“We kijken naar het hele gezin en zijn omgeving”

Interview met Paul Blokhuis, wethouder in Apeldoorn en trekker van de bestuurlijke themagroep Jeugd van de G32

Met het oog op de aankomende Gemeenteraadsverkiezingen kijken we met de dossiertrekkers van het Sociaal Domein terug op de decentralisaties en de transformaties van de afgelopen jaren. Daarover interviewden we eerder Jeroen Olthof, Tom Horn, Jan Jaap Kolkman en Nelleke Vedelaar. In dit interview spreken we met Paul Blokhuis over de ontwikkelingen in Apeldoorn.

“Ik vond het destijds onverantwoordelijk om in zo’n rap tempo en met dat verlaagde budget te decentraliseren”, zegt Paul Blokhuis, wethouder in Apeldoorn en trekker van de bestuurlijke themagroep Jeugd. Tegelijkertijd had hij er veel zin in. “Ik zag natuurlijk ook kansen.” Om aan te geven hoe de decentralisaties in Apeldoorn zijn gegaan, wordt in Apeldoorn vaak de metafoor van de buiklanding gebruikt. “Het was geen noodlanding, maar een buiklanding”, zegt Blokhuis. “Niemand is gewond. Iedereen is met de schrik vrijgekomen. Maar bij sommige mensen deed het wel pijn. Wij hadden ook weinig financiële reserves als gevolg van de problemen van ons grondbedrijf. Dus we moesten wel in één keer transformeren. En dat is binnen budget gebeurd. Daar ben ik blij mee.”

Terug naar het gezin

In Apeldoorn wordt bij de intake van nieuwe klanten in de jeugdzorg het zogenaamde ‘vier keer zo’- principe gehanteerd. Zo snel mogelijk, zo licht mogelijk, zo dichtbij mogelijk en zo zwaar als nodig. “Dat klinkt simpel, maar het helpt je echt om goed na te denken over wat er moet gebeuren. Het is belangrijk dat je in je gezinsplan eerst bespreekt wat er goed gaat. Dan beseffen gezinnen vaak dat er meer goed dan fout gaat. Dat geeft ze een beter gevoel. Van daaruit kun je verder bouwen.” Een gezin schrijft, als het daartoe in staat is, zelf het gezinsplan. De hulpverlener, die in opdracht van de gemeente werkt, heeft in veel gevallen een faciliterende en coachende rol. “Dat gaat hartstikke goed. Gezinnen zijn vaak prima in staat om hun eigen problemen op te lossen, met lichte ondersteuning van ons. Het bevoogdende is voorbij. En dat is moeilijk voor zorgverleners, die gewend zijn direct een oplossing te bedenken. We kijken nu ook meer naar het totale plaatje. Vroeger was het zo dat als er een kind in een gezin een probleem had, dan keken we alleen naar die ene persoon. Nu kijken we naar het hele gezin en zijn omgeving, zijn school. Dat is enorme winst.” Hij schrok wel van de hoeveelheid kinderen die in instellingen zit. “Veel te veel. In Apeldoorn willen we nu dat een derde van die kinderen naar een (pleeg)gezin gaan. Dat is een cultuurshift. Maar ik ben ervan overtuigd dat het voor die kinderen beter is.”

Administratieve lasten

Ook de manier van financieren veranderde. Nederland komt uit een situatie met vijf verschillende financieringsstromen in de jeugdhulp. “Heel verwarrend”, vond Blokhuis. “Dat leverde perverse prikkels op, want financiers keken naar elkaar wie er zou moeten betalen. Dat is niet gezond. Nu ligt de regie bij de gemeente en het gezin is leidend. Het vraagt ook veel van al die organisaties die er bij betrokken zijn. Die moeten ook allemaal transformeren.” Verbeterpunt blijft de administratieve lasten. “Dat is een agendapunt waar we nu hard aan trekken. Zorgaanbieders waren daar best, en terecht, chagrijnig over. Dat is zo’n punt dat alle gemeenten bezighoudt, die administratieve last.”

De achttiende verjaardag

Wat voor Blokhuis een belangrijk aandachtspunt is, is de harde scheiding op de achttiende verjaardag. “Als je achttien wordt, verandert er ineens van alles. Dan ben je geen jongere meer en vervallen er allerlei regelingen. We moeten zorgen dat er een soepelere overgang komt. Geen harde scheiding. Dit blijft ook op de agenda staan, want wij moeten dit als wethouders zelf doen. We moeten de grenzen van de wetten wegvegen. Dat geldt ook voor de instellingen waar je mee werkt. Het is wenselijk dat meer aanbieders voor zowel kinderen als voor 18-plussers aan het werk gaan. De Wmo is wel goed. Het is het hele pakket, ook huishoudelijke hulp en dergelijken. We zijn bijvoorbeeld nu overgegaan tot het integraal inkopen voor WMO begeleiding, Jeugdhulp en Beschermd Wonen op één contract. Aanbieders moeten niet groter worden, maar breder, meer kunnen.” Blokhuis geeft een voorbeeld uit Enschede mee. “In de wet staat dat pleegkinderen na hun achttiende verjaardag een eigen kamer moeten hebben. Bij een gezin bestond die mogelijkheid niet, toen een van de twee pleegkinderen 18 jaar werd. In plaats van uithuisplaatsen van dit kind werd met jeugdhulp-geld een dakkapel gefinancierd, zodat het kind alsnog een eigen slaapkamer kon krijgen. Het gaat om de bedoeling van de wet en ik houd van zulke creatieve, gezond-verstand-oplossingen."

Centrum voor Jeugd en Gezin

Het Centrum voor Jeugd en Gezin speelt een belangrijke rol in de transformatie en Blokhuis vindt het mooi om te zien hoe het Centrum in Apeldoorn die invult. “Snelle interventies, samen met gezinnen een hulpvraag beantwoorden, stimuleren van de beweging van zwaar naar licht en minder uithuisplaatsingen. Onze transformatie begint bij een goede toegang en snelle ambulante hulp, waarbij ook de jeugdgezondheidszorg is betrokken.”

Er is dus veel gebeurd. “Nu koers houden”, vindt Blokhuis. Dat moet zijn opvolger echter doen, want Blokhuis geeft aan dit zijn laatste termijn als wethouder in Apeldoorn is. “Ik zou mijn opvolger willen meegeven consequent de ingeslagen weg in onze transformatieagenda’s te volgen. En om te investeren in het denken vanuit de leefwereld van de zorgvragers en gezinnen en daarmee in een goed zorglandschap, waarin de vroegere domeinen GGZ, LVB en jeugdhulp volop samenwerken. Samenwerken, over je eigen schutting heen kijken, dat zijn de sleutelwoorden. Misschien kan mijn opvolger het denken in termen van Jeugdwet, Wmo en Participatiewet helemaal loslaten? Daarnaast denk ik dat goede contacten met alle spelers in het veld essentieel is.”

Estafettevraag

Nelleke Vedelaar, wethouder in Zwolle, stelde in haar interview de estafettevraag: “Jeugdzorg had voor de decentralisatie al grote tekorten. Hadden we toen niet al direct meer geld moeten vragen?” Blokhuis vindt dat zijn Zwolse collega gelijk heeft. “Er is wel gelobbyd en gepleit voor andere en betere budgetafspraken, maar er is inderdaad niet met de vuist op tafel geslagen. Ingewikkeld was dat gemeenten daarbij vaak elkaars concurrenten waren. In de domeinen Jeugd en Wmo komen de meeste gemeenten tot vorig jaar vaak wel uit. Eind 2017 kan wel een negatiever beeld opleveren. Dat moet dan in Den Haag geagendeerd worden.”

Zelf stelt Blokhuis zijn estafettevraag aan Andries Ekhart, wethouder in Leeuwarden: “Hoe kun je nog beter samenwerken met de regio, om op alle gebieden meer resultaat te halen?”

naar-de-voorkant