laten ons niet kisten door de Woningwet en de beperkingen die daaruit voortkomen. Je moet een Woningwet en ontwikkelingen in de Zorg niet als excuus gebruiken om als woningcorporatie maar niets te doen, maar je juist meebewegen om nieuwe oplossingen te vinden. Het is fijn om verantwoordelijk te zijn voor een organisatie die daarvoor gaat. Ik kom regelmatig in de wijken en complexen die wij beheren om voeling te houden met wat er onder de huurders leeft. Werken aan goed wonen en vitale gemeenschappen gaat niet in je eentje en ook niet met alleen je ketenpartners: wat echt belangrijk is zijn contacten met actieve en enthousiaste bewoners.

Wederzijds vertrouwen winnen

Wij hebben het complex De Leckenborch niet lang geleden overgenomen van een andere corporatie. Dat betekende dat we een band moesten opbouwen met de bewoners die we niet kenden en waarvan we niet wisten of ze actief waren of niet. De bewoners zelf waren gewend aan een corporatie die wat op afstand bleef, dus die waren in eerste instantie ook wat sceptisch. Door het experiment hebben we een manier gevonden om opnieuw ruimte te geven aan initiatieven van bewoners. Daardoor is het vertrouwen in ons gegroeid. Bewoners zien ons nu meer als een sociale en consequente verhuurder, die hen gelegenheid geeft hun eigen initiatieven te ontplooien.

Kleur!

Een voorbeeld van eigen samenwerken met bewoners is de recreatiezaal in De Leckenborch. Traditioneel corporatiehandelen is dat je zegt: de recreatiezaal moet onderhouden worden, wij gaan die schilderen. Maar om de een of andere reden hebben corporatiemedewerkers een erg wonderlijk gevoel voor kleuren. Iedereen kan altijd direct zien dat iets een corporatiewoning is. Dat geldt nu niet voor de recreatieruimte van De Leckenborch; de bewoners hebben zelf keuzes gemaakt en ook zelf de uitvoering op zich genomen. Het resultaat is in meer dan één opzicht geslaagd. Maar wat het belangrijkste is: dat interieur is nu echt van hen. Als je ergens zelf een actieve rol in speelt, wordt het ook meer van jezelf.

Juist met kleine middelen kun je al het verschil maken

Ik kreeg voorheen regelmatig de vraag van medewerkers of we niet te veel geld uitgaven aan leefbaarheid. Ik heb hen op het hart gedrukt zich daar geen zorgen over te maken, maar met ideeën te komen die zij belangrijk vonden. En zo, van onderop, komt écht bovendrijven wat belangrijk is. Het interessante is dat mensen dan binnen heel bescheiden financiële randvoorwaarden met praktische oplossingen komen waar de bewoners bovendien daadwerkelijk op zitten te wachten.
Wat overigens ook onmisbaar is voor projecten en nieuwe experimenten op het snijvlak van wonen en zorg is een facilitator zoals Platform31. Er zit veel meerwaarde in Platform31, dat organisaties in wonen en zorg de mogelijkheid biedt tot kruisbestuiving, het genereren van nieuwe ideeën en het bevorderen van deskundigheid. Ik ben blij dat we daar in dit experiment aan hebben kunnen bijdragen.

Alles draait om contact

De allerbelangrijkste les is dat het draait om contact met de huurders. Je moet enthousiaste en actieve bewoners kennen en hen medewerking en steun geven. Het is dan ook van groot belang dat medewerkers de vrijheid krijgen om op hun eigen manier inhoud te geven aan de contacten met de bewoners en de bewonerscommissies. Dan boek je uiteindelijk resultaten. Onze medewerkers zijn ook echt trots op wat ze doen, dat is heel mooi om te zien. Dit experiment heeft ons laten ondervinden dat het nog niet zo gek is wat wij doen. Die bevestiging dat we meer dan op de goede weg zitten is voor ons heel belangrijk: er gebeurt veel bij Woonpartners Midden-Holland en lang niet alles lukt. Maar als je blijft investeren in goede contacten, kom je er wel. Dan kun je werkelijk werken aan ‘goed wonen’.

Studio BRUIS – Samen Buurten

In het experiment ‘Vitale woongemeenschappen’ werkten Platform31 en Aedes-Actiz Kennis-centrum Wonen-Zorg samen met bewoners aan het ‘bruisend maken’ van hun gemeenschap. Zij deden dit in tien woongemeenschappen voor ouderen volgens de methode van ‘Studio BRUIS – Samen Buurten’. In een bruisende gemeenschap kennen mensen elkaar, voelen ze zich verbonden met elkaar, doen ze mee aan activiteiten en organiseren die ook en beheren en benutten ze de gedeelde ruimtes. De BRUIS-aanpak bestaat uit twee delen:

  1. de organisatie van gezellige, laagdrempelige activiteiten en
  2. de organisatie van gespreksgroepen waardoor bewoners elkaar beter leren kennen en elkaar vinden in kleine groepjes gebaseerd op gedeelde interesses en voorkeuren.

Studio BRUIS ontwikkelde een handboek en een draaiboek, waarmee professionals deze aanpak direct in de praktijk kunnen brengen.

  • Lees hier (pdf, 1,8 MB) meer over gemeenschapsopbouw met ouderen en aanbevelingen voor professionals.
  • Download hier de eindrapportage, het handboek en het draaiboek van het experiment Vitale woongemeenschappen.

Meer informatie over het experiment

Het experiment Vitale woongemeenschappen maakt deel uit van het Langer thuisprogramma van Platform31 en KCWZ. Co-financiers zijn Fonds Nuts-Ohra – Meer veerkracht, Langer thuis en stichting FLOW. Ontwikkelaar van de methode Studio BRUIS: ActivAge, Begeleidend onderzoek en evaluatie: Universiteit voor Humanistiek.

Meer informatie