Werken aan netwerk en contacten bij uitstromers uit het beschermd wonen

Voorwaarden voor een zachte landing in de wijk

Eenzaamheid is één van de risico’s voor mensen die uitstromen uit het beschermd wonen. Na het leven in de groep komen mensen soms in een wijk waar zij niet eerder hebben gewoond en er daardoor ook geen netwerk hebben. Mensen met een psychische kwetsbaarheid hebben over het algemeen sowieso geen groot netwerk. En wie houdt er dan een oogje in het zeil en trekt tijdig aan de bel, als het niet zo goed gaat met iemand? Dit artikel beschrijft verschillende manieren waarop gemeenten, GGZ-instellingen en andere partijen proberen een netwerk te creëren rondom uitstromers uit het beschermd wonen.

Door Susan van Klaveren, Platform31

Het hebben van een netwerk in de wijk of buurt waar uitstromers wonen is van cruciaal belang voor de zogenoemde ‘zachte landing’ van mensen die uitstromen uit het beschermd wonen en/of de maatschappelijke opvang. Een netwerk in de nabijheid levert dagelijkse contacten op en een kring van mensen die hulp kunnen bieden bij basale vragen, zoals waar de apotheek is of hoe je het beste naar een nabijgelegen stad kunt reizen. Dagelijkse contacten en de mogelijkheid om de eigen talenten in te zetten, dragen ook bij aan een positieve invulling van de dag.

Voorwaarden voor een zachte landing in de wijk

De Commissie Toekomst Beschermd Wonen stelt dat een “ondersteuningscontinuüm voor herstel en participatie” nodig is om ‘inclusief wonen’ voor mensen die uit het beschermd wonen uitstromen naar wijken en buurten mogelijk te maken. Samengevat zijn de vitale onderdelen van dit ondersteuningscontinuüm:

  1. Basisbenodigdheden voor stabiel wonen: registratie, inkomen en zorgverzekering;
  2. Een samenhangend geheel van gevarieerde en betaalbare wooneenheden met flexibele, outreachende ondersteuning;
  3. Buurtmanagement;
  4. Inkomens- en schuldbeheer;
  5. Dagstructuur, dagactivering, leren en opleiden.

Begeleiding, gericht op netwerk

Bij de uitstroom uit het beschermd wonen verstrekken gemeenten over het algemeen een indicatie voor ambulante (individuele) begeleiding. Een van de onderwerpen binnen deze begeleiding is het opbouwen van een netwerk. Samen met de begeleider brengt de cliënt zijn netwerk in kaart en wordt gekeken hoe de kring van mensen om de cliënt heen kan worden versterkt en/of uitgebreid. Eerdere contacten worden hersteld en afhankelijk van de wensen en mogelijkheden van de cliënt worden nieuwe contacten gelegd. Binnen het netwerk wordt gekeken wie een signalerende rol kan spelen: buren, familie of bijvoorbeeld een vereniging waar iemand sport.

Verbinding aanbrengen in de buurt

Een andere wijze van netwerkopbouw zijn de Buurtcirkels. Een Buurtcirkel is een groep van 9 tot 12 mensen die bij elkaar in de buurt wonen. Iedereen woont in zijn of haar eigen huis, of kan binnenkort doorstromen naar een eigen woning in de buurt. Over het algemeen spreken deelnemers in een Buurtcirkel wekelijks met elkaar af en ondernemen zij activiteiten met elkaar. Ook bieden zij elkaar ondersteuning. Om wederkerigheid mogelijk te maken, hebben de deelnemers aan een Buurtcirkel verschillende interesses en vaardigheden zodat zij elkaar kunnen helpen. De Buurtcirkels worden ondersteund door een vrijwilliger die bij voorkeur in dezelfde buurt woont, en door een beroepsmatige buurtcirkelcoach. Klik hier als u meer wilt weten over (de ontwikkelingen rondom) de Buurtcirkels.

Inloop en dagbesteding

Een andere manier om netwerkvorming te stimuleren en bij te dragen aan dagelijkse contacten van mensen die uit het beschermd wonen komen is het organiseren van inloop en dagbesteding binnen een algemene voorziening. Steeds meer gemeenten streven ernaar dagbesteding in nabijheid te organiseren en verschillende groepen mensen dezelfde locatie te laten gebruiken. Daarbij is er meer aandacht voor individuele competenties en wensen van de mensen die de dagbesteding bezoeken. Ook worden verbindingen gemaakt tussen (gemeentelijke) domeinen, en soms ook met voorzieningen vanuit de Zorgverzekeringswet. In het hart van Amsterdam bevindt zich bijvoorbeeld een kleinschalig psychiatrisch centrum, de Brouwerij. Dit centrum biedt een behandelplek, huiskamer en werkruimte ineen. Hier kunnen cliënten terecht met psychotische of aanverwante klachten, zoals gedachtenbeïnvloeding, bijzondere ervaringen of psychotische stress. In de publicatie ‘Dagbesteding in ontwikkeling’ (april 2017) gaat Movisie in op de trends in dagbesteding en beschrijft tevens acht voorbeelden van dagbesteding voor mensen met een GGZ-achtergrond.

Maatje, maar dan anders

Ook zijn er verschillende maatjesprojecten, waarbij uitstromers vanuit het beschermd wonen worden gekoppeld aan een vrijwilliger die de doorstromer wanneer dat nodig is, helpt, maar ook gezamenlijk activiteiten onderneemt. Bij het verbinden van gemeentelijke domeinen ontstaan nieuwe concepten die leiden tot een win-win oplossing: de buurtman/vrouw. Buurtmannen en -vrouwen geven praktische ondersteuning aan deze groep, variërend van het openen van stapels post tot deelnemers die helpen met opruimen bij ernstige verzamelwoede. Het mes snijdt aan twee kanten: de buurtmannen en –vrouwen met een afstand tot de arbeidsmarkt doen tegelijkertijd werkervaring op. Klik hier voor een artikel dat Platform31 eerder schreef over Stichting Buurt m/v.

Magic Mix in het wonen

Tot slot zoeken gemeenten, corporaties en GGZ-instellingen ook op woonvlak naar mogelijkheden voor het creëren van een zachte landing. Dit kan door doorstromers bij elkaar te plaatsen in een complex, maar ook door hen te mixen met andere groepen bewoners. Nederland kent steeds meer voorbeelden van woongebouwen waar verschillende doelgroepen samenwonen. Diverse gemeenten experimenteren daarom met een nieuwe manier van samenleven: de Magic Mix. In het najaar van 2017 onderzoekt Platform31 een aantal Magic Mix projecten waar mensen met een GGZ-achtergrond samenwonen met andere groepen bewoners om meer zicht te krijgen op de kansen van dergelijke projecten voor uitstromers.

Meer lezen