Werken aan een waterveilig Nederland

In de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie spreken Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen af om waterveiligheid en klimaatbestendigheid mee te gaan wegen bij ruimtelijke ontwikkelingen. De ambitie: in 2020 waterrobuust en klimaatbestendig handelen en in 2050 klimaatbestendig zijn. Om van elkaar te leren, zijn diverse gebiedsworkshops gepland. Een impressie van de eerste in de reeks: in het Zeeuwse Middelburg op 9 juni 2015.
vitaal-en kwetsbaar

Overheden en bedrijven zijn zich vaak onvoldoende bewust van overstromingsrisico’s. Dit wil het Deltaprogramma veranderen door bij de locatiekeuze, inrichting en bouw van vitale en kwetsbare infrastructuur rekening te gaan houden met waterveiligheidsaspecten. Ook gas- en elektriciteitscentrales, drinkwaterbedrijven en chemische industrieën moeten de overstromingsrisico’s meenemen in hun bedrijfsvoering en bij (vervangings)investeringen. ’De aanpak nationale vitale en kwetsbare functies’ is daarvoor bedoeld. “Hoewel 2050 nog ver weg lijkt, is het dat niet”, benadrukt Bert de Smet, lid van het dagelijks bestuur van waterschap De Scheldestromen en gastheer van deze gebiedsworkshop. “Daarom maken we nu alvast kennis met onze ketenpartners en kijken we bij elkaar over de schutting.”

Overstromingsrisico’s in kaart

Meer dan duizend jaar strijd tegen het water resulteerde erin dat Nederland de best beveiligde delta ter wereld is. Toch hebben onze dijken aanzienlijk hogere ‘faalkansen’ dan installaties met gevaarlijke stoffen. Durk Riedstra, senior adviseur overstromingsrisico’s Rijkswaterstaat, bracht die risico’s letterlijk in kaart en gaf een college over de waterveiligheid in Zeeland en het overgangsgebied Volkerak Zoommeer. Met diverse online tools liet Riedstra zien hoe het Rijk informatie over overstromingsrisico’s voor professionals en burgers inzichtelijk maakt. “Via www.risicokaart.nl en www.overstroomik.nl kan iedereen op basis van postcodes zien hoe hoog het water reikt bij een overstroming. Ook geeft het Rijk via deze websites advies over wat burgers in zo’n geval moeten doen. De MEGO-database (Module Evacuatie Grootschalige Overstromingen) verstrekt detailinformatie over onder meer de overstromingskansen per dijkring, traject of doorbraaklocatie.” Bij het up-to-date houden van alle kaartmateriaal maakt Rijkswaterstaat dankbaar gebruik van de overstromingsscenario’s van provincies. Riedstra: “Ook is er de laatste jaren veel inzicht ontstaan in de actuele sterkte van waterkeringen, bijvoorbeeld dat de kans op een overstroming langs de kust laag is en in het rivierengebied relatief hoog. En dat de rivierdijken vaak wel hoog genoeg zijn, maar onvoldoende breed en sterk om het water in extreme situaties te kunnen keren. Dat laatste zagen wij bevestigd bij de overstromingen in Duitsland in 2013.”

Afspraken over vitale en kwetsbare functies

Jasper Groos, beleidscoördinator van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie ging in zijn presentatie dieper in op de ambitie van het ministerie van Infrastructuur en Milieu om Nederland op de lange termijn waterrobuust en klimaatbestendig in te richten. “Zodat we beter bestand zijn tegen overstromingen, neerslag, droogte en hitte”, zegt hij. “Als onderdeel van het Deltaprogramma 2015 maakten we interdepartementale afspraken over een aanpak om vitale en kwetsbare functies in Nederland beter te beschermen tegen de gevolgen van overstromingen. Vanuit de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie volgen we de drie processtappen: weten, willen en werken. Om deze nationale aanpak tot een succes te brengen is allereerst kennis vanuit de regio en de sectoren nodig. Bijvoorbeeld over het functioneren van de netwerken en objecten in geval van een overstroming. En de doorwerking van een gewenste aanpak van vitale en kwetsbare infrastructuur in bijvoorbeeld bestemmingsplannen. Die kennis en ervaring is echter nog niet overal gedeeld en beschikbaar. Met andere woorden: we benutten de beschikbare kennis en ervaringen onvoldoende bij ruimtelijke afwegingen.”

De navelstreng van Zeeland

In de provincie Zeeland staat het programma Ruimtelijke adaptatie in elk geval hoog op de agenda. “Met 1953 in onze herinnering is het opvallend dat de Zeeuwse kust waterveilig is, maar dat er vooral aandacht nodig is voor de spreekwoordelijke achterdeur van Zeeland”, merkt Erik Schumacher van provincie Zeeland op. “Dit is toevallig ook het gebied waar nogal wat kwetsbare infrastructuur ligt. Deze vitale en kwetsbare gebieden liggen onder andere in de navelstreng van Zeeland, bij Remmerswaal. Ook de industriegebieden in het Sloegebied en Dow Chemicals vragen aandacht. De eerste stap was het organiseren van een informatiemarkt over meerlaagse veiligheid waarbij het voorkomen van overstromingen, een duurzame inrichting en rampenbeheersing aan de orde kwam. Om het bewustzijn bij onze provinciale bestuurders te vergroten, laat Schumacher de overstromingsrisico’s letterlijk zien met behulp van een 3D-voorstelling. “Daarbij combineren we de overstromingsberekeningen met luchtopnames. Hierdoor kunnen we letterlijk zien hoe het water tot aan de dakgoot stijgt.”

Virtuele dijkdoorbraken

Ter illustratie vliegen de deelnemers virtueel over Dow Chemicals. Het industriegebied ligt achter de primaire kering. Zou daar een gat in de dijk ontstaan, dan stijgt het water binnen twintig minuten tot ongeveer tweeënhalve meter hoogte. “Het water stijgt hier zo snel, omdat de regionale kering erachter vooral de gemeente Hoek en omgeving beschermen”, legt Schumacher uit. “Waar regionale keringen de ene woonkern beschermen, loopt een andere juist vol. Het beoordelen van regionale keringen ligt heel gevoelig.”

Ketenafhankelijkheid

“Is Dow Chemicals op de hoogte van dit overstromingsrisico en wat doen ze daar zelf aan?”, vraagt Peter Aubert, van het ministerie Economische Zaken. “In 2016 zijn BRZO-bedrijven verplicht om rekening te houden met overstromingsrisico’s”, meldt Anneke Raap, van het ministerie van IenM. “Dankzij het vernieuwde Besluit Risico Zware Ongevallen (BZRO) moeten deze bedrijven goed kijken naar zowel hun bedrijfsrisico’s als externe risico’s, waaronder aardbevingen en overstromingen. Dat is niet nieuw, maar in de praktijk kregen die risico’s eerder niet zo veel aandacht. Door klimaatveranderingen groeit de belangstelling voor die risico’s, wat de gevolgen zijn en wat deze bedrijven kunnen doen om de schade te beperken.” Een logische ontwikkeling, vinden de deelnemers, omdat vitale en kwetsbare functies een grote ketenafhankelijkheid kennen: elk netwerk is zo sterk als de zwakste schakel. Zo is een ziekenhuis afhankelijk van bijvoorbeeld energie, drinkwater, de afvoer van afvalwater, de aanvoer van levensmiddelen en medicijnen (toegangswegen), de inzetbaarheid van personeel (transport) en telecom/ict voor de communicatie.

Deelsessies

In de vier deelsessies doken de deelnemers in de uitdagingen en dilemma’s die gelden voor de sectoren gas, elektriciteit, chemie en drinkwater. Erik Schumacher: “Van Evides begreep ik dat de overstroming zelf vaak niet eens het grootste probleem is bij drinkwaterbedrijven. Maar pas als het water weer zakt, gaat de zettinggevoeligheid bij leidingen opspelen. Bij vervanging zouden bedrijven daarom nu al minder zettingsgevoelige materialen kunnen gebruiken. Bij chemie hoorde ik dat de drukverschillen op leidingen belangrijk zijn.”

Gezamenlijke uitgangspunten

In de deelsessie gas spraken de deelnemers vooral over de ketenafhankelijkheid: in hoeverre is de toevoer van gas van invloed op energiecentrales? Sluiten die voorzieningen goed op elkaar aan? Zij kwamen tot de conclusie dat het vooral belangrijk is om gezamenlijke uitgangspunten te hanteren bij de overstromingsscenario’s. Daarnaast keken de deelnemers naar de keteneffecten van een mogelijke overstroming in een aangrenzend gebied. Bij drinkwater kun je tienduizend literzakken met water klaarzetten maar bij gas en elektriciteit kan dat niet op een vergelijkbare manier. Een vraag waar de drinkwatersector nog geen antwoord op heeft, is hoe het evacuatiebeleid is vormgegeven. Waar en hoe lang moeten noodvoorraden drinkwater worden geleverd en waar is dit niet nodig, omdat er is geëvacueerd?

Verantwoordelijkheid bepalen

Opvallend was de vraag die terugkwam in elke groep: wie is verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen en wie voert ze uit? Peter Aubert gaf een voorbeeld: “Wie bepaalt de normering van veiligheid? Wat op landelijk niveau veilig genoeg is, hoeft in bijzondere gevallen niet veilig genoeg te zijn voor een regio. Bijkomend dilemma: veel elektriciteitsbedrijven willen niet zomaar op tafel leggen welke infrastructuur vitaal en kwetsbaar is. Dat is ook de reden dat sommige infrastructuur van Tennet niet op de risicokaart staat. Hoe ga je dus om met vertrouwelijkheid ten opzichte van openheid?”

Slotwoord

De grootste winst van de dag was voor iedereen de constatering dat er zoveel kennis over tafel ging. Groos: “Ik heb iemand van het PBL wel eens horen zeggen dat klimaatadaptatie een groot communicatievraagstuk is. De uitdaging is hoe we met die enorme hoeveelheid kennis om moeten gaan.” Zijn advies: “Bouw een kennisbasis op per sector. Daar hebben we ook de tijd voor. Zonder nu al te verzanden in discussies over ambities en de vraag wie verantwoordelijk is voor de problemen die we ontdekken. Dat proces moeten we met elkaar doorlopen.” Na de vier regionale sessies vindt er op 16 oktober 2015 een landelijke bijeenkomst plaats waarin we alle kennis uit de regio aan elkaar verbinden.”

Meer weten over Ruimtelijke Adaptatie, overstromingsrisico’s en overstromingspatronen?

  • Kennisportaal Ruimtelijke Adaptatie: hier vindt u ook de handreiking Ruimtelijke Adaptatie, informatie over het stimuleringsprogramma en links naar interessante hulpmiddelen;
  • Het boek ‘De veiligheid van Nederland in kaart’: te bestellen via de website van Helpdesk Water of het kennisplatform risicobenadering (kpr@rws.nl);
  • Watertoets: hier kunt u het proces doorlopen dat nodig is om uw ruimtelijke plannen te kunnen voorzien van een waterparagraaf.

Zie ook het verslag van de derde gebiedsworkshop in Rotterdam op 25 juni 2015.

Meer informatie over de gebiedsworkshops Vitaal en Kwetsbaar

Senay Ozdemir

06 57 94 39 23 – senay.ozdemir@platform31.nl